Column

Bliksem

Illustratie Martien ter Veen

De eerste keer dat ik je zag, schrok ik me dood. Mijn hart bonsde in mijn keel, met mijn 6 jaar oud verstijfde ik terwijl je in een razend tempo voorbijflitste. De oorverdovende donderslagen die vlak na je dreunden, zorgden voor nog meer misère.

Slapeloze nachten volgden. Want ik kende je niet. Ik wist alleen dat je voor nachtmerries kon zorgen. En dat je er niet zo vaak bent. Je aanwezigheid gaat nooit geruisloos voorbij. Nooit. Ik begon je te zien als een enorme bedreiging.

Tien jaar later. Het klaarde maar niet op. De donker wordende wolken stapelden zich op aan de hemel na een zonnig middagje voetballen met vrienden. We wisten dat het pijpenstelen zou gaan regenen, maar dat het zo hard zou onweren had niemand verwacht. Code rood, blijkbaar. De conciërge van onze school kwam pas de volgende dag met zijn wijze tips – niet fietsen, autorijden kan wel, niet onder bomen staan, niet in het open veld staan en als het niet anders kan: hurken. Of blijf gewoon binnen. Drijfnat hadden we in een portiek staan schuilen.

Als het moet laten we de boel in puin achter en richten we verwoestende ravages aan

Eerder dit jaar raasde ik vrij impulsief naar buiten toen het weer flink begon te donderen. Mijn fascinatie voor het spectaculaire weerfenomeen is in de jaren aanzienlijk gegroeid. De straten waren leeg en de laatste mensen vluchtten naar binnen. Ik hoopte op een of andere manier een betere glimp op te vangen van al het bijzondere vuurwerk in de wolken. Ooit een obstakel in mijn leven, nu een verrijking die mij adrenaline geeft.

Bliksem maak je niet vaak mee. Maar als je het ziet , dan kun je je dat vaak nog goed herinneren. Ik heb het getroffen.

Lees ook het interview met Akwasi: ‘Ik eet en leef als een kampioen’

Laatst zag ik je weer. Het onweer was hevig, je flitste als een hemelse stroboscoop. Ik groette je terug met een glimlach van oor tot oor. Je energie is aanstekelijk. Eerder was ik terughoudend om mijn energie voluit te geven, nu laad ik me juist graag op. Je hebt mij de krachten gegeven om nu zelf bliksem te creëren. We hebben een levenslange afspraak met elkaar gemaakt. Als het moet laten we de boel in puin achter en richten we verwoestende ravages aan. Alles wat nodig is om ons felle en soms zelfs oogverblindende licht te laten schijnen. Daar hoef ik geen mythische Zeus, Donar of Thor voor te zijn. Daar kan ik gewoon mezelf voor zijn. Niet alle superhelden dragen capes. Bliksem is het licht in het donker, het licht dat zwart is.

Met de nazomer in zicht wrijf ik verlekkerd in mijn handen en ontlaad ik al mijn gedachten in een krachtig gebed. Ik bid voor bliksem.

Dit is de laatste zomercolumn van Akwasi Ansah. Georgina Verbaan is volgende week terug.