Column

De vluchteling, de toerist en het hek

De makers van ‘Vakantie voor iedereen’ registreren alles zonder opsmuk, aan beide zijden van het hek.

Vakantiekamp Marina Beach in Vakantie voor iedereen.

Twee mannen staan voor een hek. Het is met groen gaas bekleed, zodat je er amper doorheen kunt kijken. Een van de mannen wijst: „Daar zit een gezin, met kinderen.” De ander: „Dan hebben ze het over 4 mei en de bevrijding. En dan doen ze dit.” Het hek staat in Terneuzen en deelt vakantiekamp Marina Beach resoluut in tweeën. Het ene deel is voor de toeristen, achter het hek zitten 500 asielzoekers. De hekscène is het begin van Vakantie voor iedereen, een sterke documentaire die WNL gisteravond uitzond. Mark Koster, Annelies Wezenberg en Rik Lauwen kozen voor een feitelijke en daarmee zeer genuanceerde aanpak.

Marina Beach was vorig jaar het enige vakantiepark waar vluchtelingen ook in het hoogseizoen verbleven. Niet omdat eigenaar Peter Gillis zo’n Gutmensch is. Hij is een wat patserige, bazige ondernemer (het Belgische nummerbord van zijn Mercedes is Gillis P) die een trits vakantieparken bezit en probeert het uit een failliete boedel overgenomen Marina Beach weer rendabel te krijgen. De asielzoekers vormden een interessante zakelijke optie. „Ik heb er nog geen charitatieve motieven achter kunnen ontdekken,” zegt de burgemeester van Terneuzen over Gillis. Die burgemeester heeft trouwens een verband om zijn neus. Waarom is onduidelijk, maar het is een element dat Vakantie voor Iedereen ondanks het ernstige onderwerp een lichte toets geeft. Zoals ook de campinggast die zegt dat er „geen kip, geen hond” is. Een paar seconden later verschijnt een eekhoorn in beeld.

Eenvoudig kwam de opvang niet tot stand. Toen de beheerder hoorde dat zijn baas de comfort homes ter beschikking van het COA wilde stellen, zei hij dat hij moest nadenken of hij dan wel wilde blijven. En hij bedong een duidelijke afscheiding. Dus kwam er een hek, wat een vreselijk gezicht is. Formeel zal het er staan omdat asielzoekerscentra niet vrij toegankelijk zijn, maar het geeft de mensen achter het gaas informeel de boodschap dat het niet de bedoeling is dat ze bij de toeristen gaan buurten.

De makers van Vakantie voor iedereen registreren alles zonder opsmuk, aan beide zijden van het hek. We horen de soms hartverscheurende verhalen van de vluchtelingen achter het hek en ook de hartelijke, bezorgde en boze opvattingen van de toeristen. Die lijken er vooral te zitten vanwege de bodemprijzen die Gillis rekent.

Het bleken christenen

Er is een jong stel waarvan de vrouw vooraf niet aan haar vriend had verteld dat er vluchtelingen in Marina Beach zitten. Ze spreken harde woorden over asielzoekers in de buurt van hun vorige huis. Maar zij zijn ook de enigen die een opening in de omheining zoeken en stiekem naar de andere kant gaan. Daar blijkt het netjes. Ze constateren dat er toch wel heel veel geld in wordt gepompt, dat ook aan arme Nederlandse gezinnen besteed had kunnen worden. Even later voeren ze een vriendelijk en gezellig gesprek met twee asielzoekers, zoals er dagelijks ontelbare campinggesprekken worden gevoerd. Het bleken christenen, legt de man uit.

Tot inkeer hoeft niemand te komen in Vakantie voor iedereen. Na de zomer wordt het AZC opgedoekt en heerst er bij Gillis en het AZC pragmatische tevredenheid – er was geen enkel incident. Maar je houdt als kijker genoeg vragen over. Bijvoorbeeld over dat hek. Was het nou nodig? En, zo ja, hoe erg is dat? Die vragen raken aan de kern van het vluchtelingenvraagstuk en dus aan het hart van de samenleving. Dat is waarschijnlijk de grootste verdienste van Vakantie voor iedereen: dat de belangrijke vragen nu eens niet schuilgaan achter een woud van meningen.