Visfossielen van 200 miljoen jaar oud gevonden

Evolutie

De kwastsnoeken uit Afrika zijn heel primitieve vissen. Nu zijn hun voorouders gevonden: Chinese fossielen van meer dan 200 miljoen jaar oud.

Tekening uit 1923 van Polypterus bichir, een soort kwastsnoek. Beeld Wikimedia

Je legt een paar visfossielen uit de jaren 70 in een moderne CT-scanner, en de stamboom van de vissen kan opnieuw worden getekend.

De fossielen die, deze woensdag in Nature, ineens een hoofdrol krijgen in de vis-evolutie zijn van Fukangichthys longidorsalis. Dat zijn primitieve vissen uit het Trias (252-201 miljoen jaar geleden) die in 1978 zijn opgegraven in China. Het zijn de beste fossielen van een vissengroep die in het Trias wereldwijd leefde. Ze hadden geen levende nazaten, was het idee.

Maar nu Fukangichthys nog eens met een moderne CT-scanner is onderzocht, blijkt dat toch anders te liggen. Details aan de binnenkant van zijn schedel verraden dat hij levende familie heeft. Zijn verre nazaten zwemmen nog rond in warme moerassen en meertjes in Afrika: de primitieve vissen die kwastsnoeken of wimpel-alen genoemd worden.

Dit klinkt als een voetnoot in de evolutie van de gewervelde dieren op aarde. Maar dat is het niet, want kwastsnoeken bezetten een sleutelpositie in de vissenstamboom. Bijna alle vissen die geen haaien of roggen zijn, zijn straalvinnigen. En de nu levende kwastsnoeken zijn de meest primitieve tak van deze straalvinnige vissen. Hun skelet oogt primitief. Kwastsnoeken hebben longen, en hun kaken lijken meer op die van een landdier dan van een vis.

Maar wie hun verre voorouders waren, was onbekend – tot nu. Paleontoloog Sam Giles van Oxford University en collega’s trekken een directe lijn tussen de kwastsnoeken en de ruim 200 miljoen jaar oude Fukangichthys. Ook ontdekten ze dat de kwastsnoek zijn zogenaamd ‘primitieve’ kenmerken relatief laat heeft gekregen.

Dat betekent weer dat andere uitgestorven vissen toch primitiever zijn dan Fukangichthys en de kwastsnoek, en daarmee gaat alles schuiven. De oudste voorouder van de nu levende straalvinnigen leefde dan niet in het Devoon (419-359 miljoen jaar geleden), maar in het Carboon (359-299 miljoen jaar geleden). Het Devoon staat bekend als de bloeitijd van de vissen, in het Carboon evolueerden juist veel soorten amfibieën. Maar het was dus óók de periode waarin de moderne groepen straalvinnigen ontstonden.