Recensie

Boris Giltburg heeft het orkest niet mee

In het Tweede pianoconcert van Rachmaninov mikte Boris Giltburg op een geraffineerd spel met uitersten.

Foto Sasha Gurov

Pianist Boris Giltburg heeft iets met repertoire van Russische bodem. Zijn jongste cd vulde hij met een zinderende uitvoering van Sjostakovitsj’ Pianoconcerten. Een jaar eerder gooide hij hoge ogen met een opname van onder meer Rachmaninovs Études-tableaux. Bij de Robeco SummerNights in Het Concertgebouw verscheen zondagavond opnieuw Rachmaninov op de lessenaars. Met het Residentie Orkest onder Nicholas Collon zette Giltburg zich aan het Tweede pianoconcert.

‘Rach Twee’, in de volksmond, is muziek met het laat-romantische hart op de tong. Virtuoze spierballenpassages gaan er hand in hand met lyrische ontboezemingen in klank – altijd met een sublieme melodielijn als bindmiddel.

Leidt die combinatie bij mindere goden al snel tot gezwollen sentiment of patserige klavierleeuwerij, Giltburg mikte op een geraffineerd spel met uitersten. Neem de openingsmaten (piano solo) die in zijn handen een grote dynamische reikwijdte kregen: van fluisterzacht aanzwellend tot een daverende klokslag. Even makkelijk schakelde hij tussen kwikzilverachtige notenslierten, dromerige melodieën met een fluwelen touché en percussief spel in de reprise.

Helaas werkte het Residentie Orkest aanvankelijk niet erg mee. Stroperige fraseringen en een optelsom van kleine onvolkomenheden werkten een troebele orkestklank in de hand. In combinatie met een suboptimale balans is het niet verwonderlijk dat Giltburg herhaaldelijk kopje-onder ging. Pas tegen het einde van het tweede deel vonden solist en orkest elkaar in een magische reprise van het Adagio-thema. Het moment vormde de opmaat tot een vlijmscherpe scherzando-finale.

In Tsjaikovski’s Vierde symfonie speelde het Residentie Orkest als herboren. In het eerste deel lieten de hoorns en trombones een knetterend noodlotsignaal schallen, terwijl Collon heetgebakerde passie door de noten joeg. Niettemin bleven de motiefstapelingen in de doorwerking transparant.

Ook de finale stond onder hoogspanning, dankzij met chirurgische precisie uitgevoerde montages. In het langzame tweede deel vonden weelderige tuttipassages een sprekend contrast in intieme een-tweetjes tussen strijkers en hout.