Nederland moet mogelijk al over vier jaar aardgas importeren

Onderzoek TNO

Nederland was vijftig jaar lang zelfvoorzienend, maar wordt wellicht al in 2021 afhankelijk van buitenlands aardgas.

Aardgasveld Witterbroek, Assen, van de NAM. Foto Jerry Lampen/ANP

In het snelste scenario is Nederland al over vier jaar netto-importeur van gas. Dat is veel eerder dan waar tot nog toe rekening mee werd gehouden. De Nationale Energieverkenning ging er eind vorig jaar nog van uit dat Nederland pas in 2030 gas zou moeten invoeren.

Het nieuwe scenario komt van kennisinstituut TNO dat woensdag een studie publiceerde over de veranderende rol van aardgas.

Nederland importeert nu al gas, maar dankzij de Groningse velden wordt er per saldo meer geëxporteerd. De afgelopen vijftig jaar was Nederland op het gebied van aardgas zelfvoorzienend. Met name door de aardbeving in Huizinge in 2012 is de gasproductie in Groningen met meer dan de helft teruggelopen, van 54 miljard in 2013 naar 22 miljard kubieke meter.

Als die productie verder terugloopt en geen nieuwe velden worden geëxploreerd, dan wordt Nederland in de verwachting van TNO over mogelijk vier jaar al afhankelijk van buitenlands gas. Andere scenario’s van TNO komen uit op acht of twaalf jaar.

Gebruik zal ook teruglopen

Aardgas speelt een cruciale rol in de energieconsumptie. Op dit moment zorgt het voor zo’n 50 procent van de geproduceerde elektriciteit en wordt met gas 96 procent van de Nederlandse huishoudens verwarmd.

Wanneer we precies afhankelijk worden van dat buitenlandse gas en hoe lang dat gaat duren, is onduidelijk. TNO benadrukt in zijn studie Van Exporteur naar importeur dat er veel onzekere factoren zijn.

Eén zo’n onzekere – en belangrijke – factor daarin is het beleid dat het nieuwe kabinet op dit vlak gaat voeren. Duidelijk is wel dat – volgens de Energieagenda van het ministerie van Economische Zaken – in 2050 alle elektriciteit duurzaam moet worden opgewekt. Het gebruik van aardgas zal richting die datum geleidelijk teruglopen, maar onduidelijk is hoe snel huishoudens, bedrijven en elektriciteitscentrales hun gasgebruik reduceren en uiteindelijk beëindigen. Andere onzekere factoren zijn de productie van het Groningse veld en van de zogeheten kleine aardgasvelden.

Een complicerende factor is dat de huishoudens nu laagcalorisch gas gebruiken. Gas dat afkomstig is vanuit het buitenland is hoogcalorisch en dat moet voor huishoudens eerst met stikstof worden gemengd. Een alternatief is dat huishoudelijke installaties geschikt worden gemaakt voor hoogcalorisch gas. Beide opties zijn weinig aantrekkelijk. Het ligt meer voor de hand dat de politiek mikt op een versnelde energietransitie.

Nederland importeert nu al gas uit Noorwegen en Rusland, dat voor een deel weer wordt doorgevoerd naar andere landen. Probleem is dat de Noorse productie naar verwachting geleidelijk terug zal lopen en dat aan de import vanuit Rusland politieke bezwaren kleven. Toch voorziet TNO weinig problemen omdat er nog een derde mogelijkheid is: de invoer van vloeibaar gas (LNG) per schip. Mede door de recente hoge olieprijzen is er veel geïnvesteerd in LNG en stijgt de exportcapaciteit – met name vanuit de VS en Australië – de komende jaren substantieel. Alleen een prijsoorlog van het Russische Gazprom zou LNG „een doodsteek” kunnen geven.