Zo stel je de ideale voetbalselectie samen: met kleuren

Donderdag sluit de transferperiode. Het financieel beperkte PEC Zwolle probeert de juiste mix te vinden in de selectie, met behulp van typologieën. „Als je te veel ‘groene’ spelers hebt, werkt het niet.”

De selectie van PEC Zwolle onder wie 1: Erik Bakker ('blauw'), 2: Philippe Sandler ('rood'), 3: Diederik Boer ('groen met rode trekjes'), 4: Dirk Marcellis ('blauw'), 5: Youness Mokhtar ('rood'), 6: Nicolás Freire ('rood'). Foto Gerrit van Keulen

Het is codetaal voor insiders. „Als we hier zeggen dat Mokhtar een rooie is, weten we: dat is een individualist, die gaat voor zichzelf, die kijkt niet achterom, die zegt: wij gaan die kant op, of je volgt me, of niet.” Aan het woord is Gerard Nijkamp, technisch directeur van PEC Zwolle. Het gaat over linksbuiten Youness Mokhtar.

Drie typologieën hebben ze bij PEC gedefinieerd om spelers te duiden. Rood staat voor kracht, recalcitrant, creatief, pakt regelmatig kaarten, is soms fenomenaal en soms ook niet. Tegenovergestelde is de blauwe speler, die controleert, organiseert, werkt gestructureerd, gaat voor zekerheid. De groene voetballer is loyaal, mensengericht, laat het initiatief aan anderen en volgt. „Als je er daar te veel van hebt, werkt het niet”, zegt Nijkamp.

Donderdag sluit de transferperiode voor de eredivisie, om 23.59 uur. Dan zit de belangrijkste taak van de technisch directeuren erop; het samenstellen van de selectie. De vraag aan Nijkamp: hoe formeer je de ideale selectie?

De juiste mix

Het is een onderwerp waarvoor de aandacht groeit. Een selectie is meer dan de optelsom van voetbaltechnische kwaliteiten, het moet een uitgebalanceerd geheel zijn; power en lichtvoetigheid, routine en jonge honden, individualisten en waterdragers. Kunst is de goede mix te vinden.

Zwolle is interessant in dezen. Teleurstellend vorig seizoen met een veertiende plaats, te veel jonge spelers, te veel huurlingen (zeven), te weinig PEC Zwolle-identiteit. Ofwel, een selectie uit balans. Er is ingegrepen deze zomer, vooralsnog met succes. Deze seizoensopening oogt de ploeg weerbaarder, onder nieuwe coach John van ’t Schip. Ongeslagen nog en een derde plaats na de zege op FC Twente zaterdag.

Veel middelen om te handelen op de transfermarkt heeft Nijkamp niet. Hij moet altijd zoeken naar transfervrije spelers. „Daar leven we van.” Hij heeft de beschikking over een spelersbudget (salarishuis) van 3,8 miljoen voor 23 selectiespelers. Het salarisplafond ligt op zo’n 200.000 euro. Ter vergelijking: bij Ajax ligt dat rond 1,5 miljoen euro, bij Feyenoord op 1 miljoen.

Typologieën als hulpmiddel

Met behulp van de typologieën kan worden gezocht naar de juiste balans op drie niveaus; in de selectie, in het basisteam en per linie. Nijkamp: „Je moet niet vier roden hebben in de verdediging, dan krijg je veel kaarten en hebben we een grotere selectie nodig.”

Ander voorbeeld. Het centrale verdedigingsduo wordt achterin gevormd door Dirk Marcellis en Philippe Sandler. Een complementair koppel, vindt Nijkamp. Marcellis is taakbewust, neemt verantwoordelijkheid, veegt zijn straatje schoon, en dat van zijn collega. „Hij is de gestructureerde werkende man die zegt: ik begin vanochtend aan mijn taak en om vijf uur ben ik klaar en is het geen rommeltje.”

Sandler is de ontdekker, speelt meer op intuïtie, neemt meer risico, zal eerder voor een solo of een dieptebal gaat. Ter illustratie: hij geeft in de eerste helft meer passes (70) dan alle spelers van Twente bij elkaar (69). Beredeneerd naar de typologieën is Marcellis ‘blauw’ en Sandler ‘rood’.

