Hoe Buma de schaduw verkiest boven het licht

Weekboek Formatie

Bij een langslepende formatie is het lastig om rolvast te blijven. Eén onderhandelaar lukt het.

Het regende hard en voor een zomerdag was het koud. Voor de deur van het Johan de Witthuis wist iedereen nog: zo was het aan het begin van de kabinetsformatie ook. Nog even doorformeren en we zijn de vier seizoenen rond.

Op de stoep was elke serieuze of ontregelende vraag die je kon bedenken al wel een keer gesteld en elk lollig bedoeld of gewiekst antwoord al wel een keer gegeven. In het voorjaar stonden er nog veel dagjesmensen te kijken. Nu zijn ze er nauwelijks nog. Er stapt nog wel eens een fietser af voor een foto. Meestal stoppen mensen omdat de journalisten in de weg staan.

En nu zie je pas echt goed wie de prima donna van het formatiespel is: CDA-leider Sybrand Buma. Hij viel nog niet één keer uit zijn rol. Nooit boos, zoals eerder ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers. Nooit iets te loslippig, zoals D66-leider Alexander Pechtold die opeens over het „uitruilen” van gevoelige thema’s begon. Nooit te laconiek, zoals VVD-leider Mark Rutte bij wie je je afvraagt: hoe belangrijk vindt hij het nog?

Statig, ietwat plankerig komt Buma dagelijks aangelopen, hand op de knoop van zijn jasje. En meestal is hij al aan het praten: „Het regent niet meer.” Of: „Tien uur stipt!” Ook wel eens vijf keer achter elkaar „een goede morgen”.

Lees het laatste nieuws over de formatie in ons formatieblog

Hoe zit dat nu precies met Buma? Waarom is hij zo voorzichtig en nietszeggend? Zijn positie nu heeft er ongetwijfeld alles mee te maken. Segers is een beginneling, van Pechtold en Rutte weet iedereen: dit wordt zo goed als zeker hun laatste kunstje in de binnenlandse politiek.

En dus houdt Buma zijn kruit droog. Dit is nog niet zijn moment om te demarreren. De volgende verkiezingen kunnen sneller komen dan je denkt. Hij weet: in de schaduw kom je soms beter tot wasdom dan in het volle licht.

Als het even kan, glipt hij achter de rug van een medeonderhandelaar naar binnen. Als hij er niet onderuit kan, geeft hij journalisten de indruk dat hij zorgvuldig nadenkt. „Dat is een terechte vraag”, zegt hij dan tegen een bosje microfoons. En dan: „Maar dat is nou net weer zo’n vraag waar ik geen antwoord op kan geven.” Of: vol pathos op de vraag wat die dag als eerste behandeld zal worden: „De opening!”

Het lukt hem altijd weer: met tientallen volzinnen helemaal niets zeggen. Zijn wenkbrauwen schieten alle kanten op, maar op zijn gezicht zie je geen enkele emotie.

Bij de vier formerende partijen is nu het idee: misschien lukt het om eind september klaar te zijn. Rond die tijd worden ook de Gouden Kalveren voor acteerprestaties uitgereikt. Hou die Buma in de gaten.