Recensie

Bij het Festival Oude Muziek wordt iedereen uit zijn comfortzone gehaald

Ondanks het saaie begin is er veel moois te beleven tijdens het Festival Oude Muziek in Utrecht. Onder andere een confronterende voorstelling over vluchten.

Tijdens Musica Fugit hoor je onder andere muziek in een parkeergarage. Foto Marieke Wijntjes

Het begint onschuldig en voor fans van oude muziek vertrouwd. Een kerk, een klavecimbel en sopraan Emma Kirkby (68) die zingt van verlating en verlangen. Maar dan zwaaien de deuren open. ‘Vluchtelingen’ struikelen naar binnen; koffers worden op een hoop gegooid. En vrijwel meteen word je als toeschouwer óók meegesleurd, letterlijk, op een tweeënhalf uur durende zwerftocht door kerken, stegen, privéhuizen en parkeergarages die je even moet laten voelen hoe het is om op de vlucht te zijn.

Musica Fugit door straattheatercollectief Kamchatka en elf barokmusici is een confronterende voorstelling, een soort interactief historisch muziektheater tijdens het Festival Oude Muziek in Utrecht. Zelden zal het op dit festival zijn voorgekomen dat aan bezoekers vooraf een goede conditie en stevige schoenen als voorwaarden werden gesteld – en niet voor niets. De zwijgende acteurs met hun borende blikken en dwingende handen jagen de bezoekers in losse groepjes langs verscheidene locaties in de stad, rennend in een mensenslinger, bukkend, struikelend – om bij een hompje brood dan weer even tot rust te mogen komen in een grachtenkamertje waar Emma Kirkby ‘Danny Boy’ zingt, met Sofie vanden Eynde op theorbe.

Je kunt dit soort participatietheater decadent of bizar noemen, en in de stralende ochtendzon rondsluipen met vijf zwetende wildvreemden onder één kartonnen doos terwijl echte daklozen je meewarig nastaren voelt zéker zo. Maar Musica Fugit slaagt wel in de opzet: alle toeschouwers (ook de aanvankelijk jolige of weigerachtige) worden uit hun comfortzone geduwd en aan het heftige einde is er een oprecht gevoel van saamhorigheid.

De voorstelling Musica Fugit door straattheatercollectief Kamchatka.
Foto’s Marieke Wijntjes

Het openingsconcert vrijdag verliep daarentegen nogal saai en slordig. Veertig jaar lang werd er in Utrecht gesteggeld over de wenselijkheid van een orgel in de Grote Zaal van Vredenburg. Toen werd consensus bereikt over een polderoplossing: geen groot symfonisch orgel maar een kleiner barokorgel, dat het architectonisch concept van Herman Hertzberger niet schaadt.

Voor zo’n compromis is veel te zeggen: het instrument klinkt helder, fraai en veelzijdig en in geen enkele andere concertzaal kan nu zó authentiek barokmuziek worden gespeeld: met een continuo-orgel op groot formaat.

Het nieuwe orgel van Vredenburg, bespeeld door artist in residence Lorenzo Ghielmi. Foto Foppe Schut

Het nieuwe orgel werd eerst solistisch ingespeeld door artist in residence Lorenzo Ghielmi, maar diens brokkelige Bach-spel wekte nog erg de suggestie van een try-out. Ook in de daarna gespeelde cantates (BWV 35 en 79) hielden Ghielmi, het ensemble La Divina Armonia en het koor van het Salzburger Bachgesellschaft vast aan een afgemeten, gedateerd aandoend soort bibliotheekbarok waarin elk woord een accentje kreeg – en daardoor geen enkele zin vleugels.

Een sfeerimpressie van de opening van het Festival Oude Muziek.

In groot contrast daarmee gijzelde de jonge klavecinist Benjamin Alards in Bachs Clavier-Übung zaterdag zijn publiek met spel dat soms ruig roffelde, dan weer vluchtig fladderde. Bij Alard hoor je aan alles – articulatie, sferenrijkdom, stemmenweefsel – dat ernst zijn motor is, maar die ernst fungeert slechts als een springplankje voor Bachs genius.

Evenzeer geconcentreerd ging de Vlaamse dirigent Paul van Nevel zijn Huelgas Ensemble voor in een musicologisch solide doortimmerd, concies programma met vocale muziek uit de contrareformatie. De twaalf zangers in wisselende samenstellingen brachten vocale meerstemmigheid in soepel glooiende lijnen – in de wijdse akoestiek van de Jacobikerk bijna hypnotiserend.

Een toegift bleef uit . „Wij hebben alles gezegd wat we wilden zeggen”, zei Van Nevel. Tikje streng, maar hij had gelijk. Het afgemeten uurtje was volmaakt.