In Groningen beven ook de bedrijven mee

Schade

Ondernemers lijden misschien nog meer onder de Groninger gasbevingen dan particulieren. Wie vangt de omzetderving op? Wie zorgt voor het personeel? Wie wil hier nog een bedrijf overnemen of vestigen?

Een beschadigde woning door een aardbeving in Groningen. Foto Jerry Lampen/ANP

Als zijn boerderij in Friesland had gestaan, was die volgens de makelaar van Harm Janssens zo verkocht geweest. Een groot bedrijf voor melkvee én akkerbouw, in goede staat, 72 hectare land eromheen – dat zou snel verkopen.

Maar Janssens’ bedrijf stond niet in Friesland. Het stond op een kilometer van het epicentrum van de beving van Huizinge – midden in het Groningse gasbevingsgebied. En dus waren potentiële kopers terughoudend toen Janssens in 2013 zijn boerderij probeerde te verkopen. „Dan zeiden ze dat ze nog even verder gingen kijken. Tegen de makelaar begonnen ze over de bevingen. Die kwamen toen net in de publiciteit.”

Uiteindelijk wist hij de grond en de gebouwen onder de vraagprijs aan een vastgoedondernemer te verkopen.

Wie denkt aan de gasbevingen in Groningen, denkt aan huizen met scheuren en gestutte historische woonboerderijen. Minder snel gaan de gedachten naar de honderden bedrijven, groot of klein, agrarisch of industrieel, die in het bevingsgebied actief zijn. Terwijl voor bedrijven de impact van de bevingen soms nog groter kan zijn dan voor een bewoner.

Pas na de beving onder Huizinge, vijf jaar terug, werd de Groninger gaswinning een nationaal probleem. Nu is er een aanpak, en overleg. Maar nog geen oplossing.

Een kleine ondernemer is voor zijn brood – of pensioen – afhankelijk van zijn of haar bedrijfspand. Kan je het niet verkopen of heeft het ernstige schade opgelopen? Dan dreigen financiële problemen.

Langzamerhand komt er meer aandacht voor ondernemers en het ondernemersklimaat in het bevingsgebied. Zo richtte de Nationaal Coördinator Groningen, Hans Alders, in mei een adviespunt in voor ondernemers. Sinds 2016 werkt hij bovendien aan een efficiëntere methode om agrarische bedrijfspanden te verstevigen. Samen met werkgeversorganisatie VNO-NCW zoekt Alders dit jaar uit met welke specifieke problemen bedrijven in het bevingsgebied te maken hebben.

Extra zorgen

Dat zijn belangrijke ontwikkelingen, al is het maar om de symbolische waarde. „Op elke site en in veel documenten spreekt men nog steeds alleen van woningen”, vertelt Herman Rinket. Hij zit namens het midden- en kleinbedrijf in belangenorganisatie het Groninger Gasberaad.

Bedrijven zijn wat hem betreft al langer een ondergeschoven kindje. Ondernemers hebben extra zorgen wanneer ze schade hebben, legt hij uit. Zoals compensatie voor omzetverlies aanvragen bij de gaswinner, de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), wanneer er hersteld wordt. En ze hebben de verantwoordelijkheid voor hun werknemers.

Rinket: „Stel, je hebt een kapperszaak met acht mensen. Die kunnen allemaal niet werken als je gebouw wordt geïnspecteerd.”

Dergelijke vragen leven nog sterker nu in het aardbevingsgebied de grootscheepse versterking van vrijwel alle gebouwen begint. Dat is een gigantische operatie, die jaren zal duren. Harald Binnekamp, voorzitter van de bedrijvenvereniging Loppersum, hoort die vragen van zijn leden: „Wordt mijn omzetverlies bij versterking gecompenseerd? Gaan we in de straat allemaal tegelijk dicht of één voor één? Kan ik mijn winkel tijdelijk ergens anders vestigen?”

Lees ook deze reportage over de versterkingsoperatie: In Appingedam worden de huizen nu versterkt of herbouwd

Tijdelijke keet

Ger Warink is een goed voorbeeld van zo’n bezorgde ondernemer. Sinds hij in 2013 demissionair minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) over de vloer kreeg in zijn gitaarwinkel, is hij een bekende bevinggedupeerde geworden. Hij worstelt vooral met de gitaarlessen in zijn studiootje. „Ik heb geen zin om die in een tijdelijke keet te geven. Dus dan wil ik graag compensatie.”

Welke invloed de bevingen tot nu toe hebben gehad op de economie en het vestigingsklimaat van Noord-Groningen is lastig vast te stellen. De Economic Board Groningen (EBG) – een organisatie van de provincie en de NAM die onder meer geld beschikbaar stelt voor bedrijven die zich in het gebied willen vestigen – liet daar in 2016 onderzoek naar doen door de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Krimp en bevingen lijken elkaar te versterken en leiden tot een matig presterende economie, schreven de onderzoekers. Maar hoe precies is onduidelijk. Als je als winkelier je pand niet kunt verkopen of als weinig bedrijven zich in je gebied vestigen – waar ligt dat dan aan?

Een andere belangrijke conclusie: in sommige delen van de regio gaat het niet bovenmatig slecht. „Het gebied wordt vaak als één geheel aangeduid, maar dat is onjuist”, zegt onderzoeker Steven Brakman van de RUG. „De schil rond de stad Groningen, daar gaat het bijvoorbeeld vrij goed mee.” Verderop liggen de wat zwakkere delen, en aan de kust, bij de Eemshaven en Delfzijl, trekt het weer aan.

„Dat zijn economische motoren van het gebied, met veel windmolens en bedrijven in de energietransitie”, vertelt Frans Alting van Samenwerkende Bedrijven Eemsdelta. Bedrijven vestigen zich er graag, door onder andere de ruimte, de kenniscentra in de stad Groningen en de hoogopgeleide bevolking. Google opende er in 2016 een datacentrum en er wordt flink geïnvesteerd in de chemiesector. Alting: „Maar laten we eerlijk wezen: er is daar geen sprake van een acuut bevingsriciso.”

Kalveren verplaatsen

Er blijven genoeg ondernemers die wel directe last ervaren van bevingen. Denk aan Harm Janssens die zijn boerderij niet verkocht kreeg. En door uitzendingen van RTV Noord is de zaak van Jannie Knot inmiddels berucht: na een beving stond haar stal in Wirdum plots op instorten, waarna ze alle kalveren onmiddellijk moest verplaatsen. De kosten zouden in de tienduizenden euro’s zijn gelopen.

Volgens Binnekamp en Alting is vooral een problematisch imago op de lange termijn een van de grootste risico’s voor Noord-Groningen. Alting merkt dat nu al. „We krijgen regelmatig vragen van geïnteresseerde bedrijven over de risico’s van de aardbevingen.”

Dat wordt wellicht erger als de bevingsproblematiek voortduurt, terwijl het de vraag is of dat altijd – gezien het geld dat de EBG beschikbaar stelt en de ontwikkelingen in de havens – nodig is. Zo zit zelfs aan de hard bevochten landelijke aandacht voor ‘Groningen’ een keerzijde voor de provincie.