Column

‘We zijn er bijna!’ blijft tv in de laagste versnelling

Zap

Het reisprogramma van Omroep Max is zulke ontspannen tv dat het een klap in het gezicht is van iedereen die nog maanden moet werken voor hij weer op vakantie kan.

Donkere wolken in 'We zijn er bijna!' (Omroep Max)

We zijn weer thuis, maar de televisie slaat ons om de oren met vakantie. Terwijl we de bittere nasmaak van de eerste kantoorkoffie nog in onze mond voelen, krijgen we de ene na de andere nieuwe reisbestemming aangeboden.

De BBC ging maandagavond naar Kenia, India en Pakistan. De VRT volgde in het geweldige De helden van Arnout de voetsporen van de ‘vergeten Vlaming’ Joseph Abbeel, soldaat in het leger van Napoleon, dwars door Rusland. Daarna volgde de woeste natuur van Mexico. RTL 4 ‘deed’ Chili. De Fransen van TV5 besteedden anderhalf uur aan de schoonheid van, u raadt het: Frankrijk. En dan had de leunstoeltoerist nog een dagje vrij dankzij de rustdag in de Vuelta a España, een wielerkoers die na een week al beslist is, maar die nog twee weken sneller langs prachtplaatsen leidt dan God campings kan boeken.

Maar het pijnlijkste contrast is dat tussen de werkweek die zich weer in gang trekt en de reis die een groep ouderen nu al weken maakt door Ierland in We zijn er bijna! (Omroep Max). Het levert über-vakantietelevisie op. Het scharrelen van de gepensioneerden wordt in de laagste versnelling gedocumenteerd: een wasje hier, een borreltje daar, jeu de boules in het gras.

Het terugkerende spektakelstuk is het moeizaam inparkeren van de caravans en campers op elke nieuwe camping. We krijgen uitleg over een campingcentrifuge („Made in de DDR”, roept de eigenaresse enthousiast) en zien de toeristen stoppen bij het beeld van de reus van Connemara, een beeld uit 1999, geplaatst ‘for no apparent reason’. Verdere toelichting: „On this site in 1897 nothing happened.” Was de wereld altijd maar zo! De bejaarde beslommeringen worden doorsneden met beelden van Ierse rotsen, Ierse schapen en een Iers strand dat 33 jaar geleden wegspoelde en dit voorjaar plotseling weer verscheen. Het lokken van toeristen zal een rol spelen in het business model van We zijn er bijna!.

Want hoe aanstekelijk is het om een man zijn uitzicht op de grijze, grijze zee te horen prijzen. Het heeft de hele dag geregend en de kampeerder komt tot de onsterfelijke conclusie: „Water is maar water natuurlijk.” We zijn er bijna! is zulke ontspannen televisie, dat het een klap in het gezicht is van iedereen die nog maanden moet werken voor hij weer op vakantie kan – of nog jaren voor hij met pensioen kan. Voor wie ‘er’ nog lang niet is. Eigenlijk zou het verboden moeten worden.

Klaverfilm

Daarna hakte de realiteit er hard in bij Jinek (KRO-NCRV). Daar zagen we hoe filmmaker en voormalig GroenLinks-employee Joey Boink tussen de wielen van de incompetentie van BNNVARA is geraakt. De kern van de zaak is simpel. Een Klaverfilm op basis van materiaal dat in loondienst van een politieke partij is geschoten is niet iets waar een publieke zender zijn tijd of geld aan moet besteden. Het is onbegrijpelijk dat ze dat bij de omroep niet eerder hadden bedacht. Zondag werd de boel alsnog afgeblazen. Terecht, maar sneu voor Boink, die steeds open was over zijn positie.

De directeur van de omroep, Gerard Timmer, zat niet aan tafel, maar zei in een reportage dat hij pas donderdag van de achtergronden hoorde. Laten we aannemen dat dat waar is. Dan was het chiquer geweest als Timmer zich daar niet achter had verscholen en gewoon de beoordelingsfout van zijn organisatie had toegegeven. Laat BNNVARA de rechten snel verkopen, zodat Jesse in elk geval de openbaarheid in kan. Anders komen we uit bij de oplossing van Sophie Hilbrand (óók BNNVARA), die Boink vroeg: „Heb je zelf een linkje, dat je zegt: ooh, ik heb hem online gezet!”