Onwil en onkunde beheersen het ‘nieuwe’ Powned

Powned

Zeven jaar geleden denderde PowNed het omroepbestel in. Nu zendt het nauwelijks meer uit. Wat is er nog over van ‘de jongehondenclub’?

Foto ANP/KOEN SUYK

Zes minuten. Dat maakt de omroep PowNed dit jaar tot nu toe dagelijks aan televisie, met het nieuwsprogramma PowNews Flits. Niet in de zomer overigens, dan worden alleen uitzendingen van Niet Lullen Maar Poetsen uit 2016, over hardwerkende Rotterdammers, herhaald. Op de radio is elke maandag tussen 0.00 en 2.00 ’s nachts Prem Radhakishun te horen in Zwarte Prietpraat, het enige radioprogramma van PowNed. Begin dit jaar werd nog een documentaire over Feyenoord en een programma over de verkiezingen van zeven keer tien minuten gemaakt. Dat is het. Dat is PowNed. Enkele tientallen uren aan tv per jaar, twee uur radio per week. Zelden bereikt de omroep meer dan 200.000 kijkers.

Een heel verschil met PowNews, het nieuwsprogramma dat van 2010 tot 2015 regelmatig ministers en staatssecretarissen de stuipen op het lijf joeg en een veelvoud van het aantal mensen bereikte. Items van nu zijn zelden spraakmakend. De grootste ophef richt zich dit jaar tegen de omroep zélf: een nieuwsbericht over een verdronken Syriër in Venlo (die zwembadbezoekers „een vervelende dag” had bezorgd) en een acteur die zich voordeed als vluchteling leidden deze maand tot nationale verontwaardiging. Waar is het oude PowNed gebleven?

Het is onwil en onkunde, blijkt uit gesprekken met meerdere oud-redacteuren en -verslaggevers van PowNed – die anoniem wilden blijven –, enkele omroepbestuurders en Kamerleden. (Huidige medewerkers en het bestuur van PowNed wilden niet aan dit artikel meewerken.) Onwil, omdat PowNed geen tv en radio wíl maken. Het wil een ‘online only’-omroep worden die haar publiek op het internet bedient. Het keert zich tegen het huidige bestel, waarin ledenaantallen mede bepalen hoeveel zendtijd en subsidie een omroep krijgt. Onkunde, omdat PowNed ervaring en creativiteit mist op de redactie. Het weet ervaren redacteuren niet vast te houden en geen vruchtbaar werkklimaat te creëren.

Roze plopkap

PowNews was het eerste programma dat in september 2010 van de makers van PowNed verscheen. De roze plopkap, een erfenis van opinieblog GeenStijl waaruit PowNed voortkomt, was al snel berucht. De confronterende vragen van verslaggever Rutger Castricum leidden tot aangepaste mediatrainingen op het Binnenhof.

Rutger Castricum had het tijdens zijn GeenStijl-tijd al op Ella Vogelaar gemunt, die later opstapte:

„Het was een jongehondenclub”, zegt een oud-medewerker over die eerste periode. „Vaak over het randje, experimenteel en heel grappig. Het deed denken aan de oude BNN- of VPRO-tijd. Goed over nagedacht, met een dubbele laag.” PowNed werd ook een kweekvijver voor de publieke omroep. Verslaggevers als Danny Ghosen, Daan Nieber en Jojanneke van den Berge konden vlieguren maken bij PowNews en het onorthodoxe misdaadprogramma PowLitie.

Maar PowNed heeft moeite talent vast te houden. Danny Ghosen zei in maart tegen NRC: „Na drie jaar dacht ik: been there, done that. Ik kon mezelf niet meer ontwikkelen.” Oud-medewerkers werken nu bij KRO-NCRV (Nieber), EenVandaag (Van den Berge), NTR (Ghosen), RTLZ en Jinek. PowNed maakt veel gebruik van jonge freelancers. Het verloop is groot. „Iedere maandag bleek wel weer een redacteur verdwenen”, zegt een oud-redacteur. Er is ook al twee jaar een vacature voor de secretaris van het bestuur. In 2012 had PowNed nog 29 fte, in 2016 nog maar 9. „Niemand wil bij PowNed blijven werken”, zegt een oud-medewerker. „Het is een soort Titanic: iedereen die iets anders heeft, gaat weg.” Het probleem is volgens oud-redacteuren dat er amper doorgroeimogelijkheden zijn.

De jonge redacteuren „zijn onvoldoende in staat tegenwicht te bieden aan Dominique Weesie”, zegt een oud-medewerker, waardoor de omroep steeds meer „zijn spreekbuis wordt”. Weesie, oprichter en directeur van PowNed en fervent Feyenoord-fan, zou volgens oud-medewerkers moeite hebben met negatieve berichten over ‘zijn’ club. De documentaire Feyenoord Op 1 was een van de weinige programma’s waar PowNed dit jaar mee scoorde.

Bovendien: het trucje is uitgewerkt. Iemand een microfoon onder de neus duwen, een reactie uitlokken en daar een item van maken is niet origineel meer. Begin 2015 trekt Weesie de stekker uit PowNews. Het dagelijkse nieuwsprogramma slokt een te groot deel van het budget op. Opvolger Studio PowNed is een wekelijkse talkshow over het nieuws. Dat pakt verkeerd uit, evalueert de omroep een jaar later in het jaarverslag: een programma van 45 minuten per week is wel erg weinig om jezelf als omroep te profileren. Bovendien waren er weinig gasten te vinden die wilden aanschuiven. Ook wordt de bijtende plopkap op straat gemist.

