Zo kampeer je in het wild

Paalkamperen Wildkamperen kan op aangewezen plekken van Staatsbosbeheer en voor die ‘paalcampings’ is steeds meer belangstelling. De mensen die er hun tentje opzetten willen even ontsnappen. „Wakker worden met de vogels, slapen met de uilen.”

Wildkamperen op het terrein van de Utrechtse Heuvelrug. Hier is geen elektriciteit, geen wc en al helemaal geen receptie. Foto's Simon Trel

Een tortillawrap met opgewarmde linzencurry uit een zakje van Hak is een prima campingmaaltijd. Avontuurlijk? Nee. Wel: gemakkelijk op te warmen en zonder bestek (afwas) weg te werken. Twee twintigers hebben net hun laatste hap op en zitten nu, in kleermakerszit, op de vochtige bosgrond. Op dit kampeerterrein op de Utrechtse Heuvelrug geen elektriciteit, geen wc en al helemaal geen receptie. De vrienden komen juist vanwege dat gebrek aan voorzieningen. „Even weg van het institutionele.”

Ze zijn aan het wildkamperen – maar dan niet echt in het wild en wél legaal. Vandaag staan ze met hun trekkerstentjes op een terrein dat Staatsbosbeheer met een paal heeft gemarkeerd: een paalcamping. Het veld dat grenst aan een wandelpad is redelijk open, hier en daar wat struiken, groepjes bomen. Verderop strekken de bossen van Lage Vuursche zich uit. Van dit soort gestripte campings zijn er in Nederland zo’n twintig. Overnachten is gratis, je mag een plek maximaal 72 uur bezet houden – zo moet worden tegengegaan dat daklozen er hun vaste standplaats van maken. Deze zomer heeft het paalkamperen het voorlopige hoogtepunt van zijn populariteit bereikt, constateren boswachters en doorgewinterde beoefenaars. De laatste jaren hebben zij het aantal gebruikers van paalcampings zien verdubbelen. Een gok natuurlijk, want je hoeft je niet te registreren.

Op dit terrein in Lage Vuursche staan vandaag vijf met druppels bedekte tentjes. De nacht ervoor overnachtten er twintig kilometer verderop bij de paal in Austerlitz maar liefst vijftien kampeerders. Officieel mogen dat er twee zijn, maar boswachter Jelle Bais ziet het door de vingers als iedereen zich een beetje rustig houdt.

Polderoplossing

We mogen de namen van de jonge mannen van de tortillawraps met linzencurry niet noemen, want illegaal wildkamperen is eigenlijk hun hobby, vertellen ze. Het liefst op de Schotse Hooglanden – kompas in de zak van hun afritsbroek, dagen lopen zonder een ander mens te zien – maar ook in Nederland. Als je betrapt wordt, kun je een boete van wel 4.000 euro krijgen en een strafblad wegens ‘landloperij’. Nu zijn ze hier, op vijf minuten lopen van de bushalte. „Dit moet je zien als oefenen.”

De ‘paalcampings’ zijn in de jaren negentig bedacht als vrolijke polderoplossing voor een wildkampeerprobleem. Staatsbosbeheer constateerde dat een groep vakantievierders zich niet liet dwingen tussen de heggetjes van familiecampings en zomaar op allerlei plekken in het bos de tent opzette. Dat moest de kop in gedrukt worden.

Zou best kunnen dat zo’n paalcamping wildkamperen ten dele heeft ingeperkt, denken deze jongens, want anders hadden ze nu waarschijnlijk ergens anders, op verboden gebied, gestaan.

Foto’s Simon Trel

„De laatste jaren gebeurt het nog maar zelden dat ik in mijn eentje ben”, zegt geschiedenisdocent Stefan Kruithof (30). Op zijn vijftiende ging hij voor het eerst helemaal alleen paalkamperen. Hij doet het voor de spanning – „soms hoor je voetstappen of zie je ineens koplampen” – en de rust. Kruithof is een bekende naam onder paalkampeerders, want hij beheert de actueelste website waarop hij de gps-locaties van paalkampeerplekken bijhoudt. Onlangs voelde hij zich genoodzaakt een waarschuwing te plaatsen: ‘Het afgelopen jaar is de belangstelling voor paalkamperen sterk gegroeid. Helaas heeft deze ontwikkeling niet alleen positieve gevolgen.’ Hij roept mensen op hun troep op te ruimen, want dat gebeurt niet altijd.

