‘Geef ze alvast 100.000 euro om mee te oefenen’

Vermogende ouders houden hun rijkdom vaak geheim voor hun kinderen. Een cursus leert miljonairskinderen omgaan met het geld dat ze later zullen erven.

Bezoekers van de luxe-beurs Masters of LXRY in Amsterdam. Filosoof Karim Benammar: „In Nederland is er weinig sympathie voor uitschieters naar boven.” Foto Koen van Weel / ANP

Gewoon in loondienst werken terwijl je vader miljonair is? Voor de drie kinderen van een vermogende ondernemer, rijk geworden met de verkoop van bedrijven in logistiek en vastgoed, is dat heel normaal. Ze leven van hun eigen salaris. Ze weten dat hun ouders vermogend zijn. Maar niet hóé vermogend.

De ondernemer, die vanwege zijn privacy niet met zijn naam in de krant wil, doet dat bewust zo. „Ik vind het heel vervelend om over geld te praten. Het is mooi dat het er is, maar ze moeten, net als ik destijds, leren dat ze de dingen zélf moeten verdienen.”

Deze miljonair is lang niet de enige die zijn rijkdom verborgen houdt voor zijn kinderen. Dat blijkt uit een recente peiling van marktonderzoeksinstituut GfK, in opdracht van ABN Amro MeesPierson, een bank voor vermogende particulieren. Van de bijna 500 ondervraagde Nederlandse vermogenden (definitie: minimaal een half miljoen euro aan vrij besteedbaar vermogen) heeft 60 procent niet aan hun kinderen verteld dat ze zoveel geld hebben.

Ik vind het heel vervelend om over geld te praten. Het is mooi dat het er is, maar ze moeten leren dat ze de dingen zélf moeten verdienen

„Vermogende ouders zijn bang dat hun kinderen op de kade gaan zitten wachten tot het schip met geld aanmeert. Ze willen dat ze zélf carrière maken.” Dat zegt familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt, die onder meer een boek schreef over de gevolgen van erfenissen voor de familieverhoudingen.

Ouders vrezen voor de verlamming die kan optreden als je weet dat je nooit hoeft te werken om te kunnen rondkomen. En die angst is reëel, zegt Van den Eerenbeemt. „Als je weet dat er een groot vermogen op je wacht, verandert dat je toekomstperspectief enorm. Sommige kinderen springen uit de band, ze verwaarlozen hun studie omdat ze liever gaan surfen in Biarritz of voor een polowedstrijd op en neer naar Kaapstad vliegen.”

Het tegenovergestelde ziet Van den Eerenbeemt soms ook: kinderen die het gevoel hebben dat ze, om erkenning te krijgen van hun ouders, het nog verder moeten schoppen. Allemaal redenen om de rijkdom verborgen te houden.

Bovendien willen vermogende ouders hun kinderen beschermen: tegen de afgunstige buitenwereld en tegen partners met de verkeerde intenties.

Calvinistische cultuur

Maar uiteindelijk wil wél ruim 80 procent van de ouders op z’n minst een deel van hun vermogen aan hun kinderen nalaten, blijkt uit het GfK-onderzoek. Echter, als de erfgenamen geen idee hebben over hoeveel geld en bezittingen ze dan zullen beheren, bestaat het risico dat ze er niet goed mee omgaan.

Sinds twee jaar biedt MeesPierson daarom een programma aan voor de kinderen (tussen de 18 en 30 jaar oud) van vermogende klanten. De kinderen leren zich daarin voorbereiden op een toekomst met veel geld. Een van de onderdelen van de opleiding is een filosofische bijeenkomst over geld van Karim Benammar.

Er is veel wantrouwen: is hun partner bij ze vanwege het geld, of om wie ze zijn?

De filosoof, die het boek Denken over geld en waarde publiceerde, merkt dat er in Nederland een groot taboe rust op rijkdom. Hij wijst bijvoorbeeld op de campagne van de Nederlandse Loterij met de leus: „Speel mee en u wordt on-Hollands rijk.” Oftewel: als je rijk bent, dan is dat ‘on-Hollands’. Wie vermogend is, zegt Benammar, mag dat kortom niet laten zien. „Dat zit diep in de calvinistische grondslagen van onze cultuur.”

Uit de gesprekken die hij voert met de jongeren blijkt hoe het vermogen van hun ouders hun relaties bemoeilijkt. Er is veel wantrouwen: is hun partner bij ze vanwege het geld, of om wie ze zijn? En als ze met vrienden naar een restaurant gaan, is de impliciete verwachting vaak dat zij betalen.

Daarom, zegt Benammar, gaan vermogenden ook voornamelijk om met andere vermogenden. In een maatschappij als de onze, waarin gelijkwaardigheid belangrijk gevonden wordt, is er weinig sympathie voor de uitschieters naar boven.

