Geliefden zijn rationeler en dus wordt er minder getrouwd

Nederlanders trouwen minder, en gaan vaker een geregistreerd partnerschap aan. Dat blijkt uit nieuwe CBS-cijfers. Verliest het huwelijk zijn aantrekkingskracht?

Foto Remko de Waal/ANP

Juridisch gezien bestaat er tussen trouwen en geregistreerd partnerschap weinig verschil. Voor de voltrekking zijn in beide gevallen getuigen nodig. Het gebruik van elkaars achternamen vereist geen instemming van beide geliefden. Sinds 2014 zijn partners ook automatisch de wettelijke ouders van kinderen, zonder dat zij die eerst te hoeven erkennen. De kosten bij de gemeente zijn even hoog.

Toch kiezen steeds minder Nederlanders voor het huwelijk, en gaan vaker een geregistreerd partnerschap aan. Dat blijkt uit nieuwe cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag publiceerde. Bijna één op de vijf mensen die in 2016 een verbintenis aangingen, koos voor zo’n geregistreerd partnerschap. Tien jaar geleden was dat nog één op de tien.

Tegelijkertijd is de trend in het aantal huwelijken neerwaarts. Het belang van trouwen neemt af en de verbintenissen tussen geliefden zijn „rationeler” geworden, zegt CBS-demograaf Jan Latten.

Trouwden in 1970 nog ruim 120.000 Nederlandse stellen, in 2016 waren dat er nog maar 65.249. In 2015 waren dat er zelfs minder dan 65.000. Daarentegen gingen vorig jaar 15.706 stellen een geregistreerd partnerschap aan: drieduizend méér dan een jaar eerder. Inmiddels maakte geregistreerd partnerschap een vijfde uit van alle aangegane relationele verbintenissen.

Geëmancipeerde vrouw

Het verschil tussen trouwen en geregistreerd partnerschap zit ’m met name in de symboliek, zegt Jan Latten, hoofddemograaf van het CBS. „Trouwen gaat om een feest, een jurk, koetsen. Een geregistreerd partnerschap is een rationelere handeling”, zegt Latten. Het symbolische geven van het ‘ja-woord’ ontbreekt bijvoorbeeld.

Het belang van de huwelijke symboliek neemt volgens Latten af – een belangrijke verklaring voor de opwaartse trend in het aantal geregistreerde partnerschappen. „Die zijn losgekoppeld van de symboliek, maar het biedt veel van dezelfde zekerheden.” Geen witte jurk en koets, wél de juridische voordelen.

Ook bestaat er volgens Latten minder economisch belang om te trouwen. „De geëmancipeerde vrouw werkt meer, en heeft daardoor minder economische reden zich te binden aan de man dan vroeger het geval was.”

Een andere mogelijke verklaring, op korte termijn in elk geval: de aantrekkende huizenmarkt. Latten: „Hoewel we dat niet hebben onderzocht, is het wel een aannemelijke oorzaak. Ook starters kopen weer vaker een huis. Zij gaan vaak voor het eerst samenwonen, en regelen het meteen goed.”

De boel ‘goed regelen’ kan ook met een samenlevingscontract, maar dat vereist een gang langs de notaris en is daarom duurder.

Stedelingen trouwen meer

Wie precies de mensen zijn die niet trouwen maar wel een geregistreerd partnerschap aangaan, weet het CBS niet. Of bijvoorbeeld mensen met een lager inkomen minder trouwen om de kosten daarvan te ontlopen, is niet onderzocht, verklaart demograaf Latten. Een huwelijksceremonie kost al gauw meer dan tienduizend euro; het aangaan van een geregistreerd partnerschap, afhankelijk van de gemeente, enkele honderden euro’s.

Wel neemt het CBS een opvallend regionaal verschil waar: stedelingen gaan minder vaak een partnerschap aan dan mensen in kleinere gemeenten. Dat komt volgens het CBS omdat in de steden meer Nederlanders met een migratieachtergrond wonen, die vaker trouwen dan andere Nederlanders. Een partnerschap wordt in het buitenland minder vaak erkend, onhandig voor geliefden met meerdere nationaliteiten.

Correctie: in de tabel staat dat er bij een geregistreerd partnerschap nooit een rechter nodig is voor ontbinding. Dit is echter wel het geval wanneer de partners minderjarige kinderen hebben.