Begin 2016 onthult Weesie zijn ambitie om binnen vijf jaar een ‘online only’-omroep te worden. Zijn doelgroep kijkt geen tv, zegt hij. Filmpjes van PowNews Flits worden honderdduizenden keren bekeken op YouTube en Facebook, veel vaker dan op tv, dus waarom uitzenden?

De PowNews Flits van 11 april:

Maar voldoet PowNed dan nog wel aan de eisen die aan omroepen worden gesteld? De Mediawet verplicht omroepen radio en tv te maken. Dat doet PowNed ook, maar minimaal: dit jaar één radioprogramma, twee tv-programma’s en een documentaire. De omroep doet verder ook geen voorstellen voor programma’s, laat de NPO weten. En krijgt daar dus ook geen geld voor.

Wel kreeg PowNed in 2016 3,8 miljoen euro subsidie van het ministerie van OCW (via de NPO). Is dat gerechtvaardigd voor enkele tientallen uren tv? De NPO verwijst naar het Commissariaat voor de Media. Dat zegt „tot op heden geen aanleiding te hebben om te concluderen dat de bestedingen niet rechtmatig zijn besteed”, oftewel: PowNed geeft voldoende van zijn budget uit aan het maken van programma’s. Maar, zegt het commissariaat, over de kwaliteit en kwantiteit van programma’s gaat de NPO. Die laat op haar beurt weten dat „er geen minimum aantal uren zendtijd is vastgelegd in de Mediawet”.

Salarissen

Naar aanleiding van berichtgeving in de Volkskrant stelde D66-Kamerlid Jan Paternotte (nog te beantwoorden) Kamervragen aan staatssecretaris Sander Dekker (Media, VVD). Die gingen vooral over het salaris van PowNed-bestuurder Dominique Weesie en presentator Rutger Castricum. Weesie verdiende volgens het jaarverslag van 2016 212.756 euro, ruim boven de norm van 179.000 euro voor omroepbestuurders en meer dan de minister-president. Rutger Castricum verdiende 196.585 euro.

Dat mag, omdat de beloningsafspraken zijn gemaakt vóór 1 januari 2013, toen de Wet normering topinkomens van kracht werd. Veertien andere omroepbestuurders bij de NPO verdienden ook boven de norm. Waar Paternotte zich boos om maakt, is dat PowNed, in tegenstelling tot andere omroepen, amper produceert. Zes minuten per dag dus. „Hoe valt dat te rijmen?”, zegt hij.

Ondertussen is het ledenaantal van PowNed lager dan ooit: 27.761 in 2016, ver onder de kritische grens van 50.000, waarmee het in 2009 een aspirant-status bereikte. Om een volwaardige omroep te worden moet PowNed 150.000 leden hebben bereikt in 2021, als de concessieperiode afloopt. Maar de omroep weigert nog geld te besteden aan ledenwerving. Sterker nog: het ziet het nut van leden in zijn geheel niet. Een doelgroep die gewend is alles gratis te krijgen wordt geen lid, is de redenering.

Lastig, want het aantal leden bepaalt mede hoeveel subsidie en hoeveel zendtijd een omroep krijgt. Hoe moeten die anders verdeeld worden? PowNed pleit voor het model van de Vlaamse omroep VRT waarin afzonderlijke omroepen fungeren als productiehuizen van de NPO en verantwoordelijk zijn voor het maken van programma’s die hun achterban bedienen. Dat moet getoetst worden door middel van „een representatief onderzoek naar bereik, impact en waardering van individuele omroepen”, aldus PowNed. Waarbij het verwijst naar zijn Facebookpagina, met ruim 625.000 likes veruit de populairste van alle omroepen en programma’s.

Dat het ledenbestel achterhaald is, leeft ook bij andere omroepbestuurders. „Ledenaantallen zijn een subsidiefuik”, zegt WNL-directeur Bert Huisjes. Volgens hem zegt het aantal leden niet zoveel. „Ze zijn ooit binnengehaald met cadeaus.” Ook Lennart van der Meulen (VPRO) vindt dat het ledensysteem aan vervanging toe is. „Maar een andere vorm van betrokkenheid is moeilijk te kwantificeren.”

Van der Meulen vindt dat er wel plaats is voor PowNed bij de NPO. „Ze bereiken een eigen publiek.” Hij vergelijkt de doelgroep met die van videosite Dumpert en opinieblog GeenStijl. PowNed spreekt van „de netwerkgeneratie”, hoogopgeleide mannen van onder de veertig. „Het is heel goed dat je die betrekt bij het publieke discours. PowNed kan daar vorm aan geven.” Kán, want PowNed doet dat nu niet goed, vindt Van der Meulen. „Het moet journalistieker, inhoudelijker. PowNed moet aan de bak!”

Volgens Huisjes heeft PowNed impact verloren binnen de NPO. „Mijn filterbubbel komen ze niet binnen. Ik zie bijna niks van PowNed.” Maar, vindt hij, ieder bestel heeft nieuwkomers nodig om de boel fris te houden. In die zin doet PowNed wat het belooft: het schopt tegen de NPO aan, zoekt de grenzen op en zwengelt discussies aan. Alleen niet met zijn programma’s.