Column

Iedereen wordt Europeser door Brexit

Het is eerder gezegd: de Brexit maakt EU-landen, zeker de kleintjes, meer Europees. Dat het zo hard zou gaan, hadden weinigen verwacht.

Toen de Franse president Emmanuel Macron deze week in Salzburg de regeringsleiders van Oostenrijk, Tsjechië en Slowakije ontmoette, hadden ze het niet alleen over de Europese detacheringsrichtlijn die Macron zo graag wil wijzigen. Die richtlijn, hoe belangrijk ook, was vooral een handige politieke cover voor Macron en zijn Oostenrijkse collega Christian Kern, omdat laagbetaalde Oost-Europese werknemers in Frankrijk een groot probleem zijn. Macron moet de vakbonden laten zien dat hij dit serieus neemt. Ook voor de Tsjechische en Slowaakse premiers, Bohuslav Sobotka en Robert Fico, kwam een gesprek over de detacheringsrichtlijn goed uit: zij kunnen thuis tonen dat Midden- en Oost-Europeanen niet over zich heen laten lopen.

Maar het échte issue in Salzburg was verdere Europese integratie na de Brexit. Frankrijk en Duitsland werken daar keihard aan. De Tsjechen en Slowaken willen aanhaken. Niet uit eurofilie, maar omdat het alternatief erger is: splendid isolation, en permanente marginalisatie aan de rand van Europa.

De EU is afgelopen jaren bijna omgeblazen door crises waar ze niet op voorbereid was: bankencrisis, eurocrisis, de komst van vluchtelingen en migranten, islamitische terreur, een belligerent Rusland, en een Amerikaanse beschermheer die ineens in alle opzichten onberekenbaar wordt. Parijs en Berlijn trekken één conclusie: Europa moet meer solide worden, financieel, economisch, politiek en militair. De Britten hielden een sterker Europa op veel terreinen tegen. Nu zij afzwaaien, is de weg ineens vrij. Macron en bondskanselier Angela Merkel hebben al duidelijk gemaakt: dit gaat er sowieso komen, desnoods alleen met een harde kern van EU-landen (‘multispeed Europe’). Niemand wil tweede garnituur zijn.

In Tsjechië en Slowakije, maar ook in Zweden en Denemarken, zijn er daarom fundamentele discussies losgebarsten over hun toekomstige plek in de EU. Zo overwegen Zweden en Denemarken alsnog lid te worden van de Europese bankenunie. De Scandinavische bankgigant Nordea Bank AB wil zijn hoofdkwartier van Stockholm verhuizen naar een euroland dat in de bankenunie zit. Nordea, dat filialen heeft in meerdere landen, moet nu aan twee regelsystemen voldoen: het Zweedse en dat van de bankenunie. De Brexit heeft dit probleem voor Denemarken en Zweden verergerd. Want het VK, evenmin lid van de bankenunie, verdedigde tot nog toe (vanwege de Londense City) keihard de belangen van alle outs met Nordea-achtige problemen. Maar na de Brexit wordt de groep outs een stuk kleiner én zitten ze zonder grote Britse toeter. De beste manier om dan nog gehoord te worden, is misschien maar gewoon lid worden.

Om dezelfde reden heeft Tsjechië, een niet-euroland, nu aangekondigd dat het een ‘waarnemersstatus’ wil bij de eurogroep. Of dat lukt, is twijfelachtig. Tsjechië vormt met Polen, Hongarije en Slowakije de Visegradgroep. Maar de politieke ramkoers van Polen en Hongarije tegen Brussel bevalt de twee kleintjes steeds minder. Zij zijn economisch vervlochten met Duitsland, bijvoorbeeld door hun autofabrieken. Hun belangen liggen in euroland, niet bij illiberale regimes die de politieke kantjes eraf lopen en straks geheid minder Brusselse subsidie krijgen. Vandaar dat zij manieren zoeken om dichtbij dat toekomstige kern-Europa te blijven. Slowakije nam laatst ineens toch zijn quotum van zestien vluchtelingen op – en doorbrak zo de Visegrad-consensus. In ruil toonde Brussel begrip voor premier Fico’s ergernis over tweederangs vissticks en potten Nutella die in Slowakije verkocht worden.

Het is eerder gezegd: de Brexit maakt EU-landen, zeker de kleintjes, meer Europees. Dat het zo hard zou gaan, hadden weinigen verwacht.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.