Opinie

Maar het gaat beter dan ooit – breek met dat pessimisme

Na 25 jaar somberen is het tijd om de balans op te maken. Het gaat niet slechter, maar over de hele linie beter, schrijft „Zeg mij na: wij kunnen het aan.”

Kort na de eeuwwisseling hield eurocommissaris Frits Bolkestein een nieuwjaarspraatje voor het Amsterdamse Uitburo. Het werd geen vrolijk stemmend verhaal, maar dat was ook niet de bedoeling. Hij wilde zijn publiek wakker schudden door een beeld te schetsen van de stad in 2030 zoals die zou kunnen ontstaan bij ongewijzigde trend. Theaters en musea waren gesloten, of in het geval van het Nieuwe De La Mar omgedoopt tot Stadsbordeel.

De leegte die de weggevallen westerse cultuur had achtergelaten, was opgevuld door de islam. De stad had een islamitische burgemeester gekregen. De Westergasfabriek was gesloopt om plaats te maken voor een megamoskee, gefinancierd door de emir van Dubai. Het Concertgebouw werd onderhouden door dezelfde emir, die in ruil voor zijn geld had geëist dat bij elk concert na de pauze uitsluitend nog Arabische muziek werd gespeeld.

Bolkesteins dystopie is kenmerkend voor het denken in ons land in de afgelopen 25 jaar. De val van de Muur had bevrijdend moeten werken. ‘We’ hadden immers gewonnen, de toekomst was aan ónze waarden. Maar voor zover er sprake was van optimisme was dat van korte duur. Wat overheerste, was niet optimisme maar angst voor de Grote Ontwrichting.

Dat Nederland ‘vol’ zou zijn, was op zich geen nieuwe gedachte. Doemprofetieën over een aan bevolkingsuitbreiding bezwijkend Nederland waren er al sinds de jaren vijftig. Die angsten werden vooral geprojecteerd op de babyboomers. Eerst dreigden ze het onderwijssysteem te overspoelen, daarna de huizenmarkt. Vervolgens zouden ze de arbeidsmarkt overhoop halen, normen en waarden omploegen en het sociale vangnet doen scheuren. Toen ze vergrijsden werden houdbaarheid van ons pensioenstelsel en de langdurige zorg een nationale obsessie.

Immigratie

Toen duidelijk werd dat we zelfs aan de vergrijzing niet zouden bezwijken, kreeg ‘vol=vol’ langzamerhand een andere lading. Nederland zou niet aan ongeremde groei van de eigen bevolking ten onder gaan maar aan immigratie. Auteurs als Bolkestein, Fortuyn en Hirsi Ali gaven daarbij een culturele draai aan dit ontwrichtingsdenken. Wat ons voortbestaan bedreigde, was niet zozeer immigratie op zich maar de culturele gevolgen ervan, vooral dankzij het Fremdkörper genaamd islam. Onze waarden hadden opeens niet meer het eeuwige leven. Sterker nog, ze leken zelfs een bedreigde status te krijgen.

Op links projecteerde men de stress over de dreiging van een Grote Ontwrichting vooral op de effecten van bevolkingsgroei op mens en milieu. Er werd zelfs een Club van Tien Miljoen opgericht, die zich ten doel stelde om het bevolkingstal terug te brengen tot het aantal van kort na de Tweede Wereldoorlog, een ‘duurzamer’ tien miljoen. Zonder een dergelijke radicale doelstelling zou een catastrofale uitputting van natuurlijke grondstoffen ‘onafwendbaar’ zijn. Het andere grote probleem was klimaatverandering, vooral veroorzaakt door massaal gebruik van fossiele brandstoffen. We moesten een manier vinden om van onze olieverslaving af te komen, anders zou het met de mensheid vrijwel zeker verkeerd aflopen.

25 jaar somberen

Na 25 jaar somberen is het tijd om een balans op te maken. Wie de samenleving van vandaag overziet, kan niet anders dan vaststellen dat van de gevreesde ontwrichting door bevolkingsaanwas volstrekt geen sprake is. De euro- en bankencrisis heeft de westerse wereld qua economische ontwikkeling weliswaar serieus vertraagd, maar na jaren van pijnlijke hervormingen oogt onze economie buitengewoon gezond. De op Europees niveau afgesproken hervormingen van de afgelopen jaren deden ongetwijfeld pijn, maar inmiddels heeft de crisisgeest plaatsgemaakt voor hernieuwd optimisme. De Nederlandse economie gaat een periode van aanhoudende groei en sterk dalende werkloosheid tegemoet. Immigratie gaat dus niet samen met ontwrichting maar met gezonde groei en vrijwel volledige werkgelegenheid.

De vooruitgang is ook zichtbaar op cultureel gebied. De geregistreerde criminaliteit, doorgaans een betrouwbare indicator voor culturele ontwrichting, liet bijvoorbeeld in alle categorieën een aanhoudend sterke daling zien. Critici claimen dat dit eerder duidt op gebrekkige registratiemethoden dan op een werkelijke daling. Nu valt niet uit te sluiten dat bepaalde kleine vormen van criminaliteit (fietsendiefstal bijvoorbeeld) niet langer goed worden geregistreerd. Maar de jaarlijkse Veiligheidsmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek maakt duidelijk dat burgers zich daadwerkelijk veel veiliger voelen dan een decennium geleden: het onveiligheidsgevoel nam met 30 procent af, het aantal ondervonden delicten zelfs met 40 procent.

