Drama Ajax is ook een beleidskwestie

Europa League

Een paar maanden geleden nog finalist, nu niet meer goed genoeg voor de Europa League. De klap komt keihard aan bij Ajax.

Linksback Mitchell Dijks oogt verslagen na een treffer van de Noorse recordkampioen Rosenborg, dat Ajax met 3-2 versloeg. Foto Ole Martin/AFP

Sommige wissels hebben zo’n desastreuze wending dat trainers ze hun leven lang niet meer zullen vergeten – zeker in wedstrijden met historische betekenis. Noem de wissel van Arjen Robben op het EK 2004 en je weet dat Dick Advocaat naar lucht snakt. Ongeveer zo zal het de komende jaren ook voelen voor Marcel Keizer, de trainer die nog maar net aan het roer bij Ajax staat en door een blamage tegen Rosenborg BK nu al verantwoordelijk is voor een historisch dieptepunt: door het 3-2 verlies neemt Ajax voor het eerst sinds 1990 niet deel aan een Europees toernooi.

Het was bitter hoe slecht de wissel uitpakte waarmee Keizer na 78 minuten de 1-2 voorsprong had willen consolideren. Het hoofdtoernooi van de Europa League lonkte en met dat ticket in handen leek het Keizer slim om spits Kasper Dolberg te wisselen voor de 19-jarige Deyovaisio Zeefuik. De verdediger, die tot dan toe 21 minuten in de hoofdmacht had gespeeld, werd rechtsback. Joël Veltman schoof door naar het middenveld.

Zeldzaam fiasco

De ironie van de wissel was dat het omgekeerde gebeurde. Tien minuten later stond het 3-2 en was duidelijk dat Ajax de laatste knock-outronde niet zou overleven en het hoofdtoernooi ging missen. De laatste keer was in 1990, toen Ajax van deelname werd uitgesloten door het ‘staafincident’ tegen Rapid Wien. Veelzeggender is het jaartal waarin Ajax voor het laatst om sportieve redenen geen Europees speelde, 1966, toen Johan Cruijff Ajax nog op de wereldkaart moest zetten.

In lijn van de successen die nadien volgden is deze uitschakeling een zeldzaam fiasco. „Een blamage”, zei trainer Keizer op de persconferentie. De kritiek op zijn wissel sprak de trainer tegen door te benadrukken dat Ajax in dezelfde veldbezetting bleef spelen en dat speler precies wisten wat op dat moment de bedoeling was. „Goals zomaar tegen krijgen hoort op dit moment ook bij het team.”

Roep om versterkingen

Is Keizer nu een paria, zoals Dick Advocaat dat werd na de uitschakeling van Oranje op Euro 2004? Hoewel hij wat goed te maken heeft na deze uitschakeling, is duidelijk dat ook hij het niet kan helpen dat Ajax drie basisspelers verloor en zelf nauwelijks een grote slag sloeg op de transfermarkt. Tegenover de tachtig miljoen euro die de club inde voor spelers als Davy Klaassen, Davinson Sanchez en Jaïro Riedewald, staat een uitgavenpost van ruim dertien miljoen euro, waarvan de helft bestemd was voor de 19-jarige Maximilian Wöber van Rapid Wien, wiens komst donderdag werd afgerond. Een groot talent misschien, maar de vraag is of Overmars daarmee de roep om versterkingen kan doen verstommen.

Dat is ook de tragiek van dit verhaal: de repeterende factor. Elke zomer opnieuw verdient het beursgenoteerde Ajax een fortuin, waarna de club vaak zo weinig uitgeeft dat er zorgen ontstaan over het niveau. Soms onterecht. Want nadat Ajax vorige zomer eveneens zo’n tachtig miljoen had opgehaald volgde een topjaar waarin coach Peter Bosz de club naar de finale van de Europa League leidde, met swingend voetbal.

Des te pijnlijker is het dat zijn vervanger, die tot deze zomer nooit op het hoogste niveau werkte, die lijn nu al niet heeft kunnen doortrekken. In de stad waar de vrije mannen van Noorwegen ooit hun koning kozen, verloor Ajax linea recta de elitestatus die de club in mei dit jaar nog werd toebedeeld. Buitenlandse journalisten kwamen toen nog massaal naar Amsterdam om te verhalen over de nieuwe gedaante van de topclub van weleer. Alsof de Griekse god uit de dood was herrezen.

Te veel optimisme

De jeugdopleiding die daarbij werd geroemd, vormt ook niet de oorzaak van het debacle in Trondheim. Het lijkt eerder een beleidskwestie. Te veel optimisme. Te veel vertrouwen in spelers en een onervaren trainer die met het vertrek van Klaassen en Sanchez zijn ontdaan van hun houvast. En nog zei algemeen directeur Edwin van der Sar donderdag tegen Fox Sports dat alles de verkeerde kant opviel. Alsof het kwestie was van kop of munt. „Heb jij het idee gehad dat we vorige week de mindere partij waren of dat we vandaag de mindere partij waren?”

Van der Sar zei wel dat iedereen bij Ajax naar zichzelf moet kijken. De trainer, de spelers, maar ook hij en Marc Overmars. Wat hij in de spiegel zag, wilde hij niet delen met het publiek. „Dat ga ik niet direct hier bij jou voor de camera neerzetten, vriend.”

Dat ‘vriend’ was een opmerkelijke woordkeuze van iemand die dezer dagen weinig vrienden maakt.