Recensie

Snot! Slijm! Spuug! Dit kinderboek is radicaal vies

Wat geldt als een goed kinderboek is toch ook altijd een ‘verantwoord’ boek. Heel heel heel vies boek bewijst dat dat niet hoeft, als het écht voor kinderen is. Het is vies om het vies zijn, en dat werkt.

Illustratie Floor de Goede, uit 'Heel heel heel vies boek'.

Twee jongetjes stappen een boekhandel binnen, die ‘Een boek voor elk’ heet. Ze willen een vies boek, graag. Nee, niet Hoe doe ik de was?, dat de nette boekhandelmevrouw aanreikt. Ze willen: ‘Snot! Slijm! Spuug!’ Een heel heel heel vies boek graag. Ze drijven haar tot waanzin, in het openingsverhaal van het boek dat Heel heel heel vies boek heet.

Is dit wat we denken dat het is? Eén van de meest serieus te nemen kinderboekenschrijvers en een striptekenaar die je steeds meer gaat bewonderen om zijn artistieke veelzijdigheid en fijnzinnigheid maakten samen een kinderboek dat Heel heel heel vies boek heet. En dat is wat het is. Puur dat: vies. De viesheid is ogenschijnlijk geen metafoor waaronder schuilgaat dat het toch over Het Goede gaat, of De Dood. Er zit geen diepere laag in die de vrijheid van kinderen voorstaat ofzo. Niks pretentieus.

Edward van de Vendel en Floor de Goede maakten een boek met zeven verhalen: stripachtig, graphic novel-achtig en vies. Zoals het verhaal over een jongetje, dat ‘Heel knap’ heet, omdat hij heel erg goed in boetseren is. Een huis van klei, een draak, een trein, een geit – het ziet er op de tekeningen van De Goede inderdaad knap uit, wat die jongen met bruine klei kan. Bruin, ja. Waarom dat relevant is? Dat is de clou: die klei is van… Een getekende strook toiletpapier is de enige hint in de richting van de oplossing. Bah, bah, bah, ja. Echt: bah.

Nog zo’n verhaal. Over een hondje dat de fluim van het baasje oplikt en een katje dat denkt dat haar braaksel óók door de baas opgelikt wordt, waarna ze hem, als lief cadeau, nóg wat braaksel gaat brengen, in zijn schoen. Echt, echt vies.

Makkelijk scoren?

Poep, pies, snot, kots: de woorden van één lettergreep die de allergrootste aantrekkingskracht hebben op kinderen zoals de twee jongetjes uit die programmatische openingsstrip. Makkelijk scoren, kun je zeggen. Wat maakt Heel heel heel vies boek dan toch écht goed en onweerstaanbaar, hoe komt het dat dit werkt? Voor een deel doordat het boek allesbehalve gemakzuchtig gemaakt is. Floor de Goede maakte geen trucje van zijn tekeningen; ja, de kots en het snot zijn lekker extreem en steeds hetzelfde: brokvolle, geelgroene vlagen smerigheid. Maar De Goede wisselt telkens af in compositie, in volle, drukke of juist minimalistische tekeningen, en in materialen, in strakke of juist zachte lijnvoering. Ja, allemaal bedoeld om een effect te bereiken, maar tegen dit effectbejag, dat blijk geeft van vernuft en overgave, kun je moeilijk bezwaar maken.

Vernuft en overgave toont Van de Vendel ook in zijn teksten, waarvan je de knappe vorm pas ziet als je hem doorhebt: het verhaal over hondje en katje Pup en Kit bestaat bijvoorbeeld geheel uit éénlettergrepige woorden. Dat past bij de doelstelling van de reeks Tijgerlezen, waarvan Heel heel heel vies boek deel uitmaakt: kinderen lezen laten leren door allereerst leuke verhalen te bieden, in plaats van je in het keuslijf van AVI-leesniveaus te dwingen en dan maar te hopen dat het aanslaat. Nota bene: Pup en Kit wás ooit een AVI-boekje en Van de Vendel schrijft óók eenvoudig, maar dat belet hem allerminst om te doen wat hij maar wil. En dat is: niet geremd door enige tuttigheid alle regels van hoe-het-hoort doorbreken, en vies doen, zonder meer, want dát is leuk.

Zichzelf excuserende viesheid

Kortom: vies pour l’art. Heel heel heel vies boek zou je radicaal vies moeten noemen – en dat is de kracht. Ter vergelijking: recent verscheen ook het prentenboek Plasman van tekenaar Benjamin Leroy en schrijver Jaap Robben: heel aardig, maar ook een tikje tuttig. Zij presenteren een ondeugende superheld, een jochie dat de Verschrikkelijke Sneeuwman op geheel eigen wijze verslaat, namelijk met zijn warme pies.

Het duo begon eerder al de serie Suzie Ruzie, waarin het hoofdpersoonmeisje ook al de nodige viezigheid uithaalde (zie Suzie Ruzie en de stinkvinger), en dat zo onbraafheid propageerde, in goede lekker-stout-kinderboekentraditie. Plasman is ook een tikje ondeugend, want vies, maar het is niet radicaal vies. De jonge Plasman is een antiheld, omdat hij van de angst voor de Sneeuwman het welbekende ‘ongelukje’ heeft – dat onbedoeld handig uitpakt.

Daar spreekt toch een tuttig soort viesheid uit: namelijk viesheid met een doel, en zodoende zichzelf excuserende viesheid. Want het mag dan een vies idee zijn, een monster verslaan met pies, maar het jochie wordt er wel een (anti)held door – en dan ‘mag’ het, dan dient het naar volwassen maatstaven een hoger doel. Het verhaal gaat dan, heel verantwoord, eigenlijk over het overkomen van schaamte, over een zwakte die als kracht wordt ingezet. Zo’n verhaal zou die mevrouw van de boekhandel-voor-elk (met de raamslogan: ‘een boek is goed voor de ziel’) met een gerust hart over de toonbank schuiven.

Een sproeiende wolk kots

Vergelijk dat eens met de radicale viesheid van ‘Sem Spuug’, een stripserietje in Heel heel heel vies boek. Sem eet een ei en met zijn daarop volgende projectielkots blust hij een brand of schakelt hij een dief of een reuzenaap uit. ‘En wéér is Sem Spuug een held!’, luidt het slot van elk verhaaltje, telkens een ostentatieve anticlimax. Die benadrukt: om een slimme ontknoping draait het hier dus niet. Het draait erom dat in elk verhaal een wolk kots langs komt sproeien.

En misschien moet je dat dan toch interpreteren als de diepere moraal van al deze verhalen: dat het een boek dus vrij staat om alleen maar vies te kunnen zijn. Daarmee is dit geen kinderboek met een geheime agenda die uitpakt als wijze les, waar een volwassene nog educatieve waarde aan kan ontlenen. Behalve dan misschien dat dit boek (ja, tóch) de vrijheid van kinderen om volledig kind te mogen zijn voorstaat. Heel heel heel vies boek is een radicaal kinderboek zoals er maar weinig zijn: gemaakt met volwassen vernuft en overgave, maar radicaal vóór kinderen.