De verkrachter gaat nog steeds vrijuit, wet of geen wet

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Protest van activisten met bruidsjurken tegen de verkrachtingswet in Beiroet in april. Foto Hussein Malla/AP

De laatste paar maanden hebben de Midden-Oosterse vrouwen opeens aardige vooruitgang geboekt. Op het eerste gezicht. Want in achtereenvolgens Tunesië, Jordanië en Libanon schrapten de parlementen wetten die een verkrachter vrijuit laten gaan als hun slachtoffer bereid is (dat wil zeggen: door haar familie gedwongen wordt) met hem te trouwen. Marokko had zo’n wet al in 2014 afgeschaft, nadat een jonge vrouw die op die manier met haar verkrachter was opgescheept zelfmoord had gepleegd. Duizenden actievoersters hebben jarenlang hard hun best gedaan die parlementen zo ver te krijgen.

Maar hoe belangrijk is deze vooruitgang eigenlijk?

Eerst even wat achtergrond. Zulke wetten stammen uit het Romeinse recht. Het Ottomaanse Rijk, dat ze weer had geïmporteerd uit het Franse strafrecht, heeft meegeholpen ze te verspreiden. Frans koloniaal bestuur heeft ze elders ingevoerd. Er zijn niet alleen islamitische landen die dergelijke wetten hadden of nog hebben; zie in de laatste categorie bijvoorbeeld Rusland en de Filippijnen. En ook in België kan een dader nog steeds een verkrachting in der minne schikken met slachtoffer of haar familie! Frankrijk zelf heeft zo’n wet pas in 1994 afgeschaft. Wist u dat? Ik had geen idee. Hoewel ik best weet dat wij hier ook nog niet zo lang zo voorlijk zijn als we nu zijn, of pretenderen te zijn. Van de bevolking had eind jaren zestig 83 procent er bezwaar tegen dat een moeder buitenshuis werkte. Maar goed, dat is wat anders. Geen verkrachters vrijuit hier. Voor zover mij bekend.

Het punt met de trouw-met-je-verkrachterwet is dat de afschaffing ervan voor een deel schone schijn is. Want het gaat weer om die vermaledijde eer. Als een meisje of vrouw wordt verkracht (of als ze met haar vriend slaapt en het komt uit), is de eer van de familie geschonden en die moet gerepareerd. Door haar te vermoorden – in Jordanië kostte eerwraak vorig jaar 38 vrouwen het leven (tegen 20 het jaar ervoor). Of door haar met de verkrachter te laten trouwen. En het feit dat de wet er niet meer is, wil niet zeggen dat de familie haar dochter niet toch aan haar verkrachter uithuwelijkt. Hoe kwetsbaarder een familie – vluchtelingen bijvoorbeeld – hoe minder geneigd die zal zijn aangifte te doen.

En er kraait geen haan naar als er geen aangifte wordt gedaan. Of als de plaatselijke autoriteiten een andere kant op kijken. Dat gebeurt makkelijk omdat die vaak heel conservatief zijn. Voorbeeld: in Marokko negeerden veel conservatieve rechters eenvoudigweg de bepalingen van het in 2004 vrij vergaand hervormde familierecht. Denk maar niet dat het Midden-Oosten liberaler wordt omdat het zo jong is en jongeren q.q. liberaler zijn dan hun vaders. Volgens een recent onderzoek (International Men and Gender Equality Survey; zoek op, heel interessant!) zijn jonge mannen in Egypte, Marokko en Palestina maatschappelijk gezien even conservatief als, of conservatiever dan oudere generaties. Ik kwam zo’n somber stemmende uitslag een aantal jaren geleden ook tegen in Saoedi-Arabië.

Terug naar de wet zelf. Die is dus van koloniale komaf, wat afschaffing makkelijker maakt. Er werd vaak fel bezwaar tegen intrekking gemaakt, maar wat de betrokken regeringen betreft, stond daar verbetering van het nationale imago in de buitenwereld tegenover. Pas interessant is de recente belofte van de Tunesische president Essebsi om het erfrecht voor mannen en vrouwen gelijk te trekken. Daar gaat het om het heilige islamitisch recht, dat de vrouw de helft toestaat van wat de man krijgt. Als Essebsi’s voorstel erdoor komt, dan is er echt iets aan het veranderen. Nu nog niet.