Demarrage

Mijn vrouw heeft net boodschappen gedaan en rijdt met volle fietstassen naar huis. Onderweg passeert ze twee jongens van een jaar of vijftien, type kakker, op omafietsen. Als ze net voorbij is, zegt een van hen: „Daar baal ik zo van, die ouwe taarten op van die elektrische fietsen die je inhalen”.

Mijn vrouw knijpt meteen in de remmen, gaat naast ze rijden en bijt ze toe: ‘Eén, ik ben geen ouwe taart en twee, dit is geen elektrische fiets. En met mijn oren is trouwens ook niets mis. Dag hoor, jongens!”

Ze krijgen een kleur en mompelen iets wat op excuses zou kunnen duiden, maar mijn vrouw hoort ze al niet meer. Ze plaatst een splijtende demarrage.

Ikjes (maximaal 120 woorden) insturen via ik@nrc.nl