Kleptocratie voor gevorderden

Isabel dos Santos

In Angola wordt een stuwdam gebouwd, ter waarde van 4,5 miljard dollar. Bijna 40 procent van het bouwproject blijkt in handen van investeerder Isabel dos Santos, de dochter van de president – en vermoedelijk de rijkste vrouw van Afrika.

Isabel dos Santos, vermoedelijk de rijkste vrouw van Afrika, in Cannes, 2016. Foto Dave Benett/Getty Images

Als het klaar is, over vijf jaar, zal er een stuwmeer van zestien kilometer lang in de Kwanza-rivier in Angola liggen. Al dat water wordt dan tegengehouden door een muur van honderd meter hoog en 520 meter breed, goed om elektriciteit op te wekken voor ruim twee miljoen huishoudens. Begin deze maand legde president José Eduardo dos Santos de eerste steen van deze Caculo Cabaça-dam, een project ter waarde van 4,5 miljard dollar (3,8 miljard euro).

Het was een van zijn laatste publieke optredens als president van de Afrikaanse oliestaat. Bij de verkiezingen van afgelopen woensdag heeft hij zich niet verkiesbaar gesteld. Na 38 jaar komt daarmee een einde aan het tijdperk-Dos Santos, een periode waarin uit oliedollars en corruptie een superrijke bovenklasse rond de president en zijn familie is gegroeid.

De bekendste telg uit deze familie is presidentsdochter Isabel (44), met een geschat vermogen van 3,5 miljard dollar. Dat maakt haar vermoedelijk de rijkste vrouw van Afrika. Ze vergaarde haar vermogen met investeringen in Angola en Portugal, vooral in oliebedrijven, telecom, banken en vastgoed. Grote delen ervan zijn ondergebracht in holdings in Nederland en Malta. Critici spreken van nepotisme, zelf zegt ze in interviews dat ze gewoon een hardwerkende ondernemer is.

Documenten in het bezit van NRC laten zien hoe Isabel te werk gaat als ze een grote investering doet. Ze geven een zeldzaam inkijkje in hoe moderne kleptocratie voor gevorderden werkt. Uit enkele honderden e-mails en documenten wordt duidelijk hoe Isabel in 2015 het Caculo Cabaça-project in het geheim naar zich toetrok. De Angolese aanbestedingsregels werden hierbij genegeerd, terwijl de transactie er met de hulp van gerenommeerde Portugese advocaten en financieel adviseurs volkomen normaal uitziet.

In de zomer van 2015 gaf het Angolese ministerie van Energie en Water de opdracht voor de stuwdam aan een consortium onder leiding van CGGC, een groot bouwbedrijf uit China. De Chinezen kregen 60 procent, over hun zakelijke partners was weinig bekend.

Dit blijken bedrijven van Isabel te zijn. Dus toen president Dos Santos op 11 juni 2015 per decreet de dam – die evenveel kost als Angola jaarlijks uittrekt voor het onderwijs – aan het consortium toewees, was dat voor bijna 40 procent een geschenk van vader aan dochter.

Over Isabels betrokkenheid is in april dit jaar gepubliceerd op het Angolese blog ‘Maka Angola’. Dat maakte bekend dat een bedrijf in het consortium is geregistreerd op een van Isabels huisadressen. En dat een andere vennootschap in de groep op naam staat van een Angolees die vaker als stroman van Isabels bedrijven optreedt.

Ingewikkelde constructie

De documenten maken haar betrokkenheid inzichtelijk. Ze maken duidelijk dat Isabel grote controle uitoefent op de ingewikkelde constructie, terwijl haar advocaten regelen dat haar naam niet voorkomt in de officiële documenten.

Op 8 mei 2015 schrijft een vertegenwoordiger van CGGC een e-mail aan een medewerker van het Portugese adviesbureau Fidequity, dat Isabel vaak bijstaat. Isabel staat in de cc. „In de bijlagen stuur ik u het memo met de omschrijving en de verantwoording van ons voorstel, zoals mevrouw Isabel vroeg”, schrijft de Chinees. „Ons is gevraagd alle contracten voor te bereiden [...]. Stuurt u ons alstublieft de relevante documenten over Niara.”

