Het kinderschrift is onleesbaar geworden

Schrijfonderwijs

Handschriften gaan achteruit. Is dat erg, in een tijd van computers en tablets? Wie met de hand schrijft in plaats van te typen, gebruikt zijn hersens beter.

Schrijfonderwijs heeft geen hoge prioriteit, bleek uit onderzoek van de de onderwijsinspectie in 2010. Dat geldt zowel op de basisschool als op de pabo. Foto Roos Koole, schrijfschriftjes uit de collectie van het Nationaal Onderwijsmuseum

Wat zijn hoofdletters eigenlijk? Pedagogisch medewerker Kim Kluijtmans kreeg die vraag laatst op de buitenschoolse opvang, van kinderen van tussen de zes en twaalf jaar oud. Die grote letters aan het begin van elke zin, antwoordde ze. „O ja!”, zei een van de kinderen. „Die maakt de computer vanzelf.”

Handschriften gaan achteruit, zeggen leraren en schrijftherapeuten. Hoofdletters en punten verdwijnen, het verschil tussen blok- en schrijfletters kennen sommige kinderen niet meer en aantekeningen zijn moeilijk te ontcijferen – ook voor leerlingen zelf. „Ze schrijven kriskras tussen de regels, hun woorden dansen en het is vaak praktisch onleesbaar doordat er geen duidelijke structuur in de opbouw van de letters zit”, zegt Miriam Piters, docent Nederlands op het Montessori Lyceum Rotterdam. De laatste jaren ziet ze vaker eerstejaarsleerlingen die niet goed hebben leren schrijven.

Wetenschappelijk bewijs voor het verslechterende handschrift is er niet. Wel is uit onderzoek bekend dat één op de drie leerlingen schrijfproblemen heeft.

En er zijn aanwijzingen. Zoals het toegenomen aantal dyslexieverklaringen: op sommige scholen heeft 20 procent van de leerlingen zo’n verklaring, terwijl een percentage van rond de 5 à 10 procent volgens wetenschappers normaal zou zijn. Ook bezoeken meer leerlingen een schrijftherapeut voor hulp.

Tijs van Ruiten, directeur van het Onderwijsmuseum in Dordrecht, dat een grote collectie schrijfschriften heeft, ziet de schriften in de loop der tijd slordiger worden. Begin en halverwege vorige eeuw waren ze nog keurig beschreven met de kroontjespen: gelijkmatige letters, precies tussen de lijntjes. „Schrijven was toen de hele schooltijd een belangrijk vak”, zegt Van Ruiten. „Maakte je een dictee, dan werd dat ook beoordeeld op het handschrift.”

Tegenwoordig leren kinderen wel goed schrijven, zegt hij, maar daarna is er in de klas weinig aandacht meer voor. „Het gaat mis in de automatisering.”

Onderwijzers leren zelf ook steeds minder goed met de hand schrijven

Ook Barbara Klaassen, schrijfdocent op pabo De Kempel in Helmond, ziet dat. „In de bovenbouw van de basisschool gaat het schrijven vaak als eerste aan de kant. Terwijl een handschrift zich dan nog moet ontwikkelen, in snelheid en leesbaarheid.” In een onderzoek uit 2010 schrijft de Inspectie van het Onderwijs dat schrijfonderwijs over het algemeen geen hoge prioriteit heeft. „Als ik in tijdnood zit”, zegt een bovenbouwdocent, „is schrijfvaardigheid het eerste dat ik schrap.”

Doordat pabo-opleidingen minder tijd aan schrijfonderwijs besteden, zegt Klaassen, leren toekomstige onderwijzers zelf minder goed schrijven. Daardoor ontbreekt het veel leerlingen aan een goed voorbeeld. Dat, denken deskundigen, zou weleens de oorzaak van die vele dyslexieverklaringen kunnen zijn. „Mensen die niet goed kunnen schrijven”, zegt Klaassen, „zijn vaak didactisch verwaarloosd in het schrijfonderwijs.”

Laptops

Natuurlijk worden ook laptops en iPads als boosdoeners genoemd. Docent Duits Gerard Mans merkt dat tegen kinderen met een onleesbaar handschrift inderdaad sneller wordt gezegd: gebruik maar een computer.

Zelf ziet Mans waarde in handgeschreven opdrachten. „Stel dat een leerling vrachtwagenchauffeur wordt en met gevaarlijke stoffen gaat rijden. Hij krijgt een ongeluk, moet een formulier invullen voor de politie maar het is onleesbaar. Dat kan toch niet?”

Arie van der Vlies, die biologie en het praktijkvak ‘groen’ doceert aan de bovenbouw van het vmbo op het Van Lodenstein College in Hoevelaken, somt de voorbeelden ook zo op. Leerlingen die in een bloemenzaak gaan werken, moeten kaartjes kunnen schrijven. Een hovenier moet de wensen van de klant noteren voor een offerte. In een zeugenhouderij moet je opschrijven welke medicijnen aan de biggen zijn toegediend. „Ik denk: als je goed schrijft, kun je altijd communiceren. Je bent dan niet afhankelijk van techniek.”

Ook voor de motorische en cognitieve ontwikkeling is schrijven belangrijk, zegt Ria Nijhuis-van der Sanden, hoogleraar paramedische wetenschappen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. „Een taal leren doen we door beelden te vormen bij de klanken die we horen”, zegt ze. „Dat inprenten in je brein gebeurt al schrijvende. Je kunt alleen maar leren door te doen.”

Hoe beter het handschrift, hoe beter de inhoud van de aantekeningen

In het begin is schrijven nog een soort tekenen: losse elementen, een soort weggetjes, worden samen de letter. Daarna wordt dat stel figuurtjes achter elkaar een woord: boom. Dan leer je dat er een volgorde van de letters moet zijn. En zo ontwikkel je een woordbeeld: je leest ‘boom’ en denkt aan een bruine stam met takken en bladeren.

„Je leert woorden door te horen, te praten, te schrijven en te lezen”, zegt Nijhuis-van der Sanden. „En hoe meer die kanalen aan elkaar gekoppeld zijn, hoe beter het beklijft.” Al typend een woordbeeld leren is daarom moeilijker: je maakt de beweging van de letters niet met je hand.

Bovendien onthoud je iets beter wanneer je het opschrijft dan wanneer je het typt, blijkt uit onderzoek. En hoe beter het handschrift, hoe beter de inhoud van de aantekeningen.

Ook leerlingen hebben dat in de gaten, zegt docent Gerard Mans. Als ze woorden leren, schrijven ze die op. En toen de school waar hij werkte een paar jaar geleden overging op tablets, vroegen leerlingen na een paar weken tot zijn verbazing of ze weer mochten schrijven. „Vooral de meiden, die willen overzicht houden. Dat gaat beter met pen en papier.”