De daling is bovendien duidelijk waarneembaar bij categorieën waar registratie vrijwel altijd plaatsvindt. Het aantal overvallen daalde het afgelopen decennium met 60 procent, van 3.000 geregistreerde gevallen in 2009 naar 1200 in 2015. Het aantal moorden daalde van meer dan 250 begin deze eeuw naar 108 in 2016 – het laagste aantal sinds begin jaren zeventig. Logisch dus dat de gevangenissen leeg stromen. In 2005 zaten op een gemiddelde dag nog 14.000 mensen gevangen, inmiddels is dat gedaald naar 9000. Migratie en bevolkingsgroei leidden in ieder geval op het gebied van recht en orde dus duidelijk niet tot ontwrichting. In tegendeel: ze bleken zelfs samen te gaan met sterk dalende criminaliteitscijfers en een veiliger samenleving.

Ondergang van onze waarden?

Hoe zit het dan met de gevreesde ondergang van onze waarden? Dat bleek uiteindelijk behoorlijk mee te vallen. De islamitische gemeenschap is niet minder divers dan de autochtone: van orthodox tot afvallig, conservatief tot progressief. Zoals de econoom Robin Fransman liet zien in een recente studie voor het CBS is de islamitische gemeenschap met het volwassen worden van een nieuwe generatie cultureel gezien nadrukkelijk opgeschoven in de richting van de maatschappelijke hoofdstroom. Zijn conclusie: „De tweede generatie is geëmancipeerder dan de eerste generatie en zelfs de eerste generatie laat een vrij forse modernisering zien.”

De schoolprestaties nemen toe, de orthodoxie neemt af. Er zijn uiteraard nog probleemgevallen – de Amerikaanse ervaring leert dat integratie een kwestie van lange adem is – maar als we volhouden met onverkorte handhaving van wet en norm, zal de tijd hier ongetwijfeld zijn heilzame werk doen.

Op milieugebied is de vooruitgang wellicht het meest zichtbaar. Voorgoed verdwenen gewaande diersoorten keerden terug in ons land. Water in rivieren en grachten is inmiddels zo schoon dat er weer in kan worden gezwommen. Luchtvervuiling is aanzienlijk teruggedrongen. Op nationaal en internationaal niveau levert ons land inmiddels een inspanning om klimaatverandering te bestrijden. Zelfs de groene heilige graal van het compleet benzine- en dieselvrij maken van het wagenpark ligt inmiddels binnen handbereik. Nederland is nooit af, ook niet als het om het nastreven van een schoner milieu gaat. Maar de trend van de afgelopen decennia is overduidelijk positief.

Het gaat goed met Nederland

Het gaat dus goed met Nederland, op allerlei terreinen. Natuurlijk resteren er nog belangrijke uitdagingen. Net als in de jaren vijftig zal er ook nu een fors aantal nieuwe woningen moeten worden gebouwd. Sociale wetgeving en pensioenstelsel moeten worden aangepast aan de toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt. Op het gebied van integratie en milieubeheer is een aanhoudende inspanning noodzakelijk. Het bevorderen van sociale cohesie blijft een grote opdracht; bewoners van krimpgebieden en randgemeenten moeten opnieuw het gevoel krijgen dat dit land er ook voor hen is, terwijl nieuwkomers duidelijker dan voorheen moeten horen dat zij bij ons horen en dat wij daar een rijkere samenleving om zijn.

De technologische opschuddingen van de komende 25 jaar, kunstmatige intelligentie en robotisering, zullen onze samenleving net zo ingrijpend veranderen als de komst van automobiel, wasmachine en televisie in de jaren vijftig en internet en mobiele telefoon in de jaren negentig. Deze technologische revolutie zal samengaan met een groene revolutie. Energieopwekking en -gebruik gaan de komende jaren fundamenteel veranderen. Het zal van onze inspanningen in de komende tien jaar afhangen of deze volgende technologische revoluties net zo positief zullen uitwerken als de voorgaande. De uitgangspositie is in elk geval gunstig.

Onze belangrijkste uitdaging is dan ook geen praktische maar een idealistische. We zullen moeten breken met het pessimisme van de afgelopen decennia. Als de laatste 25 jaar iets hebben laten zien, dan is het wel dat wij als land prima in staat zijn om de grote uitdagingen van dit tijdsgewricht het hoofd te bieden. Ja, we zijn een immigratiesamenleving geworden maar nee, dat heeft niet tot ontwrichting geleid. In tegendeel zelfs. Meer mensen ging samen met minder criminaliteit, meer werkgelegenheid en een duurzamere economie.

‘Wir schaffen das’

Angela Merkel werd uitgelachen toen ze in het najaar van 2015 naar aanleiding van de Syrische vluchtelingencrisis haar ‘Wir schaffen das’ formuleerde. Maar wie naar onze recente geschiedenis kijkt, ziet dat dit credo de best mogelijke samenvatting van deze periode vormt. Op die woorden valt uitstekend een nieuw verhaal van Nederland te bouwen. Een verhaal dat uitlegt dat immigratie en sociaal-economische vooruitgang wel degelijk samen kunnen gaan. Dat uit mensen van verschillende afkomst best een volk met een gedeelde cultuur te vormen valt. Dat we via een gezamenlijke inspanning onvermijdelijk toegaan naar een duurzame economie met hoge werkgelegenheid.

Twee miljoen nieuwkomers hebben niet ‘onze banen ingepikt’ maar nieuwe banen voor ons helpen scheppen. Wij islamiseerden niet, zij vernederlandsten – zozeer zelfs dat ‘zij’ inmiddels ‘wij’ zijn geworden. Groen en groei bleken prima samen te gaan. O, en de Westergasfabriek? Dat is een cultuurtempel geworden, voor film, muziek, theater, televisie en debat. Zelfs Frits Bolkestein treedt er af en toe op. Zeg het mij dus na: we kunnen het aan.