Cultuur

Interview

Interview

Hoogleraar verloskunde Eva Pajkrt

Foto Rien Zilvold

‘Vijf echo’s voor alle zwangeren’

Eva Pajkrt lacht graag, relativerend en geruststellend, maar aan het eind van het gesprek, op haar kamer in het AMC in Amsterdam, raakt ze opeens ontroerd. Ze vertelt hoe zwangere vrouwen, en dan bedoelt ze echt ongeveer álle zwangere vrouwen die ze ziet, reageren als ze te horen krijgen dat het kind in hun buik een afwijking heeft. „Zo sterk zijn ze dan, in hun ellende. Vrouwen zijn zulke sterke gave wezens. Ze kunnen ontzettend veel aan.” Het maakt, zegt ze, dat ze haar werk na al die jaren nog steeds mooi en interessant vindt.

En de mannen?

„Ik generaliseer, maar mannen zie ik vooral lijden doordat ze hun vrouw zien lijden. Het lijkt wel alsof de vrouw het lijden van de man probeert te compenseren door zelf zo krachtig mogelijk te zijn.” Wat haar dus ergert: mensen, politici in het bijzonder, die suggereren dat vrouwen met een afwijkende foetus uit gemakzucht tot een abortus besluiten, omdat een gehandicapt kind niet in hun leven zou passen. Zíj maakt dat nooit mee.

Vrouwen zijn zulke sterke gave wezens

Sinds een jaar is Eva Pajkrt hoogleraar verloskunde in het AMC, met als specialisatie prenatale diagnostiek. Door middel van echoscopie probeert ze tijdig complicaties op te sporen, waarvan de belangrijkste vroeggeboorte, groeivertraging en aangeboren afwijkingen zijn. In haar oratie, deze zomer, zei ze dat van de 170.000 kinderen die jaarlijks in Nederland worden geboren er 1.320 rond de bevalling overlijden, relatief meer dan in Noorwegen, Zweden of Denemarken. Het aantal zou volgens haar fors omlaag kunnen als er beter op de ongeboren kinderen werd gelet. Daarom vindt ze dat alle zwangere vrouwen vijf echo’s zouden moeten krijgen: bij 10, 13 en 20 weken, en daarna nog twee om te kijken of het kind goed groeit.

Nu krijgen vrouwen standaard alleen een echo bij 10 en 20 weken, en binnenkort misschien ook bij 13 weken. De Gezondheidsraad heeft afgelopen winter al geadviseerd om die 13-wekenecho in te voeren. Maar de beslissing daarover laat demissionair minister Edith Schippers van Volksgezondheid over aan het nieuwe kabinet.

Eva Pajkrt: de hoge kindersterfte rond de bevalling in Nederland kan fors omlaag door betere controle. Foto Rien Zilvold

Die eerste echo is om…?

„De duur van de zwangerschap vast te stellen, en met een echo doe je dat betrouwbaarder dan aan de hand van de laatste menstruatie. Een kind dat na 22 of 23 weken wordt geboren, wordt in Nederland niet behandeld. Maar na 24 weken wel, dus wil je de uitgerekende datum precies weten.”

En bij 13 weken?

„Kun je heel goed zien of er grote afwijkingen zijn. Dat zagen we al toen we begonnen om bij kinderen rond de dertiende week de dikte van de nekplooi te meten om het risico op het downsyndroom te meten.” Eva Pajkrt is daar in 1998 op gepromoveerd. „Geen hersenen, geen nieren, een half aangelegd hart, ontbrekende ledematen, een groot buikwanddefect – bij 13 weken haal je die kinderen er zo uit.”

Maar veel vrouwen krijgen die 13-wekenecho niet meer omdat ze sinds kort kunnen kiezen voor NIPT (niet-invasieve prenatale test) in plaats van voor de combinatietest (nekplooimeting door middel van een echo en bloedonderzoek). „Zonde”, zegt Eva Pajkrt, „want je kunt die grote afwijkingen beter bij 13 weken vaststellen dan bij 20 weken, zoals nu. Er is meer tijd om dingen uit te zoeken en meer tijd om te beslissen over afbreking. Ouders die bij 20 weken horen dat het kind een afwijking heeft, vragen terecht of die niet eerder gezien had kunnen worden.”

Wat zie je bij 20 weken wat je niet bij 13 weken ziet?

„Vooral de subtielere hartafwijkingen. Een gaatje in het tussenschot, een iets te smalle aorta. We halen er echt niet alles uit, maar wel al veel meer dan vroeger. Inmiddels wordt 60 procent van de hartafwijkingen voor de geboorte gedetecteerd. Verder zie je de subtielere hersenafwijkingen. En ik pleit ervoor om bij 20 weken standaard de baarmoedermond te meten. Je kunt zeggen: extra werk, je moet er een vaginale echo voor doen, voor de vrouw niet prettig, aan- en uitkleden, en de blaas moet leeg. Maar er is een directe relatie tussen de lengte van de baarmoedermond en de kans op vroeggeboorte.”

Die twee late echo’s na 20 weken doe je dus om te kijken of het kind goed groeit?

„Ja. We zijn er nog steeds niet echt goed in om groeivertraging te detecteren, vooral niet bij kinderen die eerst goed groeien en er na 30 of 32 weken mee stoppen omdat de placenta niet meer goed werkt. Opeens is het kind overleden. Dat is zo verschrikkelijk zonde. Met alleen echo’s ben je er niet, je zult ook altijd een doppleronderzoek moeten doen om de bloedcirculatie in de placenta te controleren. Maar met minimaal twee echo’s kun je wel beter zien of de groeicurve afbuigt.”

Zijn vrouwen meer dan vroeger geneigd om de zwangerschap te laten afbreken als er iets met hun kind is?

„Nee, voor sommige afwijkingen is die neiging al heel hoog, en ik zie die niet hoger worden. Open ruggetjes: 90 procent. Downsyndroom: 90 procent. Ik heb het nooit geturfd, maar ook vrouwen die zeggen dat ze de zwangerschap nooit zouden laten afbreken als hun kind het downsyndroom heeft – 90 procent doet het toch als ze horen dat het echt zo is. Daarom willen veel vrouwen liever geen test, want dan hoeven ze die afweging niet te maken. En dat begrijp ik. Al dat testen, het móét niet.”

Willen vrouwen al die echo’s wel?

„Ja, die wel. Ik maak zelden mee dat vrouwen geen echo’s wensen.” Sowieso wordt er in de zwangerschap veel geëchood, zegt ze. Vrouwen vinden het leuk en verloskundigen verdienen er geld mee. Het wordt tijd, vindt ze, om structuur in die echo’s aan te brengen en er ook gestructueerd naar te gaan kijken.

Vrouwen zullen lang niet allemaal de zwangerschap laten afbreken als er afwijkingen zijn.

„Nee, vaak om religieuze redenen. Al kan dat ook een vooroordeel zijn. Van islamitische vrouwen – we zien ze veel in het AMC, meer dan katholieke en protestantse vrouwen – wordt wel gedacht dat ze nóóit afbreken. Helemaal niet waar. Nederlandse islamitische vrouwen doen het wel als hun kind grote afwijkingen heeft. Maar er zijn ook vrouwen die hun zwangerschap uitdragen en accepteren dat hun kind niet levensvatbaar is, of ernstig gehandicapt zal zijn. En de manier waarop ze dat dan doen, daar heb ik ook grote bewondering voor.”