Niara is een andere naam voor een onbekend bedrijf dat ‘2I’S’ heet en onbekende bestuurders heeft. Slordig genoeg wordt dat geregistreerd op een van Isabels privéadressen in Luanda. Niara (2I’S) moet een minderheidspartner worden in het consortium met CGGC. De kleinste partner wordt een Angolese joint venture van CGGC en 2I’S. Met de twee vennootschappen krijgt Isabel bijna 40 procent van de dam in handen.

Op 26 mei e-mailt Isabel zelf een presentatie over het project naar haar advocaat in Lissabon, Inês Pinto da Costa van kantoor PLMJ. „Goedemiddag Inês, de staf van CGGC is bezig de documenten over het technische voorstel voor de waterkrachtcentrale van Caculo Cabaça na te kijken. [...] Bijgevoegd is een notitie met uitleg, zodat je een idee krijgt van het project.”

Een aanbestedingsprocedure in Angola is er niet geweest. Die wisten de advocaten makkelijk te omzeilen. Op 28 mei stuurt de Portugese advocate een contractvoorstel naar Isabels adviseur, met daarin een clausule die exclusiviteit voor het consortium moet garanderen. Ze schrijft: „Ik heb toegevoegd dat de financiering een voorwaarde is voor de toekenning van het project, omdat ik heb begrepen dat dit in jullie voordeel is en directe toekenning rechtvaardigt.” In het uiteindelijke contract is de clausule overbodig geworden: de Chinese staatsbank ICBC, die het project financiert, wil de lening alleen verstrekken als het project naar het consortium gaat.

Op dat moment worden de kosten nog geschat op 4 miljard dollar. Een week later, op 5 juni als alle documenten ondertekend zijn, is de dam voor zover bekend zonder nadere toelichting opeens een half miljard duurder geworden. Ook in de samenstelling van het consortium is dan iets veranderd. CGGC blijft de grootste partij, met 60 procent. Ook de joint venture is er nog, met 2,5 procent. Maar Niara is vervangen door een bedrijf uit Hongkong, Boreal Investments, met ene Fidel Araújo als vertegenwoordiger. Over Boreal is nog minder bekend dan over Niara.

Brievenbusfirma’s

De enige openbare informatie over Boreal is de oprichtingsdatum, 15 maart 2012. Er is geen website, zoeken met Google levert niets op. In de gelekte documenten is terug te vinden dat Boreal 10.000 Hongkong-dollars aan kapitaal heeft en op het adres staat van een bedrijf dat brievenbusfirma’s faciliteert. Het contract voor de dam roemt echter Boreals „uitgebreide kennis van projectmanagement” en zegt dat het „over de middelen beschikt om zijn deel te leveren aan de werkzaamheden omschreven in Annex 1”. Die annex bestaat uit zes regels waarin over Boreal alleen staat dat het 37,5 procent van de opdracht krijgt.

Uit niets blijkt dat Boreal iets bijdraagt aan de constructie van de dam. Geen mankracht, geen kennis, geen geld. Voor zover bekend zijn er geen werknemers, en directeur Araújo zelf zal waarschijnlijk weinig vaardigheden inbrengen. De advocaten die het papierwerk in orde maken moeten weken wachten op zijn cv. Als het komt, is het bijzonder kort: geboren in 1976, afgestudeerd in de rechten in 2002, dan een gat van acht jaar en vanaf 2010 bestuurder van steeds weer nieuwe bedrijven van Isabel.

Correctie (18 september 2017): In een eerdere versie van dit artikel was een citaat toegeschreven aan Isabel dos Santos, dochter van de voormalig president van Angola. Dit blijkt afkomstig van een andere Isabel dos Santos, die als consultant aan hetzelfde project meewerkte. Dit is verwijderd in de tekst hierboven. De tekst was: “Op 26 mei e-mailt Isabel zelf een presentatie over het project naar haar advocaat in Lissabon, Inês Pinto da Costa van kantoor PLMJ. „Goedemiddag Inês, de staf van CGGC is bezig de documenten over het technische voorstel voor de waterkrachtcentrale van Caculo Cabaça na te kijken. [...] Bijgevoegd is een notitie met uitleg, zodat je een idee krijgt van het project.”