Raqqa is voor overlevenden de ‘slechtste plek op aarde’

Strijd tegen IS

De herovering van Raqqa verloopt tergend langzaam. De overgebleven burgers hebben het zwaar te verduren. Hulp is er nauwelijks.

Verwoeste gebouwen in Raqqa. Foto Reuters

Voor gewone burgers was het leven in de Syrische stad Raqqa al een kwelling sinds Islamitische Staat zich in 2014 meester maakte van de stad en die uitriep tot hoofdstad van zijn kalifaat. Voor de ongelukkigen die er nog altijd zitten is het leven intussen veranderd in een regelrechte hel, nu IS de stad met de moed der wanhoop verdedigt tegen oprukkende verzetsgroepen.

„Ik kan nu geen slechtere plek op aarde verzinnen”, liet Jan Egeland, de humanitaire coördinator van de VN voor Syrië, zich vorige week in Genève ontvallen.

Foto AP

De VN riepen op tot een humanitaire gevechtspauze om de naar schatting 20.000 overgebleven burgers, van wie naar schatting de helft kinderen, uit Raqqa te kunnen evacueren. Maar de kans is minimaal dat die er komt. Niet alleen is communicatie met IS bijna onmogelijk, IS zelf wil helemaal niet dat de burgers Raqqa verlaten. Die heeft het terreurnetwerk nodig als menselijk schild.

„Islamitische Staat hield mensen gevangen in hun wijken om ze als dekking te gebruiken bij militaire operaties”, schreef Amnesty International in een vorige week gepubliceerd rapport. Met het oog daarop hebben IS-strijders de afgelopen maanden systematisch alle uitvalswegen vanuit Raqqa van landmijnen en booby traps voorzien. Alleen zij weten waar die liggen. Vluchten kan alleen met enorme risico’s. Toch doen sommigen dat.

Bekijk hieronder de video: hoe Islamitische Staat opstond en weer ondergaat

Landmijn

De 15-jarige Raawana beschreef in het rapport hoe zij met haar familie in juni probeerde te vluchten. „Mijn man Ibrahim (24) en zijn vader liepen voorop. Ik was een beetje achtergebleven omdat ik in verwachting ben en moe was van al dat lopen. Zij stapten op een landmijn en waren op slag dood”, zo beschreef Raawana. Ze viel zelf flauw maar overleefde en wist later alsnog met anderen een dorp te bereiken. „Maar mijn baby zal nooit een vader hebben”, vertelde de piepjonge weduwe aan Amnesty.

Alleen wie nog flink wat geld over heeft, slaagt er door omkoping van IS-strijders die weten waar de mijnen liggen, in om te ontsnappen. Maar het spaargeld van de meesten is allang op. Een aanzienlijk deel van de bevolking had overigens al veel eerder zijn toevlucht buiten de stad gezocht – volgens schattingen van de Verenigde Naties in totaal zo’n 200.000 mensen. In veel gevallen stuurden mannen hun gezinnen naar buiten om zelf hun huis en spullen te blijven bewaken.

De overblijvers in Raqqa kunnen nu echter nauwelijks meer weg uit de stad, waar de strijd steeds heviger is geworden. De stad zou inmiddels echter voor de helft zijn veroverd door de troepen van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), die vooral uit Syrische Koerden bestaan. De SDF krijgt luchtsteun van de Amerikanen.

Noch de SDF, noch de Amerikanen en hun westerse bondgenoten gaan zachtzinnig te werk. De afgelopen week alleen al werden er zeker 250 luchtaanvallen uitgevoerd. Afgelopen dinsdag kwamen volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten ten minste 42 mensen om het leven, onder wie negentien kinderen en twaalf vrouwen bij luchtbombardementen. Een andere organisatie, ‘Raqqa is being slaughtered silently’ meldde de afgelopen week dat er sinds het begin van het offensief zeker 946 burgers zijn gedood.

Ook in andere opzichten wordt het leven voor de inwoners van Raqqa steeds zwaarder, net als eerder tijdens het beleg van Oost-Aleppo en meer recent nog in de Noord-Iraakse stad Mosul. Al twee maanden heeft de bevolking van Raqqa geen stromend water meer en de voedseltekorten worden steeds nijpender. Velen leven al maanden van ingeblikt voedsel.

Internationale hulpverleners kunnen weinig doen voor de in het nauw gedreven burgers. In Aleppo en Mosul viel er via contacten met de regering van beide landen nog het nodige te regelen. Maar bij Raqqa heeft de Syrische regering maar weinig in te brengen. Ook met IS kunnen hulpverleners geen zaken doen. De hulpverlening vanuit het naburige Turkije verloopt eveneens stroef. De Turken, die met grote zorg het oprukken van de Syrische Koerden volgen, tonen zich weinig coöperatief wanneer het om humanitaire hulp voor net door Koerden bevrijde gebieden gaat.