Column

Koop geen bitcoins, uit principe

De euforie rond blockchain doet denken aan de begindagen van het internet. Nu weten we: niet de anarchie, maar het kapitalisme won.

Het liedje Despacito (‘rustig aan’) is niet de enige zomerhit van 2017. De bitcoinhype joeg de koers van de digitale muntsoort de afgelopen maanden op tot ruim 4.000 dollar. Het regent nieuwe muntsoorten om meer speculanten naar het cryptocasino te lokken.

„Elke ochtend word ik 50 mille rijker wakker”, fluistert een belegger die anoniem wil blijven. Hij kocht voor twee ton aan cryptomunten, die momenteel twee miljoen euro waard zijn.

Je moet wel gek zijn als je nog niet belegd hebt in bitcoins, zeggen de cryptogelovigen. Of te laf, zoals in mijn geval. Dat zat er al vroeg in. In 2004, net na de internetbubbel, vroeg mijn vader me vroeg of hij aandelen Google à 85 dollar moest kopen. Ik raadde het hem af – lafaard die ik was. Google is nu het tienvoudige waard.

Wie wil er nou niet slapend rijk worden? Oskar van Deventer bijvoorbeeld. Deze 51-jarige TNO-onderzoeker verdiepte zich de afgelopen jaren in blockchain, de technologie waarop digitale munten gebaseerd zijn. Hij bouwde zelfs zijn eigen munt, de OsCoin. „Puur voor onderzoek.”

Van Deventer is iemand die in één adem kan uitleggen wat zo’n blockchain is: een netwerkcomputer, gevormd door verschillende pc’s. Ze vertrouwen elkaar op basis van digitale handtekeningen. Je kunt op die gedeelde computer software draaien („samen een feestje organiseren”) zoals een programmaatje voor een digitale muntsoort. Elke transactie wordt bewaard in gezamenlijke administratie, opgebouwd uit blokken. Vandaar: blockchain. Volgende slide graag.

„Had ik meteen bitcoins gekocht, dan zou ik nou niet meer hoeven werken”, zegt Van Deventer. Maar hij deed het niet. Uit principe. „Ik ben een bitcoin-vegetariër.”

Daar heeft hij twee redenen voor. De eerste is dat bitcoins – behalve voor speculatie – veel gebruikt worden om geld wit te wassen of belasting te ontduiken. Ze zijn het meest geaccepteerde betaalmiddel op het dark web, het geanonimiseerde deel van internet. Kwaadaardige software, gestolen wachtwoorden, drugs of wapens reken je af in bitcoins, slachtoffers van gijzelsoftware betalen in bitcoins.

Bitcoin vreet stroom: bijna 15 procent van wat heel Nederland aan energie verbruikt

De tweede reden van Van Deventers bitcoinallergie is energieverspilling. Het delven van bitcoins (computers, met name in China, voeren wiskundige berekeningen uit in ruil voor digitale valuta) vreet stroom. Bitcoin verstookt bijna 15 procent van wat heel Nederland aan energie verbruikt.

Van Deventer is vernoemd naar de hoofdpersoon uit Die Blechtrommel, de roman van Günter Grass. Die Oskar gilde zo hard dat de ruiten sprongen. Zelf is de bitcoin-vegetariër niet zo schreeuwerig. „Ik zal nooit iemand mijn mening opdringen”, belooft hij.

We hebben het over de euforie rond blockchain, de technologie die banken en overheden overbodig zou maken. Dat doet denken aan de begindagen van het internet, een decentraal netwerk dat de wereldorde zou veranderen. Dat pakte anders uit: het web werd opgedeeld in aangeharkte tuintjes waar Facebook, Google, Amazon en Apple het voor het zeggen hebben. Niet de anarchie, maar het kapitalisme won.

Ook blockchain wordt ingekapseld door gevestigde instanties, denkt Van Deventer. Banken en overheden experimenteren al met eigen blokketens. Verzekeraars willen smart money uitkeren, dat je alleen aan een bepaald doel mag uitgeven.

Het internet werd gebouwd op computers die elkaar – ten onrechte – blindelings vertrouwen. Blockchain kan die constructiefout repareren. Minder corruptie, minder bureaucratie, een democratischer beheer van het web en een veiliger internet of things: daar hebben we allemaal wat aan. Nuttiger dan het cryptocasino, dat de rijken nog rijker maakt.