Bij de SP kun je het nooit goed doen, schrijft oud-Kamerlid

Voormalig kandidaat-voorzitter

De omgangsvormen in de SP zijn keihard, blijkt uit een boek van oud-Tweede Kamerlid Sharon Gesthuizen. Jan Marijnissen staat er bovenaan in de pikorde.

Partijcoryfee Jan Marijnissen krijgt felle kritiek van Gesthuizen, net als Agnes Kant (links van hem). Foto Piet den Blanken/Hollandse Hoogte

SP’ers kunnen er een publieke afrekening in zien of rancune, ‘gewone’ lezers krijgen een zeldzame inkijk in de omgangsvormen bij de partij van Emile Roemer: oud-Tweede Kamerlid Sharon Gesthuizen komt dinsdag met een boek over haar tijd bij de SP: Schoonheid macht liefde. In het leven en de politiek.

Gesthuizen, die zich in 2015 kandideerde als partijvoorzitter maar de verkiezing verloor, beschrijft hoe onveilig ze zich voelt – eerst als fractiemedewerker van Tweede Kamerlid Agnes Kant, daarna als Kamerlid. Al in haar eerste weken in Den Haag merkt ze hoe het eraan toe gaat in de fractie: „Er wordt hard afgerekend met iemand die iets fout doet of lager in de pikorde staat. En sommige meningen worden overduidelijk niet gepruimd. Als mensen dan toch hun mond roeren, gaat hun kop eraf.”

In het boek is er geen twijfel over: bovenaan in die pikorde staat Jan Marijnissen, van 1994 tot 2008 fractievoorzitter. En nog langer, van 1988 tot 2015, voorzitter van de SP. Over zijn stijl van leidinggeven en de harde partijcultuur gaan al langer verhalen rond, maar veel publieke voorbeelden zijn er tot nu toe niet van. In een documentaire uit 2003 is te zien hoe Marijnissen Agnes Kant duidelijk maakt dat ze een waardeloos optreden had in een Tweede Kamerdebat. Ze zucht, geeft een beetje toe, maar Marijnissen gaat er minutenlang over door. Diezelfde Agnes Kant stond begin van dit jaar bij een partijcongres op het podium en haalde hard uit naar een lokale fractievoorzitter die een plek had willen hebben in de toptien van de Tweede Kamer-kandidatenlijst. Dat duidde volgens haar op „persoonlijke ambitie” en die hoor je in de SP niet te hebben.

In Gesthuizens boek volgt het ene voorbeeld op het andere – met in de hoofdrollen bijna steeds Jan Marijnissen en Agnes Kant. Uit haar begintijd: een fractiemedewerker Justitie krijgt het in een fractievergadering hard te verduren van Jan Marijnissen. Volgens hem laat ze zich voor het karretje spannen van artsen en ze onderbouwt, vindt hij, haar ideeën met wetenschappelijke argumenten waar gewone mensen geen boodschap aan hebben. De fractiemedewerker begint te huilen. Gesthuizen in haar boek: „Jan verandert niets aan zijn toon, hij brandt haar af. Het is zo pijnlijk. Niemand anders mengt zich in de discussie. Ik weet zelf ook niet wat ik moet zeggen. Ik weet niet wie er gelijk heeft. En hoewel ik vind dat Jan zich misdraagt, durf ik omdat hij zo boos is niets uit te brengen.”

In Rotterdam, Zoetermeer en Capelle aan den IJssel klinkt de onvrede. Ook lokale SP’ers hebben kritiek op de eigen partij.

Gesthuizen werkt hard, ze is gespannen en slaapt steeds slechter. Wat ze doet als SP’er, merkt ze, is nooit goed genoeg. „Veel mensen werken zich te barsten en er wordt zelden geprezen – reprimandes zijn er des te meer. Die kunnen over van alles gaan: je toon, je argumenten, je aan- of afwezigheid, je kleding.” Na ruim een jaar is ze zo moe dat ze twee maanden ziek thuis zit.

Niet lang daarna raakt ze in een overleg met collega’s bijna in een fysiek gevecht met Kant. Gesthuizen schrijft: „Ik ben de intimidaties spuugzat en vertel Agnes luidkeels wat ik denk. ‘Doe rustig’, zegt Agnes en ze pakt me met twee handen bij mijn schouders. Het is vast niet verkeerd bedoeld, maar ik vind het helemaal niet prettig dat ze me aanraakt. Ik ruk me los en duw haar handen van me af. ‘Je bent ziek’, zegt Agnes.”

Marijnissen legt in 2008 het fractievoorzitterschap neer. Kant volgt hem op, maar houdt het niet lang vol. Onder Roemer krijgt de fractie volgens Gesthuizen meer vrijheid en ze blijft Kamerlid (tot begin dit jaar). Maar over de partij is ze bezorgd: daar ziet ze gebrek aan discussie, angst voor kritiek op de leiding en „elitevorming”. Als ze zich in 2015 kandidaat stelt om Marijnissen op te volgen als partijvoorzitter, blijkt dat Marijnissen zelf en het partijbestuur een eigen kandidaat hebben: Ron Meyer. Die krijgt 59 procent van de stemmen, Gesthuizen 41. Ze schrijft: „Emile lacht voor het eerst in maanden weer breeduit naar me. Waarschijnlijk is hij opgelucht dat Ron heeft gewonnen, maar ook omdat de strijd ten einde is.” Marijnissen staat vlak bij haar en feliciteert Meyer. „In een flits kruisen onze blikken elkaar. Geen van ons tweeën steekt een hand uit.”