‘Het kookpunt van de Rohingya in Birma is bereikt’

Birma

In deelstaat Rakhine vallen doden bij gevechten tussen Rohingya en politie. Birma-diplomaat Laetitia van den Assum maakt zich zorgen.

Rohingya'sop de vlucht voor acties van het regeringsleger. Zondag 27 augustus 2017. Foto AFP

Bijna honderd doden, zeker duizend mensen op de vlucht en niemand die weet hoe het verder moet. In het westen van Birma hebben honderden Rohingya-moslims gecoördineerde aanvallen uitgevoerd op ruim 25 politieposten. Ze begonnen vrijdagnacht en sindsdien is de situatie in Rakhine, de deelstaat waar de Rohingya wonen, geëscaleerd.

Het leger en de politie houden tegenaanvallen. Ze worden door de Rohingya van verkrachtingen en het in brand steken van huizen beschuldigd. De overheid heeft 4.000 inwoners van het gebied, boeddhisten, geëvacueerd. De moslims, vooral vrouwen en kinderen, moesten hun toevlucht zoeken aan de overkant van de rivier, zij vluchtten naar buurland Bangladesh.

Als de Rohingya-moslims bereid zijn om met simpele machetes, stokken en zelfgemaakte handgranaten de professioneel bewapende politie aan te vallen, dan moet hun wanhoop groot zijn. Zo redeneert Laetitia van den Assum aan de telefoon vanuit Birma. „Iemand zei me: dit is geen gewone aanval, dit is een opstand. Het kookpunt is bereikt.” Tot afgelopen weekend zat diplomaat Van den Assum in de adviescommissie die oplossingen probeerde te zoeken voor het conflict in Rakhine, onder leiding van de vroegere secretaris-generaal van de VN Kofi Annan.

NRC sprak een paar maanden geleden eerder met Van den Assum over het toen uitgebroken geweld: ‘Opschoningsactie’ van Birmees leger gaat onder de loep

Eindrapport

Hun commissie bestaat officieel niet meer, vorige week donderdag presenteerden ze hun eindrapport. Eén van hun belangrijkste aanbevelingen is dat de Birmese regering moet opschieten met het vaststellen van het burgerschap van de Rohingya-moslims. De boeddhistische meerderheid van het land erkent de Rohingya niet en ziet hen als illegale immigranten uit Bangladesh. Als gevolg hiervan zijn de Rohingya stateloos en worden ze onderdrukt. Ze zitten vast in kampen, hebben slechte toegang tot gezondheidszorg en kinderen kunnen vaak niet naar school.

De timing van de aanvallen heeft de commissie verbaasd, vertelt Van den Assum. „Het was even slikken. Maar triest is vooral dat door deze aanvallen de oplossing weer verder uit zicht raakt.” Ze ziet een optelsom van aanleidingen voor de uitbarsting. De laatste weken stuurde het leger steeds versterking naar Rakhine, er ontstonden voedseltekorten en hulporganisaties konden hun werk nog moeilijker doen dan normaal. Aan beide kanten werden schimmige moorden gepleegd. En een aankondiging van een paar maanden geleden, dat het leger de ‘gewone’ inwoners van Rakhine ging trainen en bewapenen, maakte veel Rohingya-moslims bang.

Aung San Suu Kyi

Deze nieuwe crisis maakt het voor leider Aung San Suu Kyi nog lastiger om iets met de aanbevelingen van Kofi Annan te doen. Vorige week heeft Aung San Suu Kyi zijn rapport in algemene zin omarmd. Maar daarna sprak ze bijzonder negatief over de aanvallen. Ze noemde die ‘terrorisme’ en gebruikte het woord Bengali voor de Rohingya – dit wordt als scheldwoord gezien en als ontkenning van het feit dat veel Rohingya hun geschiedenis in Birma hebben.

Toch is het leed van nu voor een groot deel aan deze regering te wijten, concludeert de denktank International Crisis Group zondag in een rapport. „De moslims zijn langzaam maar zeker van allerlei rechten uitgesloten en gemarginaliseerd.” Dat heeft, samen met de druk van het leger, ervoor gezorgd dat de organisatie die de aanvallen heeft opgezet, daar genoeg steun kon regelen en zelfs Rohingya kon vermoorden die zich niet achter hen schaarden.

Pas later, binnen nu en een paar weken, kan blijken of Aung San Suu Kyi op zijn minst een poging zal wagen om de positie van de Rohingya te verbeteren. Tot nu toe laat ze haar oren vooral naar het boeddhistische deel van het land hangen, zegt diplomaat Laetitia van den Assum. „Dat vind ik een zwak punt.”