Kind wordt niet wijzer van pianoles – wel (vaak) blijer

Muziek!

Muziek moet, muziek doet je kind goed – dat is een populair idee onder ouders. Maar muziekles maakt een kind niet slim en doorgaans ook niet virtuoos, zo leert recent onderzoek. Muziek maken is vooral mooi, sociaal en inspirerend.

Arjen Born

Ouders die zelf een instrument bespelen, zijn schaars. Geen tijd voor, waarschijnlijk. Maar de meerderheid van de ouders wil wél dat hun kinderen ermee beginnen, en liefst al jong. Vierjarigen kunnen bij veel muziekscholen al beginnen met pianoles. Sommige docenten geven zelfs peuters van drie les op een mini-viool of een cellootje – en verwachten dat ze thuis oefenen.

Driejarigen vragen natuurlijk niet zelf om celloles. Maar muziek hoort, zeker voor hoog opgeleide ouders, van oudsher bij de opvoeding. Ze hopen dat muziek voor het kind een openbaring zal blijken. Dan betekenen die eerste muzieklessen het begin van een leven lang drummen, fagot spelen bij de harmonie, of dance-nummers componeren. En misschien wel meer. Want is muziek niet ontzettend stimulerend voor abstract denken, concentratie en doorzettingsvermogen?

Steeds meer Nederlandse kinderen maken muziek of zingen. 41 procent van de Nederlandse 6- tot 11-jarigen doet eraan, blijkt uit de Nieuwe Monitor Amateurkunst van het Landelijke Kennisplatform Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) die deze herfst verschijnt. Veel meer dan hun ouders: van de Nederlanders tussen 35 en 65 jaar bespeelt ca 15 procent een instrument of zingt.

Maar er zijn net zoveel kinderen bij wie muziek niet aanslaat. Elke dag viool spelen, of wekelijks met de sax achterop de fiets naar het jeugdorkest – ze slaan zich er hooguit doorheen.

In de opvoedrubriek van NRC vertelde een moeder dit jaar dat ze écht wilde dat haar dochter, ondanks tegenzin, op pianoles bleef. „Een muziekinstrument leren spelen is goed voor de hersens”, betoogde ze. Pedagoog Bas Levering, die aan de rubriek meewerkt, noemde haar standpunt „niet echt meer van deze tijd”. En die goede uitwerking op de hersenen, daar zag hij ook weinig in. „In sommige gevallen heeft al dat geoefen gewoon weinig zin.”

Sommige docenten geven zelfs peuters van drie les op een mini-viool

Zie hier de richtingenstrijd die de afgelopen twintig jaar hartstochtelijk is gevoerd in de muziekpsychologie. Wat kan muzikale oefening een kind brengen? En, breder: wat is het nut van oefening versus talent? Uit het nieuwste onderzoek rolt een duidelijke boodschap. De verwachtingen van ouders over muzieklessen zijn veel te hoog gespannen.

Muziek maakt je niet slimmer

Dertien jaar geleden publiceerde de Canadese psycholoog Glenn Schellenberg een beroemd experiment in Psychological Science. 36 zesjarige kinderen kregen 36 weken lang keyboard-les. Drie even grote groepen kregen toneelles, zangles of helemaal geen les.

Aan het eind hadden de kinderen die met zang of toetsen bezig waren geweest, een hoger IQ dan de rest. Het ging maar om een paar punten, maar het verschil was er. Nooit eerder hadden muzieklessen in gecontroleerde omstandigheden zo’n algemeen effect laten zien op de hersenen. Sindsdien hebben muziekpsychologen zijn resultaten vaak aangehaald, ook als rechtvaardiging voor gesubsidieerde muzieklessen op scholen.

En hoe kijkt Schellenberg er, dertien jaar later, zelf op terug? „Sceptisch”, zegt hij aan de telefoon. „Niemand heeft het echt kunnen repliceren.”

