Column

Helemaal niemand vertrouwt elkaar meer

Deze zomer moest ik mezelf bewijzen. Niet op een heroïsche manier, maar juridisch. En niet tegenover de overheid, maar op de markt. Met papieren en officiële stukken moest ik aan betrokken marktpartijen aantonen wie ik was, wat ik wilde en waar ik woonde. Dat bleek gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Bij de opkomst van het marktdenken, in de achttiende eeuw, werd door economen nog nadrukkelijk gepleit voor betrouwbaarheid en vertrouwen in elkaar. Adam Smith, die in die jaren de grondslag legde voor de theorie van de vrije markt, voorspelde dat onderling vertrouwen belangrijker zou worden zodra markten zich ontwikkelden. Geen blind geloof in elkaars oneindige goedheid, maar het nuchtere vertrouwen dat je handelspartners de regels van het spel zullen volgen. Zonder zulk vertrouwen gaat de samenleving ten onder in voortdurend conflict en geschil.

In dit smithiaanse denken was intermenselijk vertrouwen een onmisbare kracht voor vooruitgang, voor handel en de opbouw van kapitaal. En om vertrouwen te wekken was allereerst betrouwbaarheid nodig, de bereidheid je aan afspraken te houden zonder dat een politieagent naast je staat en je dwingt. Hoe minder betrouwbaar we zijn, hoe minder vertrouwen we winnen, hoe meer politieagenten we nodig hebben, hoe hoger de transactiekosten en hoe onvrijer de markt. En precies op zo’n onvrije markt bevond ik mezelf dus opeens deze zomer.

Mijn handelspartner, laat ik het maar gewoon zeggen, vertrouwde me voor geen cent. Dat was vreselijk onverdiend, want handelspartner en ik deden al vijftien jaar zaken en al die tijd had ik me onberispelijk gedragen. Maar handelspartner wilde bewijzen zien. Alle, maar dan ook echt alle stukken die in alle archieven over mij worden bewaard. Ik probeerde nog mijn betrouwbaarheid in de strijd te gooien en nam mijn bril af, net als Roger LeClerc in de serie ’Allo! ’Allo!, om te laten zien wie ik was. „It is I, LeClerc.” Maar daar trapte handelspartner niet in.

Je hoort vaak zeggen dat moslims worden gewantrouwd sinds de aanslag op de Twin Towers. Dat fenomeen mag je best breder trekken. Sinds de financiële crises vertrouwt helemaal niemand elkaar meer. De overheid heeft haar geloof in ons verloren en onderling neemt ons krediet ook snel af. Ik keek verbijsterd naar de ontelbare vragen en eisen die handelspartner me stelde. Tja, legde een deskundige uit, op de markt houden contractanten elkaar prompt aansprakelijk voor alles wat tegenvalt. Vandaar de moderne roep om bewijzen, bronnen, stukken, papieren, gegevens, handtekeningen en bestanden.

Nou, vooruit. Ik dus het wachtwoord van mijn DigiD opsnorren om te bewijzen wie ik was. Maar ik wist intussen ook dat de betrouwbaarheid van de officiële registers halverwege de zomer was gaan wankelen. De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens had laten weten dat de Basisregistratie Personen allerlei fouten bevat en ‘dubbelinschrijvingen’. Een econoom op Twitter reageerde instemmend. „Wij vonden in 2007 58.000 dubbele BSN’s in de loonaangifte.”

Handelspartner leek niettemin alle gegevens die ik hem stuurde blindelings te accepteren, zolang ze maar niet van mijzelf afkomstig waren. Hij beschermde zich tegen mijn onbetrouwbaarheid met een systeem van wantrouwen, politieagenten en oplopende transactiekosten. Ik stuurde gegevens waarvan handelspartner en ik allebei wisten dat ze geen nut hadden. Ik communiceerde onveilig per mail, en wie weet wie zich er onderweg mee bemoeide. Ik stuurde beweringen over mijn situatie die overduidelijk onwaar waren, maar die vanzelf waar werden omdat ze in de registers stonden. En hoe meer ik me bewees, hoe meer ik me een oplichter voelde.

Marktpartijen denken tegenwoordig dat je mensen beter leert kennen op basis van externe bewijzen – hun registergegevens en hun muiskliks – dan door met ze te leven. De krant hoeft u niet langer te vragen wat u van mijn inbreng vindt, dat concludeert ze vanzelf wel uit het aantal minuten dat uw muis boven mijn hoofd hangt en het vuur waarmee u op mij klikt. Maar deze zomer besloot multinational Procter & Gamble, fabrikant van luiers en een van de grootste adverteerders ter wereld, zich terug te trekken uit de wereld van de muiskliks, omdat te veel daarvan nepkliks bleken te zijn.

Al met al is de wijze les van Adam Smith nog steeds actueel. Voor een vrije markt en zo laag mogelijke transactiekosten zijn betrouwbaarheid en vertrouwen onmisbaar. Aan het begin van het nieuwe seizoen heb ik daarom besloten u radicaal te vertrouwen op deze dynamische markt voor uitwisseling van ideeën. Zolang het tegendeel niet is bewezen, veronderstel ik dat u geen nepklik bent, maar een mens.

Maxim Februari is jurist en columnist.