Hij is temperamentvol, speelt met lef. Ofwel: Freire heeft rode trekjes

Die kennis gebruikt Nijkamp in zijn transferbeleid. Dit weekend kwam de huur van de Argentijnse verdediger Nicolás Freire rond, als hij zich goed manifesteert en de concurrentie van Sandler wint zal hij een koppel vormen met Marcellis. „Hij is temperamentvol, speelt met lef”, zegt Nijkamp over de aanwinst. Ofwel: Freire heeft rode trekjes.

Nijkamp (47) gaat zijn zesde seizoen in bij PEC en staat bekend als vindingrijk. Hij was in beeld als technisch directeur bij de KNVB, maar de keuze viel op Hans van Breukelen. Hij wil benadrukken dat de typologieën slechts als hulpmiddel dienen, en niet dé methode is om te komen tot een geschikte selectie.

Over de persoonlijkheid van spelers wordt hij gevoed door mentaal teamontwikkelaar Joost Leenders van de Talentenacademie, die sinds vorig seizoen zes uur per week werkzaam is bij PEC. Leenders voert gesprekken met spelers en de technische staf, voor coaching en begeleiding.

Het ideale team

Waarom een speler doet wat hij doet brengt Leenders terug tot diens karakter. „Dat is waardevolle informatie voor mij”, zegt Nijkamp. „Bij het formeren van het ideale team weet ik dat ik hier niet alleen maar Dirk Marcellissen moet hebben. Want dan ben ik verdedigend wel goed georganiseerd, maar hoe wij willen spelen, met de opbouw van achteruit, missen we dan creativiteit. Ik zal er altijd een karakter naast moeten hebben die dat deel brengt.”

Leenders adviseert de technisch directeur tegen het eind van het seizoen wat voor soort persoonlijkheden de selectie in zijn ogen nodig heeft, voor het nieuwe jaar. Afgelopen seizoen was de analyse dat het te jeugdig en onervaren was. Er werd afscheid genomen van het model met veel jonge huurspelers. Nijkamp: „Die jongens zijn er wel, maar eigenlijk ook weer niet, na een jaar doen ze de hier de deur weer achter zich dicht.”

Er waren vorig seizoen zorgen over de saamhorigheid in de kleedkamer. Het typische PEC-gevoel – voor elkaar door het vuur in de wedstrijden en buiten het veld dingen ondernemen – was verdwenen. Met het terughalen van middenvelder Erik Bakker (blauw) en doelman Diederik Boer (groen met rode trekjes) – spelers die de identiteit van PEC kennen – is dat er weer. Nijkamp: „Als je een paar van die karakters erbij zet gaan andere jongens ook ander gedrag tonen, en wordt er opeens weer een kaartje gelegd.” Er zijn nu twee kaartgroepen.

Zoveel mogelijk van een onderbuikgevoel – dat is een goede speler die misschien bij ons past – naar ratio

Statistieken en de norm

Nijkamp kijkt bij het aantrekken van nieuwe speler ook of de statistieken naar de norm van PEC zijn. „Kom je wel boven die twaalf kilometer uit, wat gemiddeld hoort binnen de eredivisie voor een middenvelder?” En voor buitenspelers: hoe vaak zit je in de sprint boven een bepaald aantal kilometers, de high intensity runs. „Doordat wij een speelwijze hebben waarin backs opkomen, zijn die runs van twintig kilometer per uur of sneller erg belangrijk.”

Nijkamp pakt drie A4’tjes uit zijn map, de papieren compositie van PEC Zwolle voor dit seizoen. Eerste vel: alle selectiespelers, waar je ziet welke posities dubbel bezet zijn – zoals hij wil – en waar nog witte vlekken zitten. Tweede vel: een schaduwlijst, voor het geval er nog spelers vertrekken de komende dagen. Derde vel: een Excel-sheet met een groslijst van spelers waar PEC sluimerende interesse in heeft.

De typologieën, de expertise van Leenders, de data – het zijn Nijkamps handvatten bij de totstandkoming van deze documenten. Nijkamp: „Zoveel mogelijk van een onderbuikgevoel naar ratio.”