‘Ik ging op mijn vijfde op pianoles, net als mijn zussen. Ik was een slim kind, en ik oefende elke dag. Ik zeg niet dat ik slimmer was dan mijn zussen, maar ik had wel muzikale aanleg. Ik ben blijven spelen. Tijdens mijn studie heb ik filmmuziek gecomponeerd.’ Glenn Schellenberg

Schellenberg, verbonden aan de University of Toronto, was al langer geïnteresseerd in het verband tussen intelligentie en muzikaliteit. „Ik bestudeerde een groep achtjarigen die al twee jaar muziekles hadden gehad. Die hadden een IQ dat wel een standaarddeviatie hoger lag dan van hun leeftijdsgenoten! Dat is ongeveer vijftien punten.”

Van muziek word je slimmer, was de aantrekkelijke verklaring. Dat idee was in 1993 al opgekomen na een publicatie in Nature over het ‘Mozart-effect’, een experiment dat aan leek te tonen dat studenten ineens hoger scoorden op een IQ-test als ze tien minuten naar Mozart luisterden.

Vakgenoten veegden die resultaten later van tafel, maar het idee dat muziekles het denken verbetert, vatte wel post. Keer op keer bleek immers dat kinderen en volwassenen die muziek maakten, ook beter scoren op taal, wiskunde, op intelligentie in het algemeen.

Muziek maken als oefening in abstract denken – daar valt ook wel wat voor te zeggen. Schellenberg: „Vooral neurowetenschappers sprongen erop. In muzikaliteit zagen ze een ideaal middel om de plasticiteit van het brein te onderzoeken.”

Inmiddels zijn er weinig wetenschappers meer die erin geloven. Een handvol keren is het effect van muziek op cognitie in gecontroleerde experimenten nu onderzocht, meestal zonder resultaat.

„Er is geen bewijs”, concludeert cognitie-onderzoeker Giovanni Sala. Hij publiceerde afgelopen winter een meta-analyse (een bundeling van eerdere onderzoeksresultaten) in Educational Research Review. „Zwakke studies vonden wel een effect, goed gecontroleerde studies niet.” Sala’s specialisme, in het algemeen, is far transfer. Dat is jargon voor: als je X oefent, word je beter in Y. „Ik vraag me af of het bestaat. Normaal gesproken oefen je iets, en daar word je beter in.”

‘Ik begon als kind met pianoles. Ik probeerde zelfs om op een school te komen met een muziek-curriculum, maar ik had te weinig talent. Het was een ramp. Maar op mijn vijfde had ik ook leren schaken, van een jongen in een hotel. Geweldig.’ Giovanni Sala

Sala vermoedt dat de vermeende positieve effecten van muziek op het brein een ‘bijwerking’ zijn. „Elke andere activiteit die even inspirerend en inspannend is als muziek, werkt ook.” Van schaken word je trouwens ook niet slimmer, zegt Sala. „Daar heb ik ook onderzoek naar gedaan. Dat vond ik wel jammer.”

10.000 uur oefenen maakt je geen topper

Je kind iets laten ondernemen dat opwindend is en goed voor zijn humeur. Is het zo simpel? Of kun je je kind wel degelijk kneden om juist met muziek aan de slag te gaan? Muziekwetenschappers van het Karolinska Instituut in Stockholm doen daar onderzoek naar.

Eén van hen is gedragsgeneticus Miriam Mosing. Ze onderzoekt de basale vraag of muzikaal talent, en de motivatie om te oefenen, aangeboren of aangeleerd zijn. Het is een genetisch vraagstuk. En daarom onderzoekt Mosing tweelingen.

„In de muziekpsychologie gold tot voor kort de heersende theorie: als je maar hard traint, word je een expert”, vertelt ze. Tienduizend uur oefenen, schreef Malcolm Gladwell in zijn bekende boek Uitblinkers (Outliers, 2008). „Dat is een heel fijn geloof”, zegt Mosing op ironische toon. „Je kunt alles worden, als je maar wilt. Maar voor een geneticus is dat raar. Verder zijn alle menselijke eigenschappen in ieder geval deels erfelijk bepaald.”

Mosing en haar collega’s enquêteerden 10.000 volwassenen die deel uitmaakten van een een-eiïge of twee-eiïge tweeling: of ze een instrument bespeelden, hoeveel ze oefenden. De deelnemers legden ook een IQ-test af en enkele basale muzikale vaardigheidstests, over bijvoorbeeld toonhoogte of ritme.

