Commentaar

Verkoop eneco

Bestuur Eneco moet niet plaatsnemen op stoel aandeelhouders

De kans is groot dat de dagen van energieconcern Eneco in overheidsbezit zijn geteld. Als laatste van de grote drie energieleveranciers stootte het bedrijf, begin dit jaar, zijn netwerkactiviteiten af. En als laatste zal het nu waarschijnlijk worden verkocht aan een private partij. Essent ging eerder naar het Duitse RWE. Nuon werd verkocht aan het Zweedse Vattenfall.

Op dit moment zijn 53 gemeenten samen aandeelhouder in Eneco. Rotterdam en Den Haag hebben te kennen gegeven hun aandelen te willen verkopen. Samen met Dordrecht en Leidschendam-Voorburg, eveneens voorstander van verkoop, hebben zij een meerderheid van de aandelen.

Het bestuur van Eneco steekt zijn weerstand tegen een verkoop niet onder stoelen of banken. Ook vakbond CNV heeft zich al bij de tegenstanders gevoegd. Het belangrijkste argument is dat het ‘groene’ karakter van de energieleverancier gevaar zou lopen. Eneco is inderdaad relatief groot in groene stroom. Maar niet vergeten moet worden dat het hier, vergeleken met Essent en Nuon, om een bedrijf met een verhoudingsgewijs kleine omvang gaat.

Dat wil niet zeggen dat het behoud van het groene karakter van Eneco geen valide argument is. Nederland loopt nog steeds achter bij het realiseren van internationaal afgesproken doelen voor alternatieve energie. Het zou onfortuinlijk zijn als een koper hier minder de nadruk op legt. Er is een verschil tussen verkoop aan een puur financiële partij die het laatste restje rendement uit een bedrijf wil wringen, of aan een binnen- of buitenlandse branchegenoot die winst ziet in schaalvoordelen.

Eneco maakt, ook na de afsplitsing van het net, een gezonde winst, zo bleek donderdag. Dat is het bestuur toe te rekenen. Een goed rendement is de beste bescherming tegen mogelijke kopers met wilde veranderplannen. En wat de weerstand van de vakbond betreft: voor werknemers is een overname altijd een ongewisse periode. Dat is echter geen argument om niet van eigenaar te veranderen.

De vraag is of dit allemaal uiteindelijk ter zake doet. Eneco heeft aandeelhouders, en als een meerderheid daarvan wil verkopen, zal dat moeten gebeuren. Zij zijn de eigenaren van het bedrijf en hebben het recht dit van de hand te doen.

Nu zijn er naast aandeelhouders ook andere stakeholders en belangen. Het feit dat juist gemeenten aandeelhouder zijn, onderstreept dat binnen deze aandeelhouders al een democratisch proces plaatsvindt waarin verschillende belangen tegen elkaar worden afgewogen.

De gemeenten die willen verkopen hebben hun eigen overwegingen, en mogen die ook maken. Een energiebedrijf dat zich sterk maakt voor groene stroom is van belang voor de samenleving. Maar nogmaals: het is lang niet gezegd dat een nieuwe eigenaar dit kennelijk rendabele beleid niet zal voortzetten, en de verkopende gemeenten zijn daar zelf bij.

Het geld dat met de verkoop vrijkomt, kan door hen worden aangewend voor maatschappelijke doeleinden die eveneens een groter belang kunnen dienen. Het is niet aan de bedrijfsleiding van Eneco om de besluitvorming over de verkoop actief te beïnvloeden.