BNNVARA wil docu ‘Jesse’ echt nergens laten zien

Zondag blies de omroep al de NPO 2-uitzending af. Of de rechten nu teruggaan naar de makers, is nog onduidelijk.

BNNVARA gaat de documentaire Jesse, over GroenLinks-leider Jesse Klaver, „op geen enkel platform” uitzenden. Dat zegt omroepdirecteur Gerard Timmer. Zondag al kwam naar buiten dat de geplande uitzending op NPO 2 op maandag 4 september geannuleerd was.

De film zal dus ook niet aanstaande zondag te zien zijn in bioscoop Pathé Rembrandt, waar een voorvertoning gepland stond. GroenLinks kondigde dat evenement, met een ‘Q&A’ met partijleider Jesse Klaver en documentairemaker Joey Boink, afgelopen donderdag aan. De 450 beschikbare kaarten waren binnen een uur vergeven.

Volgens Timmer is nog niet besloten of de rechten nu worden teruggegeven aan de makers. Janneke Doolaard, producent van Doxy, liet maandag in een verklaring weten het „teleurstellend” te vinden dat het publiek de film nu niet te zien krijgt. „Hopelijk vinden we alsnog een mogelijkheid, want daar is veel vraag naar.”

Bevriend met Klaver

Jesse is een documentaire die Boink maakte van 75 uur beeldmateriaal, opgenomen tussen juni 2016 en mei 2017, toen hij voor de campagne van GroenLinks werkte als ‘beeldvoerder’. Hij verzorgde in die periode korte filmpjes voor de socialemedia-kanalen van de partij, maar filmde ondertussen veel meer materiaal. De twee raakten „bevriend”, schreef Klaver vorige week in een GroenLinks-nieuwsbrief. Boink had Klaver dicht op de huid gezeten tijdens de campagne, de mislukte formatiepoging van VVD, CDA, D66 en GroenLinks en bij de moeilijke periode na de dood van Klavers moeder.

Zes maanden geleden liet Boink Klaver weten dat hij van de opnames een documentaire wilde maken. Dat zou onafhankelijk van GroenLinks gebeuren, in samenwerking met producent Doxy. Per 1 mei ging Boink uit dienst. Doxy benaderde daarna BNNVARA.

„Wij zijn dus later ingestapt”, zei Timmer maandag, „op het moment dat nagenoeg al het materiaal al was gedraaid”. Voor het verdere verloop van de totstandkoming werden voorwaarden gesteld: de omroep zou toegang krijgen tot al het ruwe materiaal en volledige eindredactionele verantwoordelijkheid krijgen. GroenLinks zou geen inzage of invloed hebben op de montage en Boink zou in de eerste scène van de docu duidelijk maken wat zijn relatie met de partij was.

Kritiek speelde ‘geen rol’

Toch besloot BNNVARA de docu alsnog níet uit te zenden. Die beslissing viel acht dagen van tevoren, en kwam na kritiek van onder meer Martin Bosma (PVV) en Thierry Baudet (Forum voor Democratie). „NPO laat alle schijn van objectiviteit varen”, zei die laatste donderdag in een tweet, toen de uitzending op de seizoenspresentatie werd aangekondigd door de omroep.

Timmer zegt dat de kritiek „geen rol” speelde in de beslissing. „Die kwam uit duidelijke en goed te plaatsen hoek. Onze programma’s maken vaker scherpe reacties los. Dat kan ook bijna niet anders gezien ons progressieve karakter.” Het ging hem, zegt hij herhaaldelijk, om „de betrouwbaarheid, integriteit en journalistieke onafhankelijkheid van BNNVARA en de NPO”.

Heikel punt

Het is niet nieuw dat publieke omroepen documentaires over politici uitzenden. De VPRO bracht in 2007 De Wouter Tapes, over PvdA-leider Wouter Bos, en in 2016 De Europeaan, over Eurocommissaris Frans Timmermans. De VARA deed het eerder met Emile Roemer: tussen pieken en peilen, over de partijleider van de SP.

Het heikele punt bij Jesse, zegt Timmer, was het feit dat Boink tijdens het maken van de opnames in dienst was bij GroenLinks. („We kunnen niet controleren op welke momenten hij de camera heeft uitgezet”, zei hij daar zondag over op Radio 1.) Hij nam onlangs zelf pas kennis van de voorwaarden waaronder de samenwerking met producent en maker tot stand waren gekomen. Volgens Timmer heeft BNNVARA de beslissing om toch niet uit te zenden „eigenstandig” genomen, maar wel „in samenspraak met de NPO”.

Boink, die maandagavond bij Jinek te gast is, zei zondag tegen NRC dat hij het besluit „opvallend” vond. „Er is in de afgelopen week niets veranderd ten opzichte van het moment dat we de afspraken over de documentaire maakten.”