Asschers harde eisen zijn toch niet zó hard

Begroting & Formatie

Een kabinetscrisis in de nadagen van Rutte II is afgewend. Voor de PvdA is een mondelinge toezegging over leraren toch genoeg.

PvdA-leider Lodewijk Asscher maakt een buiging na afloop van de toelichting aan de pers bij het ministerie van Algemene Zaken, na het akkoord over de begroting voor 2018. Foto Bas Czerwinski/ANP

Wat begon met harde eisen en het dreigement van een kabinetscrisis, eindigt met verzoenende woorden over „vertrouwen”. Uiteindelijk heeft PvdA-leider Lodewijk Asscher het niet aangedurfd om zijn bewindslieden terug te trekken uit het demissionaire kabinet-Rutte II. Daarmee is de crisis met de VVD die de afgelopen dagen in de lucht hing, afgewend.

De formule die de partijen gevonden hebben is deze: er komt géén extra geld voor lerarensalarissen in de begroting die het kabinet naar de Raad van State stuurt – zoals de PvdA steeds heeft geëist. Wel belooft de VVD bij monde van premier Rutte dat er „een substantieel bedrag” voor de leraren op de begroting komt – het liefst voor, anders na Prinsjesdag.

Rutte doet die belofte ook namens CDA, D66 en ChristenUnie, de partijen waarmee hij onderhandelt over een nieuw kabinet. Asscher heeft nu „het vertrouwen” dat het geld voor de leraren er gaat komen. Hij is in die overtuiging gesterkt nadat hij gesproken heeft met Alexander Pechtold (D66) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie).

De vrede is weer getekend, de PvdA-ministers blijven op hun plek. Een breuk in een kabinet dat waarschijnlijk bezig is aan zijn laatste weken, was niet uit te leggen geweest in het land – dat snapten alle betrokkenen. Zeker omdat duidelijk was dat de nieuwe coalitie sowieso iets zou gaan doen voor de leraren.

Asschers verdedigde zijn ommezwaai als volgt: het geld voor de leraren is voor de PvdA het belangrijkste. „We gaan het niet omwille van de tijd laten mislukken.” Hij weet nu zeker dat de andere partijen hun woord zullen houden. Bovendien, zo zeggen ze bij de PvdA, is wel degelijk iets vastgelegd in de begroting: een ‘procestekstje’ dat zegt dat er later over het geld besloten gaat worden.

Toch heeft Asscher bij lange na niet gekregen wat hij wilde. Tweeënhalve maand geleden zette hij hoog in. Als er op Prinsjesdag nog geen nieuw kabinet zou zitten, zei hij in juni tegen het AD, moet er in de begroting van het demissionaire kabinet in ieder geval een fatsoenlijke koopkrachtverdeling staan – én de salarissen in het basisonderwijs moesten omhoog. „Laat het een oproep zijn voor de onderhandelaars om tempo te maken, anders doen wij het.”

Tien dagen later, toen de leraren op het Malieveld actievoerden, verhoogde Asscher voor de camera’s van de NOS de inzet: de PvdA-ministers zetten pas hun handtekening onder de begroting van 2018 als de lerarensalarissen omhoog gaan, zei hij. De boodschap: géén extra geld betekent een breuk in het demissionaire kabinet.

Bloemen wegjatten

De VVD reageerde geprikkeld: zo’n demissionair kabinet hoort een ‘beleidsarme’ begroting te maken, en daar past extra geld voor het onderwijs niet in. VVD-onderhandelaar Halbe Zijlstra zette het conflict verder op scherp. „Wat Asscher probeert te doen,” zei hij tegen De Telegraaf, „is de bloemen van anderen wegjatten.”

Vorige week leken VVD en PvdA toch dicht bij een oplossing. Er zou 270 miljoen euro komen voor de leraren, plus extra geld voor militairen – een wens van de VVD. Belangrijke voorwaarde was wel dat de drie andere partijen aan de formatietafel met de maatregel akkoord zouden gaan.

Zo liep het toch niet. CDA, D66 en ChristenUnie kunnen nog geen ‘ja’ of ‘nee’ zeggen tegen het voorstel van VVD en PvdA, zo bleek deze maandag. Ze zijn nog onvoldoende ver gevorderd met de financiën in het regeerakkoord.

Maandag en dinsdag deden VVD en PvdA elkaar diverse voorstellen om tijd te winnen. Zo stelde de PvdA voor om twee begrotingen naar de Raad van State te sturen: eentje zonder en eentje met de lerarensalarissen. Dat zag de VVD niet zitten. Tijdens een ministerraad op woensdag kwamen ze er toch nog uit.

Tot woensdag waren Asschers eisen: het bedrag voor de leraren moest zwart-op-wit in de begroting komen én de deal moest deze week gesloten worden. Waar hij uiteindelijk mee heeft ingestemd: een mondelinge toezegging van Rutte om in een later stadium een bedrag vast te stellen.

Wat daarvan terecht zal komen, is ook nog eens onzeker. De premier wilde het woord „garantie” woensdag niet gebruiken: hij sprak van een „inspanningsbelofte”. Ook had hij het, in tegenstelling tot Asscher, niet over „salarissen”. Hij verkoos een formulering waar hij nog alle kanten mee uit kan: „arbeidsvoorwaarden”. Daarmee moet Asscher het doen.