Commentaar

Crisispreventie in Afrika is nu Europese hoofdzaak

Deze week sloeg de hulpcoördinator van de Verenigde Naties, Stephen O’Brien, alarm over toestand in de Centraal Afrikaanse Republiek. Dit land, ingeklemd tussen de Sahara en Congo, wordt al sinds de verdrijving in 2013 van president François Bozizé door islamitische rebellen verscheurd door een bloedige burgeroorlog. Maar nu, zo meldde O’Brien woensdag in New York, dreigt er een genocide.

Een schrikbarende mededeling, die echter nauwelijks weerklank vond. In ieder geval veel minder dan de stroom berichten over Afrikaanse migranten die naar Europa reizen: die zijn sinds 2015 prominent in het nieuws. Net als de niet aflatende schande van duizenden die verdrinken in een poging Europa te bereiken.

Maar een humanitaire ramp op het Afrikaanse continent wordt als minder urgent ervaren, want ver weg. Terwijl de vluchtelingen waar in Europa politiek mee wordt bedreven wel ergens vandaan komen.

Begin augustus, toen O’Brien ook al waarschuwde dat er een genocide dreigt in de Centraal Afrikaanse Republiek, meldde hij dat door recente botsingen tussen strijdende groepen bijna tweehonderdduizend mensen uit hun woningen waren verdreven. Correspondent Koert Lindijer berichtte deze week in NRC dat hulpverleners spreken over „de grootste vergeten humanitaire crisis ter wereld”. In totaal is al een miljoen inwoners gevlucht. De helft van de bevolking, 2,2 miljoen mensen, heeft voedselhulp nodig. De VN en hulporganisaties hebben dit jaar 340 miljoen euro nodig, donorlanden hebben slechts ruim honderd miljoen euro toegezegd.

Hier geldt niet het argument dat Afrikaanse landen zelf hun problemen moeten oplossen. Al was het maar omdat ogenschijnlijk lokale crises in Afrika uiteindelijk consequenties kunnen hebben buiten dat continent.

Maar in het geval van de Centraal Afrikaanse Republiek is ook de verantwoordelijkheid van de Europese lidstaat Frankrijk, de voormalige koloniale patron, voor het ontstaan van de crisis te groot om nu de andere kant op te kijken.

Sinds het land onafhankelijk werd in 1960, greep Frankrijk zes keer militair in om de orde te herstellen. En nadat Bozizé vier jaar geleden werd afgezet, stuurde Parijs een zevende militaire expeditie om de moslimrebellen te bedwingen. Maar dat opende de deur voor de golf van bloedige wraakacties door christelijke strijdgroepen op moslims, die nog altijd voortduurt. Ruim twaalfduizend blauwhelmen zijn door hun beperkte mandaat tot nu toe niet in staat gebleken daar een eind aan te maken. Sterker, zoals O’Brien meldt, het wordt erger. Daar kan de wereldgemeenschap, die deze vredestroepen stuurde, zich niet bij neerleggen.

Nog los van het welbegrepen eigenbelang draagt de Europese Unie, en dus ook Nederland, medeverantwoordelijkheid bij zoeken naar structurele oplossingen. Dan gaat het om het verder versterken van de aanwezigheid van blauwhelmen, die een steviger mandaat moeten krijgen om effectief op te treden tegen vaak ook tribale terreur.

Het gaat ook om het lenigen van de humanitaire noodsituatie: dat wil zeggen rijke landen – inclusief China dat een belangrijke speler is geworden op het Afrikaanse continent – zullen over de brug moeten komen met fondsen. Doel moet zijn dat mensen kunnen terugkeren naar hun leven in hun eigen huis.

De problemen van de Centraal Afrikaanse Republiek en van Afrika zijn complex en bijna ontmoedigend groot. Een hele regio wordt geplaagd door humanitaire crises veroorzaakt door binnenlandse oorlogen (Congo, Zuid-Soedan) en droogte (Hoorn van Afrika). Maar zij kunnen niet worden genegeerd. De tijd dat Afrika ver weg was, hoort al heel lang tot het verleden.

Ook de partijen die in Nederland nu al zo lang om elkaar heen draaien bij het vormen van een nieuw kabinet kunnen niet om Afrika heen. De eerdere formatiepoging met GroenLinks liep op de klippen van de migratiekwestie. Maar eigenlijk ging dat over het laatste deel van een groter probleem: hoe om te gaan met de mensen die huis en haard verlaten hebben.

Bij de formatiepoging die nu gaande is, lijkt – op basis van wat daarover tot nu toe naar buiten komt – veel energie gericht op interne verhoudingen, binnenlands priegelwerk en morele scholastiek. De noodsituatie in de Centraal Afrikaanse Republiek toont de urgentie van crisispreventie. Het gaat om het zo veel mogelijk voorkomen van het onheil dat mensen op de vlucht jaagt. Dat is geen soft thema. Ook is het niet een portefeuille die een minister erbij doet, naast handelsbevordering, zoals onder Rutte II. De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken zou Afrikabeleid als een hoofdtaak moeten krijgen. Hier ligt een opdracht voor Nederland en, meer nog, voor de Europese Unie als geheel.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.