Recensie

Opgeëist door een bruusk begeren

Edzard Mik

In zijn nieuwe verhalenbundel verkent Mik de vervreemding in vele toonaarden. Alleen in verhalen kunnen zijn personages echt wonen.

Foto Getty Images

Tot tweemaal toe staat het woord ‘ergens’ in de titel en ondertitel van het nieuwe boek van Edzard Mik (1960). Het ‘ergens’ in de ondertitel is te verklaren door het feit dat de hier verzamelde verhalen in verschillende boeken en tijdschriften werden afgedrukt. Kijken we naar het ‘ergens’ in de titel, dan wordt het wat technischer. Vaak, zo valt op, maken Miks personages een wat gedesoriënteerde indruk, alsof ze op een in de gauwigheid toegeschoven landkaart niet onmiddellijk aan kunnen wijzen waar ze zich bevinden. Maar het gebrek aan oriëntatie beperkt zich niet tot het ‘waar?’, soms draait het ook om ‘waarbij?’ of ‘met wie?’ en is de opgeworpen vraag abstracter van aard en draait het om een identiteitskwestie.

Het verhaal is niet alleen uiterst modern, het is ook erg humoristisch

Een goede illustratie hiervan is het verhaal ‘Broer in Venetië’, waarin de verteller uit de doeken doet hoe hij in Venetië, waar dan de jaarlijkse Biënnale plaatsvindt, zijn broer hoopt te treffen. ‘Ze hadden het in de krant gezet, ze hadden in de krant gezet dat hij hier zou zijn. Ik herkende zijn naam meteen.’ Een nogal verwarde mededeling, denk je eerst, tot de verteller verder gaat: ‘Ik was blij verrast dat ik zijn naam nog wist: Aernout. Niet Arnoud, Arnold, Arno. Niet Aeronaut of Arenot.’ Na enig gegoogle blijkt dan dat Edzard Mik een broer is van de gevierde kunstenaar Aernout Mik, waarmee duidelijk wordt met welk spel Mik hier initieert: Edzard de verteller heeft een broer die furore heeft gemaakt, die misschien wel meer ‘van de wereld is’ dan dat hij nog zijn broer is, en nu is het zaak om die kloof te dichten, hem weer broer te maken. Toch? Nee, zo zit het ook niet precies. ‘Maar ik wilde hem niet per se zíén, ik wilde hem iets zeggen, ik was alleen vergeten wat.’ Het verhaal is met dat geschipper tussen de verloren intimiteit van de familieband en de eigen anonimiteit in die drukke stad, ‘die als een web boven het water hangt’, niet alleen uiterst modern, het is ook erg humoristisch.

Melancholiek en sprookjesachtig

Mik verkent de registers van de vervreemding in allerlei toonaarden. Daar is het onbekommerd melancholiek, zoals in een verhaal over een jeugd in Groningen, daar is het weer sprookjesachtig, in het verhaal over een man wiens baard evenredig groeit met een zandhoop voor zijn flat. Knipt hij de baard bij, dan slinkt de hoop. De baard, én die hoop zand, staan misschien wel symbool voor de passiviteit waarin de verteller zich wentelt. Veel voert hij niet uit, veel wordt er niet van zijn leven, maar de macht over de zandhoop, een bron van ergernis voor omwonenden, die heeft hij tenminste.

Nog iets dat opvalt: de levens die Mik onder zijn hoede neemt verlopen kalm, totdat ze opeens door een bruusk begeren worden opgeëist. Een bezorger houdt zich keurig aan zijn tijdschema, totdat hij gegrepen wordt door de aanblik van die verleidelijke vrouw in een oranje overall. Zijn onderworpenheid aan de gedicteerde tijd smelt meteen; wat ons werkelijk beroert is kennelijk elders te halen: een uiterst romantische gedachtegang.

Het is Mik ten voeten uit in deze sterke bundel. Alleen in verhalen kunnen deze personages echt wonen. Daarbuiten zijn het aanmodderende mensen, zoals u en ik.