Column

Waarschijnlijk pech

Gistermiddag gingen mijn laptopsnoer, stofzuiger en vaatwasser los van elkaar stuk en toen ik klaar was met schreeuwen was ik ergens ook gelukkig. Zie je wel, dacht ik, er zijn wetmatigheden in het universum: pech komt nooit alleen. Ik vond het een geruststellende gedachte dat er structuren bestaan die de werkelijkheid stutten, ook al kwamen die mij op dat moment niet zo goed uit. Even later belde ik met mijn vader (tachtig, natuurkundige, wiskundige, astrofysicus, ramp in sjoelen) en vertelde ik hem waarom ik zo blij was met mijn pech. Hij lachte me natuurlijk uit.

„Pech is een waarschijnlijkheid die je persoonlijk opvat”, zei hij.

„Ja maar”, begon ik, „zoveel waarschijnlijkheden achter elkaar, dat moet toch wel een teken zijn?”

„Dat iets kan gebeuren, hoe klein de kans daarop ook is, wil niet zeggen dat er een voorbedachte raad achter zit”, zei hij. Ik ging daar maar niet op in, want dan zou hij op zijn minst weer eens het gedachtengoed van Schrödinger op me loslaten en daar had ik niet genoeg belminuten voor.

„Pech, en ook geluk, kan gewoon gebeuren”, zei hij.

„Ja hallo”, zei ik, „dat moet jij nodig zeggen. Jij hebt altijd geluk. Laatst was je je portemonnee kwijt en kwam iemand hem gewoon terugbrengen. Je bent een paar keer met een vliegtuig neergestort en hield daar alleen een hersenschudding aan over. En toen je mama laatst van Schiphol ging ophalen, vergat je je mobiel en kwam je haar toevallig op het perron tegen.” Daar moest mijn vader toch even over nadenken.

Na een tijdje zei hij: ‘Ik heb best veel dingen meegemaakt die anderen als pech zouden beschouwen.” „Daar hoor ik je nooit over.” „Nee, en daarom denk je dat ik nooit pech heb. Maar ik heb de Hongerwinter meegemaakt, ik heb mensen gefusilleerd zien worden in de oorlog, ik heb al mijn broers en zusters verloren. Ik heb een vechtscheiding meegemaakt. Ik kan niet sjoelen want ik heb de motoriek van een Pinokkio met reuma.”

„Pinokkio voordat hij een mens werd?”

„Voordat hij een mens werd. Maar omdat ik pech weiger te benoemen als pech, til ik er niet zo zwaar aan. Vervelende dingen kunnen gebeuren, maar ze als pech beschouwen is het nog erger maken dan het al is.”

„Dus pech is een state of mind?”

„Dat niet eens. Pech is gewoon een mening.”

Ik keek naar mijn kapotte laptopsnoer, stofzuiger en vaatwasser. Ze veranderden in meningen. En meningen zijn gevaarlijk. Ze klitten graag samen en voor je het weet, kom je de dag niet meer door. Ik besloot op te houden met geloven in pech. Dat was misschien ook een mening, maar mijn vader zou het een life hack noemen.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.