‘Zo had dit boek niet mogen verschijnen’

Onderzoeker

Wat haar moeder vertelde, schreef Isabel van Boetzelaer als waarheid op. Maarten van Voorst zocht wél verder.

Stuk waarin Hilmar von der Recke wordt aangemerkt als kampcommandant. Document uit Bundesarchiv

Toen Maarten baron van Voorst tot Voorst (36) Oorlogsouders las, vermoedde hij al snel dat er iets niet klopte. Van Voorst, in het dagelijks leven bedrijfsadviseur, liet zich leiden door zijn „onderbuikgevoel” en ging de beweringen checken. Bijvoorbeeld dat Willem van Boetzelaer, vader van de auteur, met de Waffen-SS in 1941 de Sovjet-Unie binnentrok en geen weet zou hebben gehad van de massamoord op „Russische Joden, zigeuners, geestelijk gehandicapten en Sovjet-commissarissen”, zoals Isabel van Boetzelaer schrijft. Een half miljoen zijn er vermoord in de tijd dat haar vader daar vocht. „Willem heeft altijd volgehouden dat dit tijdens zijn Aufmarsch nooit is gebeurd”, aldus de auteur.

Zij meldt dat haar vader deel uitmaakte van de troepen die Tarnopol veroverden, een stad in Oekraïne. Van Voorst citeert uit Jongens van Nederland van historicus Evertjan Roekel een Nederlandse SS’er, in de divisie van Van Boetzelaer, die in zijn dagboek noteerde: „Vergeten heb ik nog te vertellen hoe mooi het was om in Tarnopol een opperrabbijn aan de toren van zijn synagoge op te hangen en toen de synagoge in brand te steken.” Van Boetzelaer moet van de pogrom geweten hebben, zegt Van Voorst.

In haar boek bouwt Isabel van Boetzelaer volgens Van Voorst bovendien „een tegennarratief” op door te suggereren dat haar familie van moederskant, Duitse adel, fel antinazi is.”

Ze schrijft dat haar grootvader, Hilmar von der Recke, wekenlang spoorloos bleef na de mislukte aanslag van 20 juli 1944, waarbij adellijke officieren Hitler uit de weg probeerden te ruimen. Hij „had in de terreurgolf volgend op de aanslag vastgezeten in de Gestapo-gevangenis Plötzensee”. En: „Hilmar werd op staande voet oneervol uit zijn functie ontslagen.”

Van Voorst vroeg bij het belangrijkste Duitse archief op dit terrein, de Gedenkstätte Deutscher Widerstand, of men kon bevestigen dat Von der Recke gevangen had gezeten in Plötzensee, en of hij iets te maken had met de aanslag op Hitler. Het antwoord luidde ondubbelzinnig: nee.

Therapeutische waarheid

Het is „nagenoeg onmogelijk” dat Von der Recke gevangen heeft gezeten en toch niet in het archief voorkomt, zegt Johannes Tuchel, directeur van de Gedenkstätte.

NRC legde de kwestie voor aan Isabel van Boetzelaer. „Ik heb dit alleen uit de verhalen van mijn moeder”, zegt zij. „Mijn grootvader heeft na de oorlog alle archieven vernietigd.” Deze informatie heeft ze niet geverifieerd. „Ik ben geen geschiedkundige.”

Lees het interview met Isabel van Boetzelaer: De vele waarheden over een ‘foute jongen’

De functie waar haar grootvader oneervol uit is ontslagen noemt Van Boetzelaer in haar boek niet.

Van Voorst vond een document waaruit blijkt dat Hilmar von der Recke vanaf oktober 1942 tot in 1945 commandant was van Stalag XII A, een berucht Duits krijgsgevangenenkamp. Ook hiervan zegt Van Boetzelaer dat ze zich baseert op informatie van haar moeder en „niet op zoek ging naar zaken waarvan ik niet wist dat ze konden zijn gebeurd”.

Van Voorst, die zijn bevindingen zaterdag publiceert in De Nederlandse Boekengids: „Het boek is een therapeutische waarheid en had in deze vorm nooit mogen verschijnen.”

Van Boetzelaer: „Ik heb Oorlogsouders geschreven vanuit de zoektocht hoe het leven van mijn ouders is verlopen en hoe ze tot bepaalde keuzes zijn gekomen. Zoals ik in mijn voorwoord schrijf, heb ik tijdens mijn onderzoek niets geprobeerd te verdraaien en al helemaal niet iets goed te praten.”