De man van de kettingzagen en de klopgeesten

Tobe Hooper 1943-2017

De Amerikaanse regisseur schreef horrorgeschiedenis met The Texas Chain Saw Massacre en Poltergeist, al wordt het auteurschap van die laatste film hem betwist.

Tobe Hooper in 2006 bij de première van Texas Chainsaw Massacre: The Beginning, een van de opvolgers van zijn baanbrekende horrorfilm uit 1974. Foto AFP/Getty Images/Michael Buckner

Geen een is er zo angstaanjagend als Leatherface.

De jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw brachten een reeks gruwelschurken voort die tot op de dag van vandaag opduiken in tientallen sequels, prequels, spin-offs, hommages en doodgewone nachtmerries van filmliefhebbers met net iets te veel voorstellingsvermogen. Denk maar aan Michael Myers uit Halloween (John Carpenter, 1978), Jason Voorhees uit Friday the 13th (Sean S. Cunningham, 1980) en Freddy Krueger uit A Nightmare on Elm Street (Wes Craven, 1984). Stuk voor stuk krankzinnige griezels die het leven in suburbia een stuk minder veilig maakten, en het gezin als hoeksteen een doodsteek toedienden.

Maar de iconische Leatherface was niet alleen de eerste engerd die het trauma van Vietnam, de teloorgang van de bloemenkinderen en de Amerikaanse familiewaarden met zijn beroemde kettingzaag te lijf ging. Hij is en blijft ook de naarste.

Hij heeft geen gezicht – behalve dat masker dat hij uit de huid van zijn slachtoffer naait. En hij heeft geen motieven. Hij staat achter elke deur die je opendoet en dan is het voor rennen of om hulp schreeuwen eigenlijk al te laat. Het lowbudget (voor minder dan 300.000 dollar) geproduceerde The Texas Chain Saw Massacre was het alfa en omega van horrorregisseur Tobe Hooper.

Het was niet de enige film waaraan hij meewerkte, en zeker niet de enige baanbrekende. Maar als later dit jaar de prequel Leatherface zijn bioscooppremière beleeft, dan gaat het toch weer daarover. Over hoe hij met een clubje onbekende acteurs in een week een film opnam over een kannibalistische familie, waarmee hij naam en faam wilde vestigen, de wereld wakker wilde schudden en waar we veertig jaar later nog niet over zijn uitgepraat. De in 1943 in Austin, Texas geboren filmmaker overleed afgelopen weekend op 74-jarige leeftijd in Californië. De doodsoorzaak is niet bekendgemaakt.

The Texas Chain Saw Massacre is niet alleen een mijlpaal in de filmgeschiedenis – om z’n zenuwslopende spanningsopbouw, z’n tergende sounddesign met die mix van schril gegil en die snerpende kettingzaag, en die gruis-grauwe hectische 16mm-beelden waardoor je godbetert nog gaat denken dat deze op de beruchte seriemoordenaar Ed Gein gebaseerde serie wreedheden (zonder nepbloed, maar met emmers suggestie) voor je ogen live werden uitgevoerd. Het genre van de slasher was geboren. De film was om al die redenen ook controversieel: was hij immoreel, exploitatief, of juist een tonicum tegen terreurfantasieën? In veel landen werd hij verboden. En ook in Nederland was hij pas enkele jaren na verschijnen voor het eerst te zien.

Geen trek in ‘E.T.’

Net als collega-horrorfilmers Carpenter, Craven en David Cronenberg stootte Hooper in de jaren tachtig door van de underground naar de mainstream. Zeker toen hij het door Steven Spielberg geschreven en geproduceerde Poltergeist (1982) in de schoot geworpen kreeg. Het verhaal gaat dat Spielberg hem eerst E.T. aanbood, dat Hooper er geen trek in had en toen Spielbergs geesteskind Poltergeist mocht regisseren, over een typisch Amerikaanse voorstadfamilie die in hun nieuwe woning geplaagd wordt door klopgeesten. Hoe precies de rolverdeling op de set was, is lang voer geweest voor speculatie. Spielberg heeft er discreet het zwijgen toe gedaan, maar fans wisten het zeker: de regisseur van E.T. regisseerde gelijktijdig ook Poltergeist. Eerder deze zomer gaf assistent-cameraman John Leonetti, broer van director of photography Matt in podcast Shock Waves uitsluitsel: het was wel degelijk Spielberg geweest die alle belangrijke beslissingen had genomen.

De geruchten rondom de film waren eerder al aanleiding voor Hoopers tanende carrière, hoewel hij films voor de bioscoop en tv bleef maken en ook bij de latere incarnaties van Leatherface betrokken bleef, al was het alleen maar als adviseur. In de jaren tachtig leverde hij nog eenmaal zo’n genrevernieuwer af: de miniserie Salem’s Lot (1979) naar het gelijknamige verhaal van Stephen King over een vampierinvasie in een ingeslapen dorpje.

Ook hier weer Hoopers handelsmerk: spanningsopbouw de luxe, plus dat hij nu de tijd heeft (en neemt) om zijn personages eerst heel gedetailleerd neer te zetten alvorens ze aan stukken te laten scheuren.