Column

Trumps woede kan lonen

Inhakken op de pers – Donald Trump lijkt er steeds meer plezier in te krijgen. Hij maakt er in ieder geval meer werk van dan ooit tevoren. In zijn lange rede deze week in Phoenix kwam hij telkens weer terug op de verfoeilijke rol die het overgrote deel van de media in zijn ogen speelt.

„Het zijn slechte mensen en ik denk echt dat zij niet van ons land houden. Dat denk ik echt.” En: „Ze hebben vaak geen bronnen… ik vertel jullie dit om te laten zien hoe verdomd oneerlijk deze mensen zijn.” En: „Ik hoop dat ze zullen laten zien hoeveel mensen hier zijn, maar zelfs dat zullen ze niet doen, alleen als er een anarchist protesteert.”

Hij noemde ook de namen voluit: The New York Times („mislukt”), The Washington Post („de lobbytak van Amazon”), ABC, en, vooral, CNN, zijn grootste zondebok („zo slecht, zo zielig, hun kijkcijfers gaan omlaag”).

Wie zulke uitspraken een dag later geïsoleerd in de krant leest, kan zijn schouders ophalen en denken: „Laat hem.” Het wordt verontrustender als je op internet de rede opzoekt en ziet dat hij herhaaldelijk een echte act maakt van zulke aanvallen. Halverwege zo’n aanval pauzeert hij en draait hij zich triomfantelijk om naar de juichende menigte om nog meer bijval los te maken. Ook wijst hij beschuldigend naar de cameraploegen in de zaal. Hij glimlacht als het publiek vervolgens scandeert: „CNN sucks!

Op die manier komt hij gevaarlijk dicht bij het uitlokken van geweld tegen de media. Het zou me niets verbazen als dat ook gaat gebeuren. Er zijn commentatoren die vermoeden dat Trump zichzelf met zulke aanvallen in de voet zal schieten, maar is dat niet al te optimistisch gedacht?

Trump weet heel goed wat hij doet, hij exploiteert een oud sentiment dat nog altijd diep in de samenleving geworteld is: een afkeer van kritische media. Als de boodschapper lastige vragen blijft stellen, wordt hij algauw ‘zuur’ genoemd; als zijn oordeel of analyse negatief uitpakt, is hij ‘partijdig’.

Trump doet niet anders. Ik vrees dat hij de pers er meer mee beschadigt dan zichzelf. De media kunnen zich moeilijk verdedigen tegen deze beschuldigingen, ze zullen meteen beticht worden van het schoonvegen van het eigen straatje.

Ik bekeek een aantal van de duizenden lezersreacties op het verslag van The New York Times over Trumps optreden in Phoenix. De overgrote meerderheid steunde de krant, maar er waren ook lezers die de kant van Trump kozen. Zij vonden dat de media – en niet Trump – de raciale spanningen aanwakkeren met sensationele berichtgeving. Ook zouden de media Trump te veel aandacht geven, zowel tijdens de verkiezingen als tijdens zijn presidentschap. Voor dat laatste argument ben ik niet ongevoelig: ik denk ook dat Trump in dit opzicht meer aan de pers te danken heeft dan hij beseft.

Het is te hopen dat vooral de kwaliteitsmedia kritisch durven te blijven over Trump. Een krant als The Wall Street Journal lijkt al te aarzelen. De hoofdredacteur berispte deze week zijn redactie die „selectief kritisch” over Trump in Phoenix zou hebben bericht. Om suggestief-kritisch af te sluiten: Trump is bevriend met de mediamagnaat Rupert Murdoch, de eigenaar van The Wall Street Journal; ze hebben nog onlangs samen gedineerd in het Witte Huis.