Opinie

Europees ingrijpen in Poolse rechtsstaat is gerechtvaardigd

Europa zit niet te wachten op een lidstaat die zijn eigen rechtsstaat afbreekt. Timmermans moet doorpakken in Polen, schrijft Ronald Janse.

Het ultimatum dat de Europese Commissie aan Polen heeft gesteld loopt deze week af. De regerende Partij voor Recht en Rechtvaardigheid (PiS) moet alle maatregelen intrekken die het einde betekenen van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Anders neemt de Commissie het initiatief om artikel 7 te activeren van het Verdrag van de Europese Unie. Op basis daarvan kan de EU optreden tegen lidstaten die ernstig en systematisch inbreuk maken op de waarden waarop de EU is gebaseerd, waaronder het rechtsstaatbeginsel.

De artikel 7-procedure heeft twee fasen. De eerste, waarvoor steun nodig is van minstens 22 van de 28 lidstaten, leidt tot een veroordeling van Polen wegens „duidelijk gevaar voor een ernstige schending” van de waarden. De tweede houdt in het uiterste geval de opschorting in van het stemrecht van Polen in de Europese Raad. Daarmee komt het land buitenspel te staan bij alle belangrijke Europese besluiten. Voor deze drastische stap is unanimiteit vereist. Kaczynski, partijleider van de PiS, vindt dat de Europese Commissie zich niet mag bemoeien met wat hij ziet als interne aangelegenheden. Dit standpunt is gebaseerd op een misvatting.

De EU is een organisatie van landen die de waarden onderschrijven van de democratische rechtsstaat. Dat staat in het Verdrag van de Europese Unie. Het blijkt uit de voorwaarden om lid te worden. Het is ook altijd zo geweest: toen de Spaanse dictator Franco in 1962 een associatieverdrag met uitzicht op lidmaatschap wilde, kreeg hij nul op rekest. De EU vraagt respect voor de waarden van landen waarmee zij handelsverdragen sluit of waaraan zij ontwikkelingshulp verleent. Dat is moeilijk te verdedigen wanneer haar eigen leden de waarden met voeten treden.

Ten slotte is er het functioneren van de Europese rechtsorde, bijvoorbeeld rond het Europese arrestatiebevel. Als de ene lidstaat verzoekt om de uitlevering van de verdachte van een ernstig misdrijf, dan moet de andere lidstaat dit verzoek spoedig en met een minimum aan formaliteiten opvolgen. Zo kunnen verdachten van ernstige feiten snel worden berecht. De bereidheid mee te werken aan deze soepele uitlevering binnen de EU is gebaseerd op het vertrouwen dat verdachten in andere lidstaten een eerlijk proces krijgen onder leiding van een onafhankelijke en onpartijdige rechter. Polen ondergraaft dit vertrouwen.

De Commissie heeft dus het volste recht zich te bemoeien met de Poolse rechtsstaat. Sterker, de lidstaten zélf hebben de EU met de artikel-7-procedure de bevoegdheid verleend op te treden tegen leden die afglijden naar een autoritaire staatsvorm. Ook Polen heeft daarvoor getekend.

Maar de geloofwaardigheid van de Commissie staat op het spel. Voorafgaand aan de ‘aanbeveling’ van 26 juli deed de Commissie afgelopen jaar al twee vrijwel identieke aanbevelingen met ultimatums. Polen gaf geen krimp, de Commissie liet het erbij zitten. De Commissie en de lidstaten hebben de afgelopen jaren toegekeken hoe Hongarije onder Viktor Orbán is verworden tot een autoritaire, onvrije democratie. Orbán heeft aangekondigd de eventuele lancering van de tweede fase van de artikel 7-procedure te blokkeren. Meer dan de scherpe veroordeling van Polen op grond van de eerste fase zit er dus niet in.

Toch moet Frans Timmermans, de verantwoordelijke eurocommissaris, daad bij het woord voegen. De belangen van de EU bij de instandhouding van de waardengemeenschap zijn groot. Europese burgers zitten niet te wachten op een lidstaat die zijn eigen rechtsstaat afbreekt en die invloed heeft op Europese besluitvorming en wetgeving. De Poolse rechterlijke macht en oppositie verdienen krachtige steun.