Column

Zomergasten: Claudia de Breij is beter als ze kwaad is

Zomergasten

In de laatste Zomergasten van het seizoen leverde Claudia de Breijs gevoel voor controverse meer op dan haar verlangen naar harmonie.

Claudia de Breij in gesprek met generatiegenote Janine Abbring (VPRO).

Anger fuels the comedy’ zei de Amerikaanse comédienne Joan Rivers ooit. Claudia de Breij, gewapend met de schoenen van haar succesvolle oudejaarsconference, haalde het citaat zondagavond een paar keer aan. En ze liet zien hoe haar eigen pad van kwaadheid naar humor loopt, wat de laatste Zomergasten van het jaar een vliegende start gaf.

Want kwaad is De Breij. Haar woede kwam vooral naar voren naar aanleiding van de Netflix-documentaire Get me Roger Stone over de Amerikaanse lobbyist die al sinds president Reagan aan talloze, vooral Republikeinse touwtjes trekt en nu een spin in het web is in Trumpland. Gewoon het spel volgens de regels spelen, is Stones adagium. Dus diende hij jarenlang de belangen van verschillende dictators die iets wilden bereiken in Washington, gewoon omdat hij er zelf rijk mee kon worden. Iets illegaals had hij nooit gedaan en dus niks immoreels, vond hij zelf.

„Ja… Nee dus!” riep De Breij (1975) verontwaardigd uit. Ze vertelde hoe ze veel eerder dan ze zelf had verwacht weer aan een nieuwe voorstelling begonnen is. Opgejaagd door de wereld van mannen als Stone en Trump. Als tegengif liet De Breij („Ik ben gewoon een ontzettende moralist”) een geweldige toespraak van een jonge Michelle Obama zien, begin 2008 in Iowa, nog niet door mediatrainers bijgepunt.

„De meest beangstigende dingen kunnen het beste in de vorm van een hele harde grap.” De hardste grap die De Breij had uitgekozen kwam van de Amerikaanse animatieserie South Park, waarin de makers zakenvrouw Martha Stewart opvoerden terwijl deze zich wijdbeens bekwaamde in het laten van vaginale scheten met glitters. De Breij vond het geweldig en vertelde hoe ze in de loop der jaren had geleerd om de grappen die ze in de kleedkamer maakte, ook op het podium te durven maken. Het verleidde presentator Janine Abbring tot wat weerwerk: „Jij bent toch behoorlijk braaf?” Volgens De Breij had dat met perceptie te maken: „Ik ben nu eenmaal ‘die goedlachse blondine’. Dus kan ik de vreselijkste dingen zeggen.”

Toen in de loop van de uitzending de woede uit beeld verdween, zakte de avond wat in. Aan de kwaliteit van de fragmenten (André van Duin, Annie M.G. Schmidt, Wim Kan, De kinderen van Juf Kiet) lag het niet, maar verrassend waren ze niet; waarschijnlijk ook niet meer voor De Breij zelf.

Abbring had met haar generatiegenote De Breij een soepeler gesprekspartner dan met de anekdotenvrezende bioloog Frans de Waal vorige week. Ze verbaasde zich soms over de onbevangenheid van de cabaretière. Dat zag je vooral bij de beelden van de jonge vader die vorig jaar opzien baarde bij een bezoek van Geert Wilders aan Spijkenisse. Daar schold de man, peuter op de arm, een groep vrouwen de huid vol. Zij verlangden volgens hem naar een ‘refugee-piemel’. PowNed filmde hem later thuis, Nijntje voorlezend en liefdevol spelend met zijn kind.

Heel bijzonder was die reportage niet, maar De Breijs verwondering over deze vader met twee gezichten en haar bewondering voor de makers van het item zijn tekenend voor haar wereldbeeld. Ze toonde zichzelf als iemand die de confrontatie niet schuwt, maar bij wie die altijd in dienst staat van het pad naar grotere harmonie.

Dat bleek ook uit wat ze schoorvoetend vertelde over haar eigen coming out. Haar moeder had aanvankelijk moeite met de homoseksualiteit van haar dochter, maar juist de ruzies hadden een waarachtig contact mogelijk gemaakt. De Breij weet zelf dat ze soms wat ‘Happinez-achtig’ kan klinken.

In de praktijk van zondagavond leverde De Breijs gevoel voor controverse meer op dan dat verlangen naar harmonie. Die laatste kwam dan wel weer aanstekelijk in beeld bij de aftiteling, toen Abbring en De Breij hun schoenen uittrokken en naar de rand van de gezonken caravan in het midden van het decor liepen. Daar staken zij hun voeten in het water om een geslaagd Zomergastenseizoen vrolijk weg te spetteren.

Dit is de eerste recensie van onze nieuwe televisiecriticus Arjen Fortuin