Recensie

Gatti en KCO verrassen met desoriënterende Vierde van Mahler

Klassiek Chef-dirigent Gatti en het Concertgebouworkest zijn terug van reces, en gaan meteen op tournee. Maar eerst spelen ze nog in het Concertgebouw: donderdagavond een eigenzinnige blik op de Vierde symfonie van Mahler.

Archieffoto van Daniele Gatti. Foto Anne Dokter/Koninklijk Concertgebouw Orkest

Zoals traditie aan het eind van de zomer speelt het Koninklijk Concertgebouworkest deze week eerst twee concerten thuis, alvorens een ronde te maken langs prominente zomerfestivals – dit jaar Luzern en de BBC Proms. Het orkest reist met twee programma’s vol kernrepertoire: een smaakvolle (en geheel uitverkochte) combinatie van eerst Haydns Symfonie nr. 82 met Mahlers Vierde symfonie en aanstaande woensdag Bruckners Negende symfonie gepaard aan Wolfgang Rihm.

De liefde tussen het Concertgebouworkest en chef Gatti, die zijn tweede seizoen in gaat, werd ontstoken door zijn interpretaties van de symfonieën van Mahler. Dat maakte het interessant te beluisteren hoe de dirigent op dit moment – nu zijn relatie met het orkest verder is bestendigd – voor de dag kwam met Mahlers zeer geliefde en recordvaak gespeelde Vierde.

Verrassing

Vooropgesteld: Gatti gelooft in de kracht van de verrassing. Een goede interpretatie is voor hem geen kruiptocht door het hoofd van de componist maar een sluiptocht door de loopgraven van het menselijk verwachtingspatroon. Als kunstenaar wil hij herinnerd worden om zijn „eigenheid en de risico’s die ik durf te nemen, de deuren die ik open”, zei hij bij zijn aantreden vorig jaar in deze krant – en die werkopvatting blijft hij trouw.

Gatti liet het orkest spelen in onorthodoxe opstelling, met de eerste en tweede violen gescheiden aan weerszijden vooraan, de bassen linksachter, celli in het hart en hoorns rechtsachter. Er waren momenten dat die opstelling werkte, en überhaupt: voor wie links in de zaal zit is het ook een attractie het basfundament ronkend te voelen optrekken.

Anders-dan-anders

Maar de muzikale meerwaarde was wisselend. Soms klonk door de opstelling een dialoog tussen eerste violen en blazers verhitter dan doorgaans: lekker. Maar soms ook was de balans tussen de lijnen wel erg desoriënterend anders-dan-anders. En er waren veel heftige eigenaardigheden: zo werd de stilte voor de herneming van het ‘tempo 1’ maximaal lang gerekt en eindigde het tweede deel met een enorme vertraging én versnelling. Op zulke momenten toont zich Gatti’s voorkeur voor harde knippen in de montage. Die kun je verdedigen – ze verrassen en leggen Mahlers binnenwerk bloot – maar aan de sensatie van overkoepelende samenhang doen ze ook af.

En toch zullen Gatti en het orkest volgende week in Londen ongetwijfeld ‘scoren’ met deze Mahler. Want de orkestklank in het Ruhevoll is om te huilen zo mooi, en ook sopraan Chen Reiss bezit met haar klokjeshoogte en aardse laagte precies het juiste timbre om te vervoeren in slotdeel Wir geniessen die himmlischen Freuden.