Zijn media helpers voor terroristen?

Nee, de krant heeft de aanslag-met-auto in Barcelona en het terreuralarm in Rotterdam niet genegeerd – en dat is maar goed ook.

Het nieuws uit Spanje werd feitelijk en niet sensationeel gebracht, vond ik. De situatie in Rotterdam haalde niet de voorpagina (behalve een foto). De lezers vonden de maatvoering blijkbaar ook goed; een enkele had meer aandacht gewild voor de tweede aanslag, in Cambrils, een ander vond de koppen boven vertaalde stukken uit de Spaanse media te scherp aangezet.

Ook bij deze krant is de berichtgeving over terreur inzet van discussie, en dat is logisch. Formattering ligt op de loer: de ooggetuigen, de geschokte reacties. Kunst is om dan zo dicht mogelijk bij de feiten te blijven en de nodige verdieping te blijven bieden.

Geregeld klinken pleidooien voor een nog veel grotere terughoudendheid, bijvoorbeeld door geen biografieën van daders te plaatsen. Terroristen zou het gaan om ‘aandacht’ en die moet je ze dus niet geven. De Vlaamse opiniemaker David van Reybrouck opperde nieuwe, veel prudentere regels voor de media. Oud-correspondent Joris Luyendijk stelde een vergelijkbare, maar cynischer diagnose in een opiniestuk in NRC: hij zag een diabolische dubbele aandachtsbehoefte: bij de terroristen en de media zelf. Overigens concludeerde hij dat stilzwijgen in de media helemaal niet zou helpen: terroristen doen er dan gewoon een schepje bovenop.

Peiling NRC

Die zorgen om overdaad raken intussen wel een snaar: ook uit een peiling van NRC bleek dat veel lezers vinden dat de media „te veel” berichten over terrorisme. De hoofdredacteur voelde zich dinsdag genoopt uit te leggen waarom NRC er niettemin zoveel over schrijft. Maar mogelijk is het een andere snaar dan vaak wordt bedoeld: niet zozeer de angst om terroristen in de kaart te spelen, maar de vrees afgestompt te raken door zoveel slecht nieuws, waar je toch niets aan kunt doen.

Zelf ben ik ook van de journalistieke school die ervan overtuigd is dat burgers zo volledig mogelijk geïnformeerd moeten worden over terrorisme en daders. Alleen dat biedt aanknopingspunten voor begrip (nee, niet in de zin van ‘goedpraten’ maar van: inzicht verschaffen) en dus voor tegenmaatregelen.

Na Barcelona verscheen een stuk dat ik er daarom wil uitlichten: het uitvoerige, zeer informatieve artikel van Kees Versteegh in de krant van woensdag over de effectiviteit van anti-terreurmaatregelen. Een schoolvoorbeeld hoe media zinvol over terrorisme kunnen berichten. Het bood inzicht en gaf een handvat: wat werkt en wat niet.

Opmerkelijk in die inventarisatie was overigens dat inlichtingen- en recherchewerk wél effectief blijken te zijn, maar ideologische tegenmaatregelen – propaganda vóór het Westen, programma’s voor deradicalisering – juist het minst. Dat geeft te denken voor wie de oplossing zoekt in meer schoolboekjes of het zingen van het Wilhelmus.

Aandacht

Dan over die vermeende behoefte aan aandacht van terroristen. Inderdaad, terreur is bedoeld is om angst te zaaien – en daar heb je media voor nodig, juist ‘oude’ als televisie (‘we krijgen net de eerste beelden binnen’). Maar het idee dat het terroristen persoonlijk – en niet strategisch – te doen zou zijn om aandacht of ‘heldenstatus’, lijkt me een misverstand. Ze willen niet op televisie, maar naar het kalifaat, of paradijs.

Zulk psychologiseren miskent de ideologische motieven van daders. Terroristen bestrijden het decadente Westen, de ongelovigen, of hoe ze hun vijand ook definiëren, vanuit een religieus-maatschappelijke utopie die ze zelf uiterst serieus nemen. Ook al is het pas sinds gistermiddag: veel jihadisten zijn bekeerde kleine criminelen die vaker een gevangenis van binnen hebben gezien dan een moskee. Feiten over hun achtergrond, biografie en zelfverklaarde motieven doen er dan toe.

Natuurlijk is het daarbij oppassen voor een dubbele moraal: islamkritische houwdegens hebben er bijvoorbeeld een handje van jihadisten letterlijk te nemen, maar anderzijds om het hardst te roepen dat Anders Breivik een psychopaat was wiens woorden he-le-maal niets zeggen over extreemrechts gedachtegoed in Europa.

Nog even terug naar die snaar. Het gevaar van „ongeremde” berichtgeving waar Van Reybrouck tegen waarschuwt, schuilt niet zozeer in het aanmoedigen van aspirant-terroristen, maar eerder in het ontmoedigen van onszelf, machteloos tegenover onheil, en in het verder polariseren van de samenleving.

Broodnodige achtergrondstukken

Ook al daarom zijn achtergrondstukken als die van Versteegh over anti-terrorisme broodnodig: ze maken duidelijk dat terreur geen natuurverschijnsel is, geen stuiptrekking van het Avondland of nakende triomf van ‘de islam’, maar een vorm van politiek en religieus geweld waar een praktisch antwoord op gezocht kan en moet worden.

En die wat zondagse preek van Van Reybrouck over matiging?

Zelfcensuur is géén goed idee, proportionaliteit wél – en waken voor de reflex van de overtreffende trap. Maar zulke aanbevelingen zijn meestal helemaal niet specifiek voor terreurverslaggeving. Neem deze: ‘vermijd sensationalisme’, ‘bied duiding en nuance’, ‘laat speculaties achterwege’, ‘publiceer geen propaganda’. Warempel, het lijkt wel de algemene formule van wat ooit ‘kwaliteitskranten’ heetten.

Ik zou er aan willen toevoegen: wees zuinig met estheticisme. Terreur is óók spektakel, en media zijn graag filmisch. Zoals een cover van nrc.next met steeds grotere namen van steden die recentelijk doelwit werden. Subtekst: ‘het’ komt steeds dichterbij!

Die voorpagina werd, niet toevallig, al snel nagedaan.

Reacties: ombudsman@nrc.nl