Toch een beetje regulering

Net als Stefan Kruithof ziet boswachter Jelle Bais zijn bos wel eens troeperig worden. Op kampeerplek Austerlitz even verderop zijn vannacht vijftien tenten opgezet – vanochtend lagen overal bierblikjes. „Er wordt gevraagd om vuilnisbakken”, zegt Bais. „Maar die moet je dan onderhouden, en dat willen we juist niet.” Toch overweegt de boswachter om het paalkamperen lichtjes te reguleren. Vuurtjes stoken mag eigenlijk niet in het bos, maar het wordt toch op een aantal plekken gedaan, ziet Bais. „Dat baart wel even zorgen”, zegt hij. „We gaan nu kijken of we plekken kunnen maken waar het veilig kan.” Maar verder wil hij er niet aan sleutelen. „Back to basic, dat moet het blijven.”

De paalkampeerders zijn in te delen in verschillende groepen, zegt Bais, die het werk al 27 jaar doet en wekelijks langs de twee veldjes in zijn gebied wandelt. Je hebt de ‘bushcrafters’, kampeerkunstenaars die soms zelfs zonder meegebracht eten op pad gaan om te ‘overleven’ en bankjes uit bomen te knutselen. En de avonturiers met een tikje meer behoefte aan zekerheid, zoals de twee vrienden. En dan zijn er nog de mensen die klaar zijn met „prikkels”, zegt Bais. Soms zijn dat jonge gezinnen, maar ook vaak mensen alleen. Bij die laatste categorie hoort de boswachter zelf. Bais heeft de indruk dat de mensen die prikkels willen weren de groep is die vaker dan voorheen komt. „Deze zomer hebben we ook meer grote vriendengroepen dan gebruikelijk gezien.” Bais deed het zelf om „even uit de drukke maatschappij” te zijn, zegt hij. „Weg van de grote torens. Geen lichtvervuiling. Wakker worden met de vogels en slapen met de uilen. Het idee hebben dat je deel uitmaakt van de omgeving.”

Wildkmaperen loactie in een bos vlakbij Hilversum. Vuursche paalkamperen locatie. Tenten en schutting. Foto Simon Trel 28072017
Wildkamperen op het terrein van de Utrechtse Heuvelrug. Hier is geen elektriciteit, geen wc en al helemaal geen receptie.

Foto’s Simon Trel
Foto’s Simon Trel

De Nederlander staat er een beetje diffuus in, als het om vakantievieren gaat. Enerzijds hebben we dus behoefte aan een uitgeklede versie van het dagelijks leven, aan de andere kant willen we ook meer luxe. Nederlandse toeristen slapen in eigen land tegenwoordig vaker in een hotel dan op een kampeerterrein.

In 2015 werd 30 procent van de overnachtingen in een hotel doorgebracht, en een kwart op de camping. Tien jaar daarvoor was dat nog andersom. Vakantiehuisjes zijn nog meer in trek; de bijna 26 miljoen overnachtingen waren goed voor 39 procent van het totaal.

Sinds een paar jaar wordt het woord ‘glamping’ gebruikt voor kamperen met luxe. De ANWB heeft een glamping-sectie op zijn website. „Glamping is dé trend van dit moment! Slapen onder tentdoek, maar dan wel in een boxspringbed.”

Twee jongens (19) uit Oost-Vlaanderen laten zich niet vatten in een Nederlandse kampeertrend. Zij hebben een praktische reden om hier te zijn: geld. Hun tentje staat tien meter bij de avonturiers met de tortillawraps vandaan, witte Twingo ernaast geparkeerd. Het was gewoon de goedkoopste optie tijdens een weekendje uit in Amsterdam. Was vanochtend wel lastig, toen er geen campersuper was waar ze met dikke katers naartoe konden strompelen. Vanavond houden ze het rustig. „We gaan Netflixen. Jackass, denk ik.”