Recensie

Renee Fleming zingt romig en stralend: om van te smullen

De tijd heeft geen vat op de divastatus of de grandeur van de Amerikaanse sopraan Renee Fleming (58). Vooral haar Strauss is om van te smullen.

De Amerikaanse sopraan Renee Fleming: sfeervol in Concertgebouw EPA/ JAVIER DEL REAL

Ze nadert de zestig, maar op de divastatus noch de grandeur van de Amerikaanse sopraan Renee Fleming heeft de tijd vat. Nou ja, in het topregister is haar vocale souplesse misschien drie procentpunt minder geworden, maar wie maalt daarom als iemand zó Strauss zingt als Fleming, hier in de Verwandlungs-scene uit de opera Daphne en het lied Morgen? Sfeervol, romig, stralend. En dat terwijl dirigent Sakari Oramo de registers van zijn uitstekende Stockholm Royal Philharmonic Orchestra soms wel erg ver open draaide – zoals ook voor de pauze in Barbers melancholiek mijmerende, omvangrijke orkestlied Knoxville: Summer of 1915.

En toch trof Orama daar wél precies de juiste, lome sfeer; in de haastloos wiegende cadans van het orkest voelde je zo de nazomeravondbries over zuidelijke veranda’s waaien. Fleming liet haar lijnen elegant aansluiten, maar de verstaanbaarheid van de juist zo beeldende tekst liet nog wat te wensen over (zoals ook op de net verschenen cd, met hetzelfde orkest en dirigent) waardoor – opmerkelijk – het als toegift gezongen lied Sure on this shiny night eigenlijk nóg mooier was.

Fragment uit Knoxville: Summer of 1915 op de cd Distant Light; lees verder na video

Hoewel de uitverkochte Grote Zaal duidelijk voor Fleming was gekomen, deed het orkest zijn uiterste best veel méér te zijn dan een stervehikel. Met wisselend succes. De in grote bezetting gespeelde Ouvertüre Leonore van Beethoven bevatte curieuze eigenzinnigheden en miste overall helderheid. Veel beter beviel de energie van Schumanns Derde symfonie: zwierig, krachtig en lekker aards. Het al wegstromende publiek kreeg Brahms’ Hongaarse Dans nr. 4 als opwekkende encore. Daar liet Orama zijn musici voluit gaan en maakte het orkest indruk met scherp schakelen tussen breed, pralend orkestraal geschmier en razendsnelle, losvoetige zigeunerritmiek.