Duitse luchtafweer komt onder Nederlands bevel

Defensie De Nederlandse en Duitse strijdkrachten werken steeds nauwer samen. De systemen voor luchtafweer worden geïntegreerd.

Foto ter illustratie: Op het NAM-terrein wordt een luchtafweerraket geplaatst voor de Nuclear Security Summit (NSS) in Den Haag. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Nederland en Duitsland gaan een verregaande militaire samenwerking aan op het gebied van luchtverdediging. De Nederlandse commandant der strijdkrachten Tom Middendorp ondertekent deze dinsdag samen met zijn Duitse collega Volker Wiekel een overeenkomst om de luchtafweersystemen van beide landen samen te voegen.

Daardoor komt de Duitse afweer onder bevel te staan van de Nederlanders. Beide landen gaan daarnaast onderzoek doen naar de bestrijding van drones en raketten in een nieuw op te richten kenniscentrum. Ook moeten kennis en regelgeving samengevoegd worden. De Duitse eenheid, bestaande uit driehonderd militairen, blijft in Duitsland gevestigd, maar gaat Defensie wel met manschappen ondersteunen.

De integratie van luchtafweersystemen is een volgende stap in de steeds nauwer wordende militaire samenwerking tussen beide landen. Zo heeft een Nederlandse brigade het bevel over een Duits tankbataljon, terwijl de brigade zelf is ondergebracht bij een Duitse pantserdivisie. Daarnaast werken tweeduizend Nederlandse soldaten samen met Duitse soldaten in een speciaal daarvoor opgerichte interventie-eenheid. En sinds 2016 wordt de Duitse marine ondergebracht bij haar Nederlandse collega’s.

Verouderde luchtmacht

Begin 2016 ondertekenden de Nederlandse en Duitse ministers van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) en Ursula von der Leyen (CDU) een overeenkomst die de samenwerken verder intensiveert. Voor Hennis is militaire samenwerking binnen Europa een belangrijk speerpunt.

Volgens het Nederlandse ministerie van Defensie zijn de samenwerkingen nodig vanwege „uitdagende missies, bezuinigingen en reorganisaties” in beide landen. Zo is de Duitse luchtmacht verouderd, terwijl Nederland zijn tanks niet meer kan onderhouden.

Bovendien zouden de kosten van een luchtafweersysteem te hoog zijn om door één land in stand gehouden te worden. Middendorp: „Het gaat immers om een dure en technologische hoogwaardige capaciteit.”