Column

Dansen bij dauw zorgt de hele dag voor extase

Column

NRC-redacteur Ykje Vriesinga wil slimmer werken. Deze week: Daybreaker, dansen om half zeven. In de ochtend.

Illustratie Stella Smienk

De jongen bij de deur van de nachtclub spreidt zijn armen. Klaar om me een knuffel te geven. Even twijfel ik. Dan stap ik zijn omhelzing in. „Welkom”, zegt hij, terwijl ik de flamingo’s op zijn t-shirt van wel heel dichtbij bekijk. „Pak een ontbijtje en geniet van de muziek.”

Met zo’n warm ontvangst belooft dit een ander dancefeest te worden dan ik gewend ben. En niet alleen vanwege de excentrieke aanvangstijd: half zeven ’s ochtends.

Na mijn mislukte experiment met de ‘wonderochtend’ had ik me in mijn vorige column voorgenomen om uit te gaan slapen. Dat plan is meteen gestrand. En wel door Daybreaker, een uit Amerika overgewaaid concept waarbij mensen al voor hun werk of andere bezigheden gaan dansen. Om daarna vol energie, creativiteit en ondeugd door de dag te zwieren.

Wat gaaf, een kans om soortgenoten te ontmoeten! Ik dans namelijk al driekwart jaar bijna iedere ochtend. Op de bank in de woonkamer. Alleen. En hoewel ik zweer bij het opbeurende effect, voelt het wel eens een precies dat: alleen.

Vorig jaar, tijdens de oprukkende kou en duisternis van de herfst, was ik zo somber dat ik het doktersrecept voor antidepressiva al in huis had. Maar na een gesprek met een wijze vriend besloot ik nog één koppige poging te doen om zonder medicijnen mijn stemming te keren.

Gelukkig had een collega me ooit een gouden tip gegeven bij de koffieautomaat. Toen zij door een moeilijke tijd ging, vertelde ze, begon ze de dag steevast met een salsasessie op zonnige muziek. Een geweldig medicijn tegen de ochtendblues. Ik kies voor kauwgomballenpop. Werkt ook goed.

Als ik de hoek omloop van de Amsterdamse Reguliersdwarsstraat staat er een lange rij te wachten voor Daybreaker. De slaperige zombies die eerst nog morrend muntgeld zoeken voor een kluisje, vormen zich na de eerste tonen van de dj – begeleid met live trompet en saxofoon - om tot een swingende, lachende, juichende massa.

Mannen in pak dansen naast types in festivaloutfits met fluorescerende brillen. Er zijn opvallend veel vrouwen – en een enkele man – in legging en sportschoenen: de die hards die al om half zes meededen aan de yoga-sessie voor het feest.

Barbara (27), consultant, rust even uit. „Het leuke is dat iedereen meteen losgaat”, zegt ze, bijtend in een havermoutkoek. „Op een feestje ’s avonds ga je vaak eerst indrinken en om je heen kijken. Nu duik je gelijk in het allerleukste.”

Blijkbaar zijn vroege vogels een interessant publiek voor marketeers. De flesjes water zijn gratis aangeleverd door een bekend merk bronwater, de koffie door een bekende koffiebrander, de groentesapjes en yoghurtjes door een bekende supermarktketen. De tap blijft dicht.

Isadora (29) en Daniel (32) dansen net als ik vaak al ’s ochtends, in hun slaapkamer. „Door de beweging maak je gelukshormonen aan”, zegt Isadora. „Dat merk je de hele dag.”

Het stel, geboren in respectievelijk Brazilië en Duitsland, ging een jaar geleden door „een transformatie” en ze verkochten hun bedrijven. Hij had een reclamebureau, zij een internetwinkel. „Het was te veel”, zegt Daniel. „We werkten om te feesten en we feestten om ons werk te vergeten. Nu leven we veel bewuster.”

De MC, overgevlogen uit New York, sluit het feest af als een gospelpredikant die net op een cursus mindfulness is geweest. „Adem in 1, 2, 3, 4. Uit 4, 3, 2, 1. Onthoud: we zijn niet ons hoofd. We zijn niet ons lichaam. We zijn één levende, bewegende, energie.”

Vreemd genoeg gaat geen van mijn collega’s in op mijn enthousiaste uitnodigingen om mee te gaan naar de volgende Daybreaker

Clubvolume

De rest van mijn werkdag ben ik in feeststemming. Wat soms tot gênante situaties lijdt. Tijdens het ochtendoverleg over het economische nieuws merk ik opeens dat ik nog op clubvolume praat. Of liever: schreeuw.

En dan de mini-dansjes… Sinds mijn danstherapie begon breek ik zo nu en dan spontaan uit in een disco-move. Ook op kantoor. En vandaag ben ik niet te stoppen. Een artikel dat na eindeloos prutsen perfect in de krant past? Tijd voor een mislukte moonwalk. Uitgestelde deadline? Ik doe een wave. Solo.

Het is geen wetenschappelijk bewijs, maar het zou me niets verbazen als je na zoiets als Daybreaker stijf staat van de dopamine – zonder drugs te gebruiken. Ik houd niet op met glimlachen. Maar het opvallendste vind ik nog wel dat ik me een stuk socialer gedraag op mijn werk. En dat is niet altijd handig.

Normaal trek ik me terug als ik moet schrijven, gooi ik mijn mail dicht en negeer mijn telefoon. Alleen tijdens mijn micropauzes beantwoord ik appjes of praat ik met collega’s. De productiviteitsgoeroes van deze wereld zouden trots op me zijn. Maar gezellig is het niet.

En nu? Ik reageer direct op mijn mailtjes en berichtjes. Want dat is toch fijn voor die persoon: En ik raak met iedereen aan de praat, waardoor mijn pauzes steeds uitlopen.

Vreemd genoeg gaat geen van mijn collega’s in op mijn enthousiaste uitnodigingen om mee te gaan naar de volgende Daybreaker. Al krijg ik wel een tegenaanbod van eentje om een keer rond zonsopgang mee te doen met haar dagelijkse zwemrondje tussen de meerkoeten.

Maakt niet uit. Ik ben gelukkig. Nog even en ik ga mijn collega’s knuffelen.