Recensie

De seksuele moraal van de Tinder-generatie

Twee essaybundels over vrouwen en seks laten zien dat de huidige seksuele moraal een nieuwe kleinburgerlijkheid heeft opgeleverd.

Foto Istock

Emily Witt vindt zichzelf terug in een soa-kliniek als de TL-lampen haar leven opeens heel onfraai uitlichten. Ze had in een drogisterijroman kunnen figureren: jonge vrouw in de grote stad, worstelend met liefde en seks. De reden voor haar aanwezigheid in die kliniek: een ‘niet-vriendje’ met wie ze enkele maanden geleden ‘datete’ en die iets ondefinieerbaars op zijn geslachtsdeel heeft opgemerkt.

Witt (1981) beschrijft deze scène in Future Sex, een bundel essays waarvan sommige eerder in onder meer de London Review of Books en n+1 verschenen. Dat ze geen geslachtsziekte heeft en ze haar bestaan met wisselende contacten kan voortzetten, is nauwelijks een opluchting. Eigenlijk zou ze volop moeten genieten van haar vrijheid, maar in werkelijkheid voelt ze zich iemand ‘met seksuele relaties waarvoor geen woorden bestonden en die niet voldeden aan mijn morele idealen’.

Waren dit nu de verworvenheden van de seksuele revolutie: de sociale regel om tijdens een bepaalde levensfase het bed te delen met vrienden, kennissen en een enkele door een algoritme aanbevolen buitenstaander? Was dit nou het summum van de vrije liefde: een veegbeweging op de smartphone?

Met deze vragen vertrekt Witt naar San Francisco, ooit het epicentrum van de Summer of Love, waar thans in speels ingerichte kantoordorpen gewerkt wordt aan een Brave New World. Als je ergens met een tijdmachine naar de toekomst van seks zou kunnen reizen, dan is het daar wel.

Witt doet verslag van haar avonturen in erotisch wonderland, daarbij niet toevallig in de voetsporen tredend van New Journalism-grootmeester Gay Talese. Zijn Thy Neighbour’s Wife (1981) was een persoonlijke verkenning van de postrevolutionaire seksuele moraal, en precies zo neemt ook Witt de polsslag van de hedendaagse seks op, door zich er helemaal voor open te stellen.

Orgastische meditatie

Zo bezoekt ze OneTaste, een ietwat sektarische gemeenschap die de kunst van de ‘orgastische meditatie’ predikt. Een vrouw mag daartoe in een steriele kamer op kussens plaatsnemen, waarna een man gedurende vijftien minuten haar clitoris streelt. Minder gepassioneerd en romantisch kan seks haast niet zijn. Als dit de toekomstige seks uit de titel is, kiezen de meesten voor geheelonthouding.

Die kunstmatigheid is precies het punt: in de IKEA-achtige ruimte ontstaat een van macht ontdane situatie, waar de vrouw zich over kan geven aan genot zonder het gevoel te hebben te moeten presteren. Echt wild wordt Witt er toch niet van. Maar, zo schrijft ze, al is de methode misschien raar, ‘ze geloven ten minste dat het mogelijk is’.

Met dezelfde houding onderzoekt ze porno, iets wat ze altijd geacht werd fout of bedreigend te vinden. En webcamseks, nog zoiets waar je als keurige New Yorkse niet direct mee geassocieerd wil worden. Of polyamorie, in een hoofdstuk waarin ze een stel millennials volgt op hun hobbelige weg naar een niet-monogaam bestaan.

De brokstukken van de vrije seks leverden eigenlijk een nieuw soort kleinburgerlijkheid op

Je kunt erom grinniken of ervan gruwen, maar Witt beschrijft deze werelden, hoewel humoristisch, ook met empathie en oprechte interesse. Op de pornosets en in fetisjistische chatrooms vindt ze seksueel bevrijde vrouwen, die veel beter dan zij weten wat ze fijn vinden en volop van de digitale mogelijkheden gebruikmaken om aan hun trekken te komen. Seksualiteit, zo ontdekt Witt, ‘hoeft geen dildo in de vorm van een dolfijn te zijn om af te rekenen met de sporen van het patriarchaat’.

Rariteitenkabinet

Witts essays zijn daarom uiteindelijk meer dan een rariteitenkabinet. Aan het eind van haar zoektocht kan ze haarscherp de seksuele moraal van haar eigen generatie uittekenen. Verantwoord hedonisme, noemt Witt hun levenshouding, waarbij een periode van vrije seks en recreatief drugsgebruik haast de norm is, zolang het maar tijdelijk is en netjes binnen de lijntjes blijft. De brokstukken van de vrije seks, aangelengd met de vreemde combinatie van een verlammende keuzevrijheid en groeiende sociaal-economische onzekerheid, leverden eigenlijk een nieuw soort kleinburgerlijkheid op. Witt is, gezien de overvloed aan beschouwingen over deze Tinder-generatie, bepaald niet de enige die daarmee worstelt.

Die analyse plaatst de soms ietwat merkwaardige subculturen die ze beschrijft in een ander perspectief. Natuurlijk hebben ‘internetseksuelen’, ‘psychoseksuelen’ en ‘ecoseksuelen’ iets belachelijks, en non-monogamen, die hun polyamoreuze leven netjes stroomlijnen met gedeelde Google Docs, iets aandoenlijks, maar door Witt denk je uiteindelijk dat ze ten minste geloven dat het mogelijk is.

In het ongeveer gelijktijdig verschenen Untenrum frei onderzoekt Margarete Stokowski de seksuele vrijheid in het moderne Duitsland. Stokowski levert een vrij gangbare feministische kritiek op de seksuele moraal. Maar de manier waarop ze naar de erfenis van de seksuele revolutie uithaalt, verschilt weinig van Witt. Ook bij haar geen dromerige terugblikken op de communes van de jaren zestig. Sterker nog, dankzij die hoogdravende idealen zijn we te lang in slaap gesust. De gestokte revolutie hangt volgens haar ‘als een postmodern blok aan ons been, omdat de manier waarop we onszelf zijn gaan zien als vrije, verlichte individuen in tegenspraak is met de werkelijke verhoudingen’. Om ‘beneden’ vrij te worden (untenrum frei), moeten we eerst ‘bovenin’ vrijer denken.

Uiteindelijk draagt Stokowski toch de geijkte oplossingen aan: afrekenen met slutshaming, meer aandacht voor seksueel geweld, weg met de dubbele standaarden. Dan is wat Witt doet interessanter, omdat ze de burgerlijke moraal meer uitdaagt. Dat ze er uiteindelijk niet werkelijk in slaagt het beloofde erotische land te vinden, maakt haar zoektocht des te geloofwaardiger.