Cultuur

Interview

Interview

Benjamin Alard: „Voor mij is de Clavier-Übung een essay.”

Foto Bernard Martinez

Benjamin Alard speelt zes uur muziek van Bach uit het hoofd

Interview

Op het Festival Oude Muziek Utrecht speelt Benjamin Alard uit het hoofd zeven Bach-concerten, zo’n zes uur muziek, op klavecimbel én op het nieuwe orgel van TivoliVredenburg.

Op het eerste gezicht lijkt het een gimmick: Bachs integrale Clavier-Übung uit het hoofd spelen. De vier boeken bevatten namelijk zo’n zes uur muziek voor klavecimbel en orgel. Toch is dat precies wat Benjamin Alard gaat doen, verdeeld over zeven concerten in het Festival Oude Muziek. Maar wie met de jonge Franse virtuoos spreekt, begrijpt al snel dat zijn motieven puur muzikaal zijn. Alard (1985) formuleert bedachtzaam, aan de telefoon vanuit Parijs, en getuigt van een sprankelende, onderzoekende geest, die wars is van gekkigheden.

„Wanneer je uit je hoofd speelt ben je dichterbij”

Nee, van een gimmick is bij Alard geen sprake, al begrijpt hij best dat zijn project nogal spectaculair klinkt. Het begon twaalf jaar geleden met de Goldberg-variaties, het beroemde vierde en laatste boek van de Clavier-Übung, legt Alard uit. „Het is heel moeilijk om vrij te zijn in zo’n beroemd werk, om andere invloeden en interpretaties los te laten en toegang te vinden tot de oorspronkelijke bron.” Hij heeft er indertijd een grondige orgeltranscriptie van gemaakt, en daarna kende hij de noten wel van buiten. Zonder tussenkomst van inkt op papier staat hij in onmiddellijke verbinding met de zeggingskracht van de muziek. „Wanneer je uit je hoofd speelt ben je dichterbij, voel je een speciale resonantie. Dat is een heel spiritueel contact.”

Partituur

In de jaren sindsdien heeft Alard de overige boeken van de Clavier-Übung toegevoegd aan zijn repertoire, en in Utrecht voert hij ze voor het eerst integraal uit. Overigens gebruikt hij voor het derde recital waarschijnlijk wél een partituur. Dat recital staat in het teken van de Deutsche Orgelmesse, waarbij sopraan Gerlinde Sämann op verzoek van Alard tussendoor de Lutherse koralen zingt waarop de orgelmuziek gebaseerd is. Alard: „Bachs eerste luisteraars waren net als hijzelf grootgebracht met die koralen. Het was hun dagelijks brood. Het begrip van de tekst is van groot belang.” Voor een optimale afstemming met Sämann verdient het gebruik van de partituur de voorkeur, vindt Alard.

Alard is zeer benieuwd naar het nieuwe orgel van TivoliVredenburg. „Bij het orgel moet je zelf de kleuren en registers kiezen, de muziek als het ware orkestreren, dat is 70 procent van het werk. Bach geeft geen aanwijzingen, je moet je eigen pad kiezen”, zegt hij. Behalve orgel speelt hij ook klavecimbel, een instrument met een heel andere speeltechniek. Desondanks gaat de afwisseling hem makkelijk af: „Voor mij is het heel natuurlijk. Je moet spelen met je oren en je geest.”

Essay

De ‘Übung’ in Clavier-Übung wordt weleens begrepen in de zin van ‘oefening’, maar de razend moeilijke muziek is zeker geen studiemateriaal. Alard benadert het werk juist als een filosofische denkexercitie: „Voor mij is de Clavier-Übung een essay in de traditie van Montaigne, een poging de betekenis van het leven te begrijpen.” Bach is niet de enige componist-filosoof; Alard vindt Scarlatti, die andere goeroe van het klavierrepertoire, eveneens „een groot penseur”. Maar door zijn zuidelijke temperament is Scarlatti onvergelijkbaar met Bach, directer, het leven vierend. „Bach is complexer, aarzelender. Het protestantse woord is ernstig en gericht op omgang met de dood. Bach wilde iets nalaten, hij wilde een vraag stellen waaraan je je hele leven kunt wijden.”