Keukenmeidenromantiek tijdens tulpengekte

Historisch drama

De verfilming van Deborah Moggachs populaire roman ‘Tulip Fever’ liet bijna 20 jaar op zich wachten. Dat is niet echt een goed teken. De historische context redt de film.

Dane DeHaan, Christoph Waltz en Alicia Vikander in Tulip Fever.

Was de Amsterdamse binnenstad in de Gouden Eeuw even druk als nu? Het lijkt er wel op in Tulip Fever, de verfilming van de populaire, gelijknamige roman van Deborah Moggach uit 1999. Honderden figuranten wringen zich door smalle straatjes, rusteloos op weg naar markt, herberg of havengebied. Daar leggen schepen van de VOC aan, met geurige specerijen uit het oosten.

Een van de handelaren die daar goede zaken doet, is Cornelis Sandvoort (Christoph Waltz). Omdat zijn vrouw stierf in het kraambed, zoekt hij een nieuwe echtgenote die voor nageslacht kan zorgen. Hij haalt Sophia (Alicia Vikander) uit het weeshuis en neemt meteen haar vriendin Maria mee, die wordt aangesteld als dienstmeid in Sandvoorts huis aan de Herengracht.

Met het nageslacht wil het maar niet vlotten, hoewel Cornelis elke avond zijn ‘soldaat’ in het gelid laat staan. Is Sophia onvruchtbaar of slaat de passieloze seks alles dood? Alles verandert als Sandvoort schilder Jan van Loos inhuurt voor een portret van hem en zijn veel jongere vrouw.

Met nog allerlei vergezochte plotelementen, waaronder Maria’s verhouding met een visboer en een tragisch misverstand, dreigt Tulip Fever een keukenmeidenroman te worden. Omdat Moggach het zwierig opschreef, vol beeldende details, deed de melodramatische plot er minder toe. In de filmversie is juist die plot het belangrijkst.

Wat het boek én de film redt is de historische context. Het verhaal is gesitueerd rond 1637, het hysterische hoogtepunt van de ‘tulpenmanie’ die Nederland in zijn greep hield. Door koortsachtige speculatie werden er excessieve bedragen neergeteld voor tulpenbollen, in de hoop dat er een zeldzame en gewilde variant uitkwam, zoals de gestreepte tulp. En altijd was er het risico dat je een tulpenbol kocht waaruit een middelmatige tulp tevoorschijn kwam.

Steven Spielberg

Deze tulpengekte wordt wel gezien als de eerste economische bubbel in de geschiedenis. Die in 1637 dan ook sissend leegliep, velen berooid achterlatend: in Tulip Fever worden zelfmoordenaars uit de gracht gevist.

Tulip Fever kent een lange productiegeschiedenis die teruggaat tot rond 2000, toen Spielberg de boekrechten kocht. Allerlei regisseurs en acteurs passeerden de revue. Dat het zeventien jaar duurde voordat de verfilming er kwam, is niet echt een goed teken. Het lijkt erop dat de middelmatige regisseur Justin Chadwick werd aangesteld op basis van zijn kostuumfilm The Other Boleyn Girl. Het zeventiende-eeuwse Amsterdam is gefilmd in de studio en op Charterhouse Square in Londen.

Het resulteert in zo’n film waarin het op dramatische momenten regent en onweert en de muziek gedachteloos voortkabbelt. De boel komt tot leven op momenten dat beroemde schilderijen worden geciteerd, zoals Vermeers Brieflezend meisje bij het venster. Een deel van die kunstwerken staat ook afgedrukt in Moggachs boek.

De tulpengekte lijkt een tijdlang slechts kleurrijke historische achtergrond, totdat doordringt wat Moggach voor ogen stond: een parallel tussen liefde en economie. Een oververhitte aandelenmarkt leidt tot even grote rampen als een oververhitte affaire. Als de ratio weer de overhand neemt, barst de zeepbel uiteen. Hoewel het ook zeer begrijpelijk is dat Sophia dolgraag wil ontsnappen aan haar passieloze huwelijk en de man die zijn geslachtsdeel een soldaatje noemt.