De rijke vastgoedondernemer heeft geprobeerd zijn drie kinderen nooit te verwennen. „Ik ken te veel vervelende kinderen uit mijn omgeving. We hebben ze wel meegenomen op verre reizen en betaalden hun rijlessen en private, internationale opleidingen. Dat vonden we belangrijk. Maar ze kregen geen sieraden, scooters of auto’s. Als ik hoor van jongens van 19 die flessen champagne bestellen in een bar… We willen dat onze kinderen met de benen in de klei staan en doen waar ze goed in zijn.”

De kinderen ontvangen dan ook geen maandelijkse toelage als aanvulling op hun salaris. Wel kregen ze allemaal op hun achttiende „een bescheiden aandelenportefeuille” en zijn inmiddels twee van hen „geholpen” bij het kopen van een huis. Ze krijgen alle drie exact evenveel: de derde kan, als hij ook een eigen huis wil kopen, aanspraak maken op hetzelfde bedrag. Doet hij dat niet, dan wordt het bedrag verrekend in de erfenis.

Karaktervorming

De omvang van die nalatenschap is dus geheim. Bovendien, zegt de vastgoedondernemer, is zijn vermogen aan verandering onderhevig. Hij wil de vrijheid behouden om te blijven ondernemen en investeren. „Ik wil niet ieder jaar in een soort aandeelhoudersvergadering mijn kinderen moeten vertellen waar we staan.” Wel weten ze dat ze, als er iets met hun ouders gebeurt, „goed worden achtergelaten. En ze weten welke adviseur onze financiën regelt.”

Vermogens worden niet zomaar vergaard, zegt de ondernemer. Zelf deed hij, nadat hij zijn eerste bedrijf succesvol verkocht en dacht dat hij „op water kon lopen” ook eens een verkeerde investering. Hij leert zijn kinderen dit: „Tot je dertigste ben je een slaaf. Je moet dan leren, je weet nog niks. Daarna moet je investeren en vermogen opbouwen. Rond je vijftigste moet je het voor mekaar hebben.”

Filosoof Benammar ziet dat de meeste van zijn cursisten hard werken, ondanks de rijkdom van hun ouders. „Ze willen eigenwaarde creëren naast hun familiekapitaal.” Hoe belangrijk dat is, moeten ze leren in hun opvoeding. Dat gaat niet vanzelf: „Het is heel moeilijk om te voorkomen dat je kind ontspoort. Als je weinig geld hebt en je kind wil een iPhone, dan zeg je: ‘Ja dág, het geld groeit niet op mijn rug.’ Maar als je veel geld hebt moet je met een andere reden komen als je je kind niet wilt verwennen.” Dat kan tot veel stress leiden. „Zeg je: ‘Ga maar voor een habbekrats achter de bar staan’, terwijl je zelf miljoenen hebt? Probeer je geld maar eens gescheiden te houden van de liefde voor je kinderen.”

Bas Bronkhorst, een notaris gespecialiseerd in estate planning (het belastingtechnisch voordelig doorgeven van vermogen aan de volgende generatie), ziet ook in zijn praktijk dat veel ouders niet graag met hun kinderen over hun vermogen praten. Dat vinden ze beter voor de „karaktervorming”, zegt hij. En ze willen inderdaad dat kinderen zélf hun best doen om een plek in de maatschappij te veroveren.

Geen Ferrari kopen

Toch adviseert Bronkhorst zijn cliënten tijdens gesprekken over de overdracht van hun vermogen het wél alvast te bespreken met hun kinderen. Bij voorkeur zodra ze zelf vragen gaan stellen – de inhoud uiteraard aangepast aan de leeftijd waarop dat gebeurt.

Als de kinderen wat ouder zijn is het volgens hem ook verstandig het testament met ze te bespreken en door te nemen. „Dat is een heel goed handvat voor een gesprek over vermogen.” En het voorkomt latere verrassingen en onderlinge ruzies over de erfenis.

Lees ook: Superjacht kopen? Malta lokt miljonairs met belastingtruc

Bronkhorst geeft ook vaak de tip de kinderen vanaf een jaar of achttien „een beetje vermogen” te geven om zelf te beleggen of investeren. „Bijvoorbeeld 100.000 euro, met als opdracht: maak er meer van. Zo leren ze alvast omgaan met het vermogen dat er ooit aankomt. Het is dan dus niet de bedoeling dat ze er een Ferrari van kopen.”

Wie geen financiële opvoeding heeft gehad en op latere leeftijd ineens een groot vermogen erft, weet vaak niet wat hem of haar overkomt. Bronkhorst maakt geregeld mee dat het dan misgaat. „Deze mensen gaan het verkeerd beheren of nemen foute investeringsbeslissingen, wat leidt tot uitholling van het vermogen. Of er komen verkeerde adviseurs op hun pad. Om kapitaal in stand te houden, móét je bepaalde normen en waarden hebben meegekregen.”