Opinie

Laat de dokter toch weer dokteren!

Zelfs als het zinnige administratie betreft is het vaak de vraag of de dokter wel de juiste persoon is om dit te doen, schrijven de artsen en .

Foto Koen Suyk / ANP

Een arts is gemiddeld twee uur bezig met administratief computerwerk voor elk uur directe patiëntenzorg. Elke dag werken dokters nog eens 1 tot 2 uur over om de administratie op orde te krijgen. De kosten geassocieerd met het registreren van uitkomstmaten in de zorg lopen in de miljarden. De toenemende administratielast, die vaak gepaard gaan met een suboptimale ICT-infrastructuur, levert de meeste werkstress op. Inmiddels heeft meer dan de helft van de artsen tekenen van burn-out.

Deze cijfers zijn afkomstig uit de Verenigde Staten (Sinsky CA, Ann Intern Med, 2017). Ze zijn echter herkenbaar voor de Nederlandse praktijk. Voor co-assistenten die voor het eerst in de kliniek komen, na jaren voorbereid te zijn in collegebanken en veel te hebben geleerd over gezondheid en ziekte, kan het een rare gewaarwording zijn. In plaats van zorg aan het bed te leveren is de jonge arts met name aan het typen.

Administreren: wat, waarom en hoe

De introductie van het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) heeft zonder twijfel bijgedragen aan een verbetering van de kwaliteit van de zorg. Het EPD biedt zowel patiënten, zorgverleners, onderzoekers en beleidsmakers veel mogelijkheden om de zorg te verbeteren. Positieve gevolgen zijn er legio: betere registratie van medicatiegebruik, betere complicatieregistratie en een duidelijker overzicht voor patiënt en medisch personeel. Deze winst komt echter met een prijs. De toegenomen administratielast wordt gezien als een belangrijke oorzaak van de toegenomen burn-out onder dokters, hetgeen op haar beurt juist weer nadelige gevolgen kan hebben voor de patiëntveiligheid.

Registratiedruk vanuit zorgverzekeraars en inspectie is een goed voorbeeld van een ontwikkeling die bijdraagt aan deze verschuiving in de werkzaamheden van artsen. In een poging de kwaliteit van zorg te kwantificeren, zijn er duizenden ‘kwaliteitsindicatoren’ geïntroduceerd. Dit zijn prestaties, uitkomsten en metingen die allemaal gescoord, opgeschreven en getekend moeten worden. Helaas is datgene wat opgelegd wordt niet altijd nuttig en draagt in veel gevallen al dat geadministreer niet bij aan een betere kwaliteit van zorg. Kortom, we moeten ons blijven afvragen wat we willen administreren, waarom we dat willen en ook hoe we dat doen. Zo kun je je afvragen wat de waarde van een (elektronische) handtekening van de arts is. Moet elke rollator, ziekenhuismaaltijd, infuusplaatsing, blaaskatheterwisseling, griepprik of cholesterolmeting eerst de inbox van de dokter passeren voor een handtekening?

Maar zelfs als het zinnige administratie betreft is het vaak de vraag of de dokter wel de juiste persoon is om dit te doen. Zou hij of zij zich niet meer bezig moeten houden met het uitvoeren van zorg, in plaats van het registreren daarvan?

De balans lijkt doorgeslagen

Uiteraard kan het een niet zonder het ander, maar de balans lijkt doorgeslagen. Geschat wordt dat administratieve kosten verantwoordelijk zijn voor 20 procent van de totale Nederlandse ziekenhuisuitgaven (Himmelstein, Health Aff, Millwood, 2014). Naast de kosten en de werkdruk die de administratie met zich meebrengt speelt er nog iets mee: al het werk achter de computer kan direct ten koste gaan van de tijd om gewoon even te praten met de patiënt.

Hoe dit op te lossen? Hoe beteugelen we de registratiedrift? Gelukkig kunnen we soms ook een voorbeeld aan de Amerikanen nemen. American College of Physicians heeft zeer recent de volgende aanbevelingen gedaan aan externe partijen om de administratielast te beperken. Stop met elke administratieve taak waarvan geen enkel bewijs is dat de kwaliteit van zorg er beter van wordt. Evalueer regelmatig of alle gegevens die ingevoerd worden nog steeds wel nuttig zijn. Werk samen met patiënten, gezondheidsmedewerkers en ICT-bedrijven om de gegevensverzameling zo efficiënt mogelijk te laten plaatsvinden. Maak zo veel mogelijk gebruik van bestaande gegevens, ook om dubbele administratie te voorkomen. Deel met elkaar de best practices in de kunst van het administreren. En tot slot, zorg voor een goede balans tussen administratie en effect: is het kosteneffectief?

Zo kan de arts weer bezig zijn met het leveren van zorg, in plaats van het administreren ervan. Kortom, laat de dokter gewoon weer dokteren!