Door een-eiïge met twee-eiïge tweelingen te vergelijken, bepaalde Mosing hoe zeer die eigenschappen aangeboren waren. Haar resultaten lieten zien wat ook uit de analyse van Giovanni Sala rolt: veel musiceren maakt je niet slimmer. Het helpt je zelfs niet per se bij muzikale testjes.helpt je zelfs niet per se bij muzikale testjes.

‘Ik begon op mijn vijfde met viool. Ik moest elke dag 20 minuten spelen, en dat deed ik ook – en geen minuut langer. Mijn ouders kregen door dat het pure plichtsbetrachting was. Toen ik van hen zelf mocht bepalen of ik speelde, raakte ik de viool niet meer aan. Ik ging paardrijden en bracht uren door op de manege.’ Miriam Mosing

Aanleg lijkt cruciaal voor muzikale vorming

Mosing is ervan overtuigd dat bepaalde kinderen nu eenmaal muzikale aanleg hebben. Als volwassenen scoren ze daarom hoog op muziektests. Kinderen met muzikale aanleg zijn, behalve gemiddeld wat slimmer, ook meer geneigd om vaker te spelen op hun instrument. „En als je aanleg hebt, is die oefening ook leuker en levert het meer op.”

Zowel het Zweedse team als de Canadese groep van Glenn Schellenberg hielden de afgelopen jaren enquêtes onder amateurmusici (bij volwassenen en kinderen, respectievelijk). In hun resultaten zien ze vooral het belang van aanleg en karakter bij hun muzikale vorming. Motivatie hebben om te oefenen, open staan voor nieuwe ervaringen, helemaal op kunnen gaan in muziek (flow).

Bekijk hier filmpjes met kinderen die muziekles krijgen

Wetenschappers die onderzoek hebben gedaan aan muziekles, zijn vaak zelf musicus of componist – en ze vinden wel degelijk dat muziek inspireert en mensen verbindt. Luister hier naar de filmmuziek van de Canadese psycholoog Glenn Schellenberg en een piano-optreden van de Zweedse neurowetenschapper Fredrik Ullén.
Ook in het lijstje: vioolles voor Nederlandse peuters en kleuters; en de muziek die in 1993 gebruikt is voor het weerlegde onderzoek naar het Mozart-effect, de sonate voor twee piano’s in D majeur (K448).

Ouders en de sociale omgeving hebben beperkte invloed, denkt Mosing. „Je moet natuurlijk niet in zo’n arme familie of slechte wijk geboren worden dat je nooit met muziek in aanraking komt.” Als dat eenmaal gebeurd is, dan ligt het vooral aan de aanleg van het kind of het door de lessen zal opbloeien.

Niet iedereen is blij met die nadruk op aanleg en talent. De Britse muziekpsycholoog Susan Hallam, al 25 jaar in het vak, ziet het met lede ogen aan. „Het genetisch onderzoek heeft de politieke wind mee. Het past bij de toenemende invloed van rechts.”

Hallam is emeritus-hoogleraar educatie en muziekpsychologie aan het University College London. Sinds de jaren negentig doet ze onderzoek naar het nut van muziekles. In 2015 schreef ze een dik rapport, The power of music, waarin ze alle mogelijke voordelen opsomt – intellectueel, sociaal, voor persoonlijke ontwikkeling en gezondheid. Maar nu ziet ze dat zelfs pionier Glenn Schellenberg „terugtrekkende bewegingen” maakt. „Ik ben bang dat dit het muziekonderwijs schaadt.”

‘Muziek heeft mijn leven veranderd. Ik kom diep uit de arbeidersklasse. Toch steunden mijn ouders me om viool te gaan spelen. Ik ging naar het conservatorium en werd eerste violist in een BBC-orkest. Daarna was ik muziekdocent, in de Thatcher-tijd. Er was geen subsidie, hopeloos. Toen ben ik in de wetenschap gaan werken.’ Sue Hallam

Samen musiceren maakt je mogelijk socialer

Hallam is niet overtuigd van de Zweedse resultaten, zegt ze. „Volgens mij kunnen we genetica en omgeving helemaal niet uiteenrafelen. Dat kunnen we niet voor ziektes, en we kunnen het ook niet voor muziekles.”

Maar net als haar vakgenoten vindt ze dat het debat de afgelopen tien jaar te veel over cognitieve ontwikkeling is gegaan. „De sociale en persoonlijke voordelen van muziek zijn veel belangrijker.” Doorzettingsvermogen, zegt ze. Discipline, concentratie, teamgeest en zelfvertrouwen. „Ik hoor het van schooldirecteuren die veel muzieklessen aanbieden. Die hebben het niet over die paar IQ-punten. Ze hebben het over een beter schoolklimaat. Over verlegen kinderen die ineens durven op te treden. Muziek heeft een krachtig effect op emoties.”

Dat muzieklessen de persoonlijke of sociale ontwikkeling van kinderen bevorderen, is niet aangetoond. Er is grote behoefte aan goede studies naar sociale effecten, zeggen de onderzoekers. Glenn Schellenberg: „We zien al wel effecten van lessen waarbij kinderen samen bewegen op muziek. Dat geeft een gevoel van verbondenheid.”

Dat geldt waarschijnlijk ook voor andere groepsactiviteiten, zegt de Canadees, zoals sport of theater. „Het kwam ook uit mijn experiment in 2004. De kinderen die toneelles hadden gehad, hadden daarna betere sociale vaardigheden.”

Pedagoog Bas Levering is het met Schellenberg eens: „Andere sociale activiteiten zijn ook goed. Ook voetbal of judo, bijvoorbeeld. Kinderen worden egocentrisch geboren. Bij opvoeding hoort dat je kinderen leert om iets voor anderen over te hebben.”

‘Op mijn veertiende kocht ik een boek met muziekstukken en akkoorden, en ging ik gitaar spelen. En op mijn zeventiende kocht ik mijn eerste piano. Want ik viel iedereen lastig die er één in de kamer had staan. Ik ben altijd blijven spelen, met heel veel genoegen.’ Bas Levering, pedagoog

Muziekles opdringen, dat wijst de pedagoog af. Maar muziek heeft wel een speciale plek in Leverings hart. „Voor mij is er niets mooiers dan samen muziek maken. Muziek is belangrijk in het leven.”

Muziek als cultuurgoed, muziek die mensen verbindt en beroert, muziek die misschien wel sociaal gedrag bevordert. Ook al worden kinderen niet beter in taal of wiskunde als ze fagot- of celloles krijgen – dan nog lijken er krachtige argumenten om alle kinderen in ieder geval te laten kennismaken met muziek.

Bekijk hier een basisschoolband

Dit is groep 6 van de Mgr. Zwijsenschool uit Kerkdriel, één van de 36 basisschoolbands die dit najaar strijden in de Lang Leve De Muziek Show (AVROTROS).

„Maar muziekles op school wordt gemarginaliseerd”, zegt Hallam. In Nederland krijgen basisschoolkinderen gemiddeld een half uur per week muziekles, meestal van een leerkracht die zelf zegt er niet zo bedreven in te zijn , blijkt uit een rapport uit 2014. Op maar één van de vijf basisscholen werkt een muziekdocent.

Dat moet beter, vond onderwijsminister Jet Bussemaker. Ze trok er 25 miljoen euro subsidie voor uit, voor de periode 2014-2020.

Uit de Kamerbrief die ze drie jaar geleden stuurde, klonk al de nieuwe toon. „Kinderen maken kennis met melodie, ritme en zang. Zij kunnen zich zo op muzikaal en kunstzinnig vlak ontwikkelen. De school is de plek waar de basis voor die ontwikkeling wordt gelegd.”

Muziek voor de oren dus, niet voor alles wat ertussen zit. Glenn Schellenberg: „Die cheerleaders van muziekonderwijs hebben zich in de voet geschoten door erop te hameren dat muziek je slimmer maakt, dat het goed is voor alles. Nu dat niet zo blijkt te zijn, is hun belangrijkste argument van tafel. Ze hadden moeten zeggen: muziek maakt dat we kunnen dromen, dansen, bewegen. Muziek is belangrijk op zichzelf.”