Op de Uitmarkt gaat het bij cultuur ook over geld

ABN Amro is hoofdpartner van de Uitmarkt. Vrijdag organiseerde de bank een businessdag over de beste manier om culturele financiers te vinden.

Bij de opening van de Uitmarkt 2017. Foto Mischa Schoemaker/ANP Kippa

Ze hebben een eigen podium en vrijdag hielden ze er een businessdag. Over geld – een thema dat je hier niet meteen zou verwachten.

ABN Amro is hoofdpartner van de Amsterdamse Uitmarkt. En dat werden ze drie jaar geleden onder voorwaarde dat aan die Uitmarkt een zakelijke component zou worden toegevoegd: de businessdag, waar intussen zo’n tweehonderd belangstellenden op af komen, vrijwel allemaal leden van het management van culturele instellingen: directeuren, marketeers.

Deze vrijdag was de vraag: wie is je ideale financier (een bedrijf, een bank, een mecenas, een overheid of juist een fonds, maar welk fonds dan) en hoe benader je die mogelijke geldschieter?

Een goed verhaal

Het belangrijkste, zo bleek: met een goed verhaal. En dat klinkt simpeler dan het is. Want een goed verhaal, zei directeur Ralph Keuning van het Zwolse Museum de Fundatie, „heb je vooral als ze al enthousiast over je zíjn”.

De Fundatie kreeg in 2013 een uitbreiding die 6,5 miljoen euro kostte. Voordat het museum die uitbreiding überhaupt aankaartte bij gemeente en provincie, was door een ander tentoonstellingenbeleid het aantal bezoekers al drastisch verhoogd. „We zaten in een flow, er werd al voor ons geapplaudiseerd.”

Een goed verhaal is ook consistent. De mondelinge pitch en wat op papier staat moeten overeenkomen en de aanvraag moet goed zijn uitgewerkt: „Dat je niet alleen een idee leest, maar ook het hoe en waarom”, zei Annabelle Birnie van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (30 miljoen subsidie per jaar).

En een goed verhaal wordt goed gepresenteerd. Jeroen Branderhorst van de BankGiro Loterij (60 miljoen subsidie per jaar): „Soms krijgen we aanvragen op de dag van de deadline, waaraan je kunt zien dat de aanvrager niet wist welke informatie wij willen. Een eindeloos pak informatie wekt trouwens sowieso irritatie.” Annabelle Birnie: „Wij hebben een spreekuur voor wie voor het eerst bij ons aanvraagt.” Hendrikje Crebolder van het Rijksmuseum (dat zeer succesvol fondsen werft): „Zorg dat het er leuk uitziet. En maak geen spelfouten.”

Co-financiering helpt ook

Maar een goed verhaal is niet genoeg. Wat ook helpt is co-financiering: niet bij één geldschieter aankloppen. Liever nog: aankloppen en zeggen dat er al financiers zijn, maar dat er nog wat geld ontbreekt. Jeroen Branderhorst: „Vaak zie je dat twee of drie financiers werken als een vliegwiel: daarna komen er meer.” Hendrikje Crebolder: „Denk er ook aan dat een financier bij jou past, dat hij meedenkt of zelfs mee kan helpen.” 

Al kan een geldschieter ook uit onverwachte hoek komen. Het Zuiderstrandtheater in Den Haag, vertelde directeur Henk Scholten, ging vorige zomer een partnerschap aan met de Chinese zakenman Alex Kan van NL Express. Die investeerde 150.000 euro in de voorstelling Splendid van de China National Acrobatic Troupe, de helft van de kosten. Na afloop, was de deal, zouden beide partijen de winst (of het verlies) delen.

Dat co-financieren kon vrijdag meteen in praktijk worden gebracht. ABN Amro richtte dit weekend een cultuurfonds op, dat jaarlijks 150.000 euro gaat verdelen onder kleinere instellingen. Het Nationale Theater kreeg daaruit na een ter plekke uitgevoerde pitch alvast 25.000 euro voor een project met jong talent (200.000 nodig), Cinekid kreeg